Tagarchief: verantwoordelijkheid nemen

Dwing jij je kind om ‘sorry’ te zeggen?

Doel: verantwoordelijkheid nemen.

Achtergrond.

In mijn praktijk komt het onderwerp ‘sorry zeggen’ vaak aan de orde. Ouders kijken me soms verbaasd aan als ik bezwaar maak dat ze hun kinderen op strenge toon dwingen sorry te zeggen.
“Maar ze moeten toch leren dat schoppen niet mag?” vinden de ouders. 
Ja dat moeten ze zeker, maar de vraag is hoe ze dat het beste leren.
Ik denk dat ze, als ze op strenge toon gedwongen worden om sorry te zeggen op het moment dat de stoom nog uit hun oren komt, juist leren om geen verantwoordelijkheid te nemen: je doet iets gemeens, zegt sorry, schuld afgekocht en klaar, op naar de volgende gemene actie. Sorry zeggen omdat het moet, als iemand nog in de ‘vecht’-modus is, heeft voor mij geen enkele betekenis. Het zijn loze woorden.
Mijn doel is niet dat een kind “sorry” zegt. Mijn doel is dat kinderen zich bewust worden wat hun gedrag voor de ander betekent, dat ze erkennen als ze daarin iets kapot hebben gemaakt (materieel of relationeel) en dat ze verantwoordelijkheid nemen om dit te herstellen. Soms is een oprechte sorry voldoende, soms is er meer of iets anders nodig om recht te doen aan de situatie en soms moet de weg naar een oprechte sorry nog worden geplaveid. Daarover gaat deze blog.  

Werkwijze:

Houd voldoende toezicht in risicovolle situaties om in te kunnen grijpen en in goede banen te leiden.  
Als het toch misgaat:

Doe wat nodig is om de veiligheid te garanderen.
Pak bijvoorbeeld de stok af als iemand er een ander een mep mee wil verkopen. Let hierbij op een daadkrachtige én vriendelijke houding.

Doe wat nodig is om te kalmeren voordat je het gesprek aan gaat.
Bijvoorbeeld door ieder voor zich  (weg uit elkaars nabijheid) tot bedaren te laten komen en iets voor zichzelf te laten doen. Dit geldt voor zowel je kind als jezelf.

Ga, als jullie voldoende zijn gekalmeerd, het gesprek aan.
Let ook nu op een vriendelijke en daadkrachtige toon en houding. Vermijd een strenge, belerende toon. Straal uit dat we allemaal fouten maken en dingen doen die we beter niet kunnen doen.
Benoem de feiten. Wees geïnteresseerd in wat er precies aan de hand is.
Erken de beleving/het perspectief van je kind, bied troost en geef je norm aan, schets de realiteit. Bijvoorbeeld:

  • Jullie waren aan het voetballen en toen gaf je Joris een schop. Klopt dat?
  • Ja, het is niet eerlijk, hij speelt hij vals.
  • Ja, speelt hij vals?
  • Ja. Ik stond voor, maar toen zei Joris dat mijn punt niet telde. En dat is niet eerlijk want mijn goal was wel gewoon goed. Hij kan er zelf helemaal niets van.
  • Dus dat vond je niet eerlijk en toen werd je kwaad en gaf je hem een schop.
  • Ja, net goed, eigen schuld, dikke bult.
  • Ja, zo voelt dat hè als je kwaad bent. Zo voel ik me ook wel eens.
    En toch is het niet oké om dan te schoppen. Dat kan anders. Je weet wel dat schoppen niet mag, hè, alleen lukte het nog niet op een andere manier, toch?
  • Schoorvoetend “ja”.

Soms duurt het even voordat een kind kan erkennen dat hij iets verkeerd heeft gedaan. Het is de schuld van de ander, of…… Sta dan langer stil bij het begrijpen en erkenning van zijn perspectief en kom daarna weer terug op je punt dat schoppen niet oké is

Nodig uit om te herstellen
Je hebt Joris pijn gedaan. Wat zou je kunnen doen waardoor Joris zich weer beter voelt?
Brainstorm mogelijkheden; bijvoorbeeld:

  • sorry zeggen;
  • iets aardigs zeggen;
  • Joris uitnodigen voor een andere activiteit die meestal wel goed gaat;
  • een tekening voor Joris maken;
  • Joris iets geven waar hij blij mee is;
  • koekjes bakken om iets fijns voor hem te doen;
  • ……

Laat je kind één of meerdere uitkiezen, maak concreet en voer uit.
Weeg hierbij af of de herstelmaatregel in verhouding staat tot de ‘schade’. Als iemand naar de dokter moet om gehecht te worden, is alleen iets aardigs zeggen misschien niet voldoende om het gevoel te hebben dat er recht is gedaan aan de situatie. Wat kan dan nog meer? Bedenk net zo lang oplossingen tot jullie iets gevonden hebben dat je kind bereid is te doen en dat ook volgens jou recht doet aan de ernst van de situatie.

Help je kind een drempel over.
Het vergt moed om je fout te erkennen en die te herstellen. In een rustig gesprek een herstelactie bedenken is makkelijker dan het ook daadwerkelijk te doen. Wees dus niet verbaasd als je kind zich, als puntje bij paaltje komt, alsnog verzet. Word niet boos. Gebruik geen dreigementen om de druk op te voeren, maar schakel over naar zijn beleving en blijf bij je punt.
Stel je hebt met je kind afgesproken dat hij na het eten even naar Joris toegaat om sorry te zeggen. Maar na het eten maakt je kind geen aanstalten om te gaan:

  • Het eten is voorbij. Tijd om even naar Joris te gaan.
  • Nee ik ga niet!
  • Best lastig hè om naar Joris toe te gaan en sorry te zeggen. Dat is normaal, dat hoort erbij. Als je het straks gedaan hebt voel je je beter.
  • Nou ik ga het toch echt niet doen hoor.
  • Nee, je hebt er echt helemaal geen zin in hè, en toch is dit even nodig. Kom schat, vind je het fijn als ik even met je mee ga? etc.
    Schakel zo vaak als nodig over tussen erkenning van zijn beleving naar bij je punt blijven. Geef niet op; blijf vriendelijk en ferm. Niet dreigen, niet boos worden maar vriendelijk en ferm herhalen en volhouden.

Model zo nodig het gewenste gedrag (doe voor, laat zien).
Neem zelf het voortouw in een herstel actie als je kind nog niet in staat is om zelf  die stap te zetten. Pak bijvoorbeeld een jong kind bij de hand en ga samen sorry zeggen als hij nog niet alleen durft. Zie onder Tips en valkuilen als je wilt weten wat het verschil is met “eisen dat je kind sorry zegt” en modellen.
In het artikel van Annelies Huybrechts “Waakzame zorg welkom in de residentiële context” kwam ik een prachtig voorbeeld tegen van modellen van herstel:

“Poné is 5 en verblijft in een residentiële leefgroep. Hij duwt, schopt en bijt 3 andere kinderen van de leefgroep. Een leefgroepbegeleider komt er tussen en zorgt dat het geweld stopt. Later zegt de individuele begeleider van Poné: ‘Ik heb gehoord dat je andere kinderen heel veel pijn hebt gedaan door te stampen, te duwen en te bijten. Ik vind het niet juist als kinderen duwen, schoppen en bijten. Als iets stuk is, moet het gemaakt worden. Als kinderen pijn hebben, dan moeten we hen verzorgen. Daarom wil ik een taart bakken voor al de kinderen van de leefgroep en jij mag mij helpen. Morgen kunnen we hen samen een stukje taart geven’.
Poné helpt mee.
Als de taart wordt uitgedeeld leest de begeleider ook een briefje voor aan de kinderen van de leefgroep: ‘Dag kinderen, Gisteren heeft Poné 3 kinderen pijn gedaan. Hij heeft geschopt, geduwd en gebeten. Ik heb er met Poné over gepraat. Al de mensen die hier werken vinden dat heel erg. Wanneer je iemand pijn doet dan moet je dat hertellen. We helpen hem om het terug goed te maken. Daarom hebben we deze brief en taart gemaakt. Sorry.’

Benoem de feiten, geef je norm aan en leef voor dat je fouten herstelt. (je kind heeft Joris geschopt en dat mag niet want dat doet pijn) Let op een vriendelijke toon en houding. Je laat zien hoe je verantwoordelijkheid neemt. Het gaat niet om boete doen maar om erkennen dat het mis ging en je het dan weer goed maakt.

Tips en valkuilen

Misschien vraag je je af wat het verschil is tussen ‘afdwingen’ versus ‘bij je punt blijven’ of ‘modellen’. Ook bij de laatste 2 oefen je wel degelijk druk uit op je kind. Waarom is die druk wel oké en afdwingen niet?  
Wat ik  onder ‘afdwingen’ versta, is als je op strenge toon gericht bent op conformeren. Je kind hoeft niet zelf na te denken. Een strenge toon roept bovendien vaak een ‘vechten, vluchten, onderwerpen’ reactie op in plaats van dat het iemand uitnodigt om zich open te stellen om te leren.  
Bij ‘bij je punt blijven’ en ‘modellen’ ben je in contact met je kind. Je sluit aan op de beleving van je kind en loopt samen met hem op. Je wijst de weg, en steunt hem om de sprong te wagen. Geeft hem een duwtje in de rug.

Sommige ouders gaan ervan uit dat hun kind echt niet toe zal geven dat hij iets fout heeft gedaan. Realiseer je dat het moed vergt om fouten toe te geven en ze dat alleen zullen doen als ze zich veilig genoeg voelen; als ze geen straf of terechtwijzing verwachten. Let daarom heel bewust op je toon en houding en ga het gesprek pas aan als jullie gekalmeerd zijn. Straal je inderdaad uit dat we allemaal fouten maken en dat oké is of sluipt er toch een strenge, terechtwijzende toon in? Vraag je af hoe je kunt geruststellen en voor kunt leven dat fouten maken normaal is en je ervan kunt leren.
 
Als je de situatie ernstig genoeg vindt, neem dan geen genoegen met een weigering ‘er niet meer over te willen praten’. Geef aan dat je het er hoe dan ook over wilt hebben; zo niet nu, wanneer dan wel? Als er geen andere, ook voor jou geschikte tijd wordt aangegeven, blijf dan zitten. “Ik houd van je, ik ga je geen straf geven, en ik ga niet weg voordat we hier goed over hebben kunnen praten”.

Wat te doen als je kind anderen de schuld geeft

Doel: verantwoordelijk gedrag ontwikkelen.

Achtergrond informatie.

Anderen de schuld geven is een normale automatische reactie op stress. De meeste mensen leren naarmate ze ouder worden deze impulsen steeds beter te beheersen, al lukt dat niet iedereen op ieder moment even goed. Denk maar aan de verwensingen in het verkeer als een voorganger hard remt, of de snauw naar je kinderen als ze te veel tegelijk van je willen.

Als mensen (en dieren) gevaar bespeuren reageert hun lijf automatisch door het in staat van paraatheid te brengen om te kunnen vechten, vluchten of te onderwerpen. Het is een automatische lichamelijke respons die ons helpt om in actie te komen.
Dit is ook wat er gebeurt als er iets onaangenaams gebeurt, we stress ervaren en we ons teleurgesteld, angstig of verdrietig voelen.
Als we bijvoorbeeld niet op tijd klaar zijn met aankleden en bang zijn dat onze ouders boos worden, of als we balen omdat we een toets niet hebben gehaald, of als we op een andere manier niet aan verwachtingen voldoen, ervaren we stress en gaat ons lijf in de vecht-, vlucht-, onderwerpen stand.
Iemand afsnauwen of de schuld geven, is een automatische vechtreactie. Het is niet omdat we een ander bewust pijn willen doen, we zijn eigenlijk helemaal niet gericht op de ander, het is om zelf onze eigen stress/pijn niet te voelen. De beste verdediging is de aanval.

Als de stress voorbij is zien we vaak in dat onze reactie niet redelijk was.

Ook al is het een normale lichamelijke reactie, toch kunnen we ons kind natuurlijk wel ondersteunen om verantwoordelijkheid te leren nemen voor zijn eigen gedrag. De sleutel is om in plaats van aan te spreken op hun onverantwoordelijke gedrag, ons te richten op het verminderen van stress en uit te nodigen tot verantwoordelijk gedrag.

Werkwijze:

  1. Blijf kalm.
    Jouw kalme houding straalt uit dat er geen sprake is van dreiging en dat vechten niet nodig is.
  2. Leef mee.
    Negeer de boosheid, het afreageren, de schuld geven en dergelijk en richt je op het onderliggende gevoel.
    Kind: “Die leraar Frans is zo’n “xxx”, hij stelt zulke belachelijke vragen…….
    Ouder: (inlevend)  “hmmm,  je baalt hè, dat je een lager cijfer hebt gehaald dan je wilde”
  3. Ga niet in de tegenaanval door uit te leggen, verwijten te maken of in discussie te gaan.
    Je kind valt aan om zijn eigen onrust/pijn niet te hoeven voelen. Als het lukt om te strijden hoeft hij z’n eigen gevoelens niet onder ogen te zien. Laat je dus niet uit de tent lokken. Als hij zegt dat het jouw schuld is, ga niet in discussie, lees hem niet de les, maar reageer in de trant van “je zit te balen hè/ je voelt je echt rot hè?” (kies je eigen woorden die passen bij de situatie).
    Als je kind een broertje of zusje aanvalt kan je iets zeggen als: Zoals je je nu voelt lijkt het iedereen z’n schuld. Je zit echt te balen hè”?
    Handel (vriendelijk en ferm) zonder te praten als fysiek ingrijpen noodzakelijk is.
  4. Leef voor hoe je verantwoordelijkheid neemt. (‘Model’)
    Je doel is dat je kind leert zelf verantwoordelijkheid te nemen voor zijn aandeel in het probleem. Laat zien hoe jij zelf verantwoordelijkheid neemt voor jouw aandeel in het verhaal.
    Kind: “Ik ben niet op tijd klaar met aankleden omdat jij steeds tegen me praat. Dan kan ik me niet concentreren”
    Ouder: “Oké als je daar last van hebt zal ik daarmee stoppen. Morgen zal ik niet steeds tegen je zeggen dat je je aan moet kleden. Ik sta om 8.00 uur met mijn jas aan en verwacht dat jij dan ook klaar bent om weg.
  5. Leer je kind ‘de schade’ te herstellen.
    Later, als je kind weer rustig is, kan je op vriendelijk respectvolle toon tegen hem zeggen: “Toen jij je zo rot voelde en lelijke dingen tegen je broertje zei denk ik dat je hem raakte. Ik vraag me af wat je zou willen doen om het weer goed te maken met hem”.

Bron: Bewerking van een blog van Laura Markham Aha! Parenting