Tagarchief: verantwoordelijk gedrag

Hoe stuur jij?

Doel: je kind ondersteunen om zelfstandig te functioneren

Achtergrond informatie:

Mijn gewaardeerde collega Albert Kaput werkt als coach veel met beelden. In gesprek over manieren van begeleiden, schetste hij het volgende beeld, dat ik (met toestemming) graag met jullie deel:
“Stel je vaart met je kind in een bootje op een onstuimige rivier. Jij weet dat er een aantal verraderlijke ondiepe plekken zijn met scherpe stenen net onder het wateroppervlak en een eindje stroomafwaarts is een gevaarlijke waterval.”
Hoe stuur jij, als je doel is dat je kind uiteindelijk zelfstandig de rivier kan bevaren?

Het mooie van dit beeld vind ik, dat zo invoelbaar is dat er niet één goede aanpak is die voor iedereen werkt, maar dat het gaat om een proces van inschatten, afstemmen en balanceren.
Hoe groot schat je het gevaar in? Hoe gebruik je jouw ervaring en kennis van de rivier? In hoeverre laat je je kind zelf ervaren? Wanneer neem je het roer over, wanneer niet, en wat is het effect daarvan?

Wouter Hart beschrijft in zijn boek “Anders vasthouden” mooie voorbeelden hoe hij zijn kinderen, afgestemd op hun ontwikkelingsniveau, uitnodigt om zelf te denken en verantwoordelijkheid te nemen. Twee voorbeelden zijn me bijgebleven:

In het eerste voorbeeld vraagt zijn zoon hoeveel yoghurt hij mag. In plaats van simpelweg aan te geven hoeveel hij mag hebben, nodigt hij hem uit om zelf te bepalen en geeft hij daarbij de informatie dat zijn zus ook nog yoghurt wil.
In plaats van voor te schrijven wat hij moet doen en daarmee de verantwoordelijkheid over te nemen, legt hij deze bewust terug bij zijn zoon, maar geeft daarbij de informatie die nodig is om een goede inschatting te kunnen maken. Bij zijn jongere dochtertje, die nog niet is staat is om dergelijke informatie te verwerken, geeft hij wel gewoon aan hoeveel yoghurt ze mag.

In het andere voorbeeld fietst Wouter en staat zijn zoon achterop de bagagedrager. Bij een gevaarlijk punt, slaat hij ter bescherming zijn arm even om zijn zoon heen zodat deze niet van de bagagedrager valt. Het effect is dat zijn zoon meteen lekker gaat hangen in de arm van zijn vader en minder gericht is op zelf zijn balans te bewaren en stevig te staan. Om hem weer zelfstandig te laten staan trekt Wouter gedoseerd zijn arm weg zodat zijn zoon zich weer kan herpakken.

Ik vind dit mooie beelden van balanceren en afstemmen.
Bij ‘sturing geven’ gaat het wat mij betreft om je kind te ondersteunen om “de rivier te leren lezen en zelfstandig te bevaren”, i.p.v. zelf de controle te houden en precies voor te schrijven hoe je kind moet varen. Het is een voortdurend proces van inschatten, afstemmen en bijstellen, waarin je je kind bouwstenen biedt om eigen inschattingen te maken, te ervaren en verantwoordelijkheid te nemen en waarbij je als copiloot bijstuurt als het risico werkelijk te groot is

Werkwijze

Stel je kind besteedt niet veel tijd aan zijn huiswerk, haalt slechte cijfers en dreigt te blijven zitten.
Hoe ondersteun je hem om ‘de rivier te leren lezen en zelfstandig te bevaren’ i.p.v. voor te schrijven of te dwingen om dingen zo te doen zoals jij denkt dat goed is?
Vraag je af wat je wilt bereiken en hoe je je kind ondersteunt om zich verantwoordelijk te gedragen. Stel je nieuwsgierig en belangstellend op en onderzoek de volgende punten:

Wat is er aan de hand?

  • Waarom gedraagt mijn kind zich zoals hij/zij doet?
  • Wat maakt dat het niet lukt? Welke informatie of vaardigheden mist hij/zij? 
  • Welke overtuigingen spelen een rol?

Een voorbeeld: Pim haalt een onvoldoende voor Duits.
In plaats van te mopperen dat hij harder moet werken gaat de moeder van Pim een open gesprek aan en stelt vragen over hoe hij het aanpakt. Ze komt erachter dat Pim dacht dat hij goed voorbereid aan zijn Duitse toets begon. Hij had de dag van te voren het hoofdstuk gelezen; de grammatica klonk hem logisch in de oren, en de woordjes had hij geoefend door zijn hand op de vertaling te leggen en ze vervolgens op te noemen. Hij kende ze toen allemaal. Hij snapt niet waarom hij toch een onvoldoende heeft gehaald.

Pim mist een goede manier om woordjes te leren. Door de woordjes alleen op te noemen, heeft hij nog geen grip op de spelling, hoofdlettergebruik en is hij op de toets niet nauwkeurig genoeg.
Hij beseft nog niet dat er herhaling nodig is om het geleerde in het lange termijn geheugen op te slaan. Hij kende de woordjes vlak nadat hij ze had geleerd, maar er is meer nodig om ze blijvend te onthouden.
De grammatica ziet er logisch uit als hij het in een goed geformuleerde zin ziet staan, maar hij beseft nog niet dat er meer nodig is om het zelf te kunnen bedenken.
Hij vindt het nog lastig om in plaats van leuke dingen te doen ervoor te kiezen om serieuze, saaie dingen te doen.

Wat zou ik hem willen leren?

  • Dat hij een manier ontdekt waarop hij de woordjes nauwkeurig in zijn hoofd krijgt;  bijvoorbeeld door ze in te voeren in wrts.
  • Dat hij de grammatica regels niet alleen herkent maar ook echt kan gebruiken; dat hij in oefeningen controleert of hij de regels goed toepast en zich openstelt voor waarom een antwoord goed of fout is.
  • Dat hij als dat nodig is aan het werk gaat, ook als hij geen zin heeft.

Hoe kan ik hem dat het beste leren??

  • Hoe verleid ik hem om te leren van mijn kennis en ervaring?
  • Wat is een goed moment om hem iets te leren? Staat hij open voor mijn informatie? Sta ikzelf open voor hem of zit ik vast in mijn eigen ongeduld, irritatie, angst en overtuiging?
  • Hoe groot is het werkelijke gevaar? In hoeverre moet ik ingrijpen om echt gevaar het hoofd te bieden en in hoeverre kan hij leren van fouten? Welke dynamiek zet ik in gang als ik het roer overneem?

Pim vindt het flauwekul om de woordjes op een andere manier te leren dan hij doet. Hij heeft geen zin om woordjes in te voeren in wrts; dat vindt hij zonde van zijn tijd. Hij wil sowieso niet geholpen worden want hij krijgt het heus nog wel voor elkaar.
Moeder schat in dat meer onvoldoendes halen hem niet zal aanzetten om te ontdekken hoe hij het dan wel voor elkaar krijgt maar dat hij op zal geven. Ze beschikt over informatie hoe hij betere resultaten kan halen maar merkt dat Pim niet ontvankelijk is voor die informatie. Bovendien merkt ze dat ze zelf geïrriteerd raakt en in mopperen vervalt i.p.v. ondersteunend leiding te geven. Ze besluit af te wachten tot een beter moment.

Later in de week loopt Pim met zijn ziel onder de arm. Hij had zich voorgenomen om 16.00 uur aan zijn huiswerk te beginnen maar nu het zover is, heeft hij grote weerzin en weet hij eigenlijk niet goed wat hij zal doen. Zijn moeder schat in dat hij, nu hij zich onrustig en stuurloos voelt, misschien wel ontvankelijk is voor een concrete bouwsteen om iets nieuws te ontdekken. Ze stelt voor om een experiment te doen met WRTS om te kijken of het een voor hem prettige manier is. Dat wil Pim wel. Wrts blijkt goed aan te sluiten. Pim ziet graag concreet resultaat. Hij vindt het leuk om te proberen zijn score te verbeteren.
Moeder maakt hem hiervan bewust. “Zo zie je concreet of je vooruitgaat en dat maakt het voor jou veel leuker. Klopt dat?” Pim beaamt dit. “Mooi, dan heb je dat over jezelf ontdekt. Misschien is er voor grammatica ook zoiets concreets te vinden”.

Ook besteedt ze aandacht aan zijn overwinning op zichzelf: “Je had helemaal geen zin om aan de slag te gaan, je was veel liever iets leuks gaan doen en toch ben je aan het werk gegaan. Dat noem ik verantwoordelijkheid nemen”.

Later, wederom op een moment dat Pim zich onrustig en stuurloos voelt, biedt ze hem een volgende bouwsteen aan: namelijk een oefening op internet om een bepaald grammatica onderdeel te oefenen. Pim vult de oefening in; moeder vraagt waarom hij ingevuld heeft wat hij heeft ingevuld. Zo ontdekt Pim dat hij grammatica actiever kan leren dan alleen de regels te lezen. Later zegt hij “Ik wist helemaal niet dat je echt iets moest doen voor grammatica”.

Even voor de duidelijkheid: het gaat mij er niet om dat ieder kind Duits moet leren door woordjes in te vullen in WRTS. Misschien is voldoendes halen voor Duits helemaal niet zijn doel, en misschien werkt een andere methode wel veel beter. Waar het om gaat is dat hij ontdekt wat wel voor hem werkt.

Tips en valkuilen

Van slimme kinderen die slechte resultaten behalen en niet veel tijd aan hun huiswerk besteden, wordt vaak gedacht dat ze lui, ongeïnteresseerd of eigenwijs zijn.
Toch is dat vaak niet zo, ze hebben geen grip.
De kunst is om te ontdekken op welke manier ze geen grip hebben en mogelijkheden op hun pad te leggen om de dingen te leren die ze nog missen.
Misschien vind je van bovenstaande werkwijze dat moeder wel heel erg ‘het roer overneemt’ door zelf allerlei oefeningen voor te schotelen. Voor de één zal het misschien “too much” zijn, een ander heeft het nodig en leidt het tot groei. Het is een kwestie van balanceren, afstemmen en bijstellen. Voor mij is het een voorbeeld van bouwstenen aanreiken, ondersteunen om te ontdekken wat werkt. Dat is wezenlijk anders dan bijvoorbeeld een kind te dwingen om de woordjes in wrts in te voeren en te dreigen dat hij anders niet meer op de nintendo mag.

De ene keer ben je misschien te sturend, dan laat je weer wat vieren. Het volgende moment laat je misschien weer te vrij. Dat hoort erbij. Het is een proces van reflecteren en bijstellen. Het gaat erom dat je bewuste keuzes maakt in plaats van je te laten leiden door je automatische reactie die voortkomt uit je eigen behoefte aan controle, angst of frustratie.
Er is een verschil tussen bewust niets doen omdat je inschat dat je kind zijn weg wel vindt of niets doen omdat je opgeeft en je uit frustratie vindt dat hij dan maar ‘op de blaren moet zitten’.
Als ze het opgeven, niet op zoek gaan naar hoe ze zich kunnen ontwikkelen, is het misschien verstandiger om welbewust bouwstenen aan te reiken, zelfs als dat op verzet stuit. Bij een driejarige die recht op een metershoge waterval afvaart, niet in staat is van koers te veranderen en niet bereid is het roer over te geven, stuur je ondanks hevig verzet, hoop ik toch ferm en vriendelijk bij. Schat je de schade minder groot in, dan laat je misschien gewoon ervaren.
Lees ook “Hoe je kinderen helpt om drempels te overwinnen”.

Wat te doen als je kind anderen de schuld geeft

Doel: verantwoordelijk gedrag ontwikkelen.

Achtergrond informatie.

Anderen de schuld geven is een normale automatische reactie op stress. De meeste mensen leren naarmate ze ouder worden deze impulsen steeds beter te beheersen, al lukt dat niet iedereen op ieder moment even goed. Denk maar aan de verwensingen in het verkeer als een voorganger hard remt, of de snauw naar je kinderen als ze te veel tegelijk van je willen.

Als mensen (en dieren) gevaar bespeuren reageert hun lijf automatisch door het in staat van paraatheid te brengen om te kunnen vechten, vluchten of te onderwerpen. Het is een automatische lichamelijke respons die ons helpt om in actie te komen.
Dit is ook wat er gebeurt als er iets onaangenaams gebeurt, we stress ervaren en we ons teleurgesteld, angstig of verdrietig voelen.
Als we bijvoorbeeld niet op tijd klaar zijn met aankleden en bang zijn dat onze ouders boos worden, of als we balen omdat we een toets niet hebben gehaald, of als we op een andere manier niet aan verwachtingen voldoen, ervaren we stress en gaat ons lijf in de vecht-, vlucht-, onderwerpen stand.
Iemand afsnauwen of de schuld geven, is een automatische vechtreactie. Het is niet omdat we een ander bewust pijn willen doen, we zijn eigenlijk helemaal niet gericht op de ander, het is om zelf onze eigen stress/pijn niet te voelen. De beste verdediging is de aanval.

Als de stress voorbij is zien we vaak in dat onze reactie niet redelijk was.

Ook al is het een normale lichamelijke reactie, toch kunnen we ons kind natuurlijk wel ondersteunen om verantwoordelijkheid te leren nemen voor zijn eigen gedrag. De sleutel is om in plaats van aan te spreken op hun onverantwoordelijke gedrag, ons te richten op het verminderen van stress en uit te nodigen tot verantwoordelijk gedrag.

Werkwijze:

  1. Blijf kalm.
    Jouw kalme houding straalt uit dat er geen sprake is van dreiging en dat vechten niet nodig is.
  2. Leef mee.
    Negeer de boosheid, het afreageren, de schuld geven en dergelijk en richt je op het onderliggende gevoel.
    Kind: “Die leraar Frans is zo’n “xxx”, hij stelt zulke belachelijke vragen…….
    Ouder: (inlevend)  “hmmm,  je baalt hè, dat je een lager cijfer hebt gehaald dan je wilde”
  3. Ga niet in de tegenaanval door uit te leggen, verwijten te maken of in discussie te gaan.
    Je kind valt aan om zijn eigen onrust/pijn niet te hoeven voelen. Als het lukt om te strijden hoeft hij z’n eigen gevoelens niet onder ogen te zien. Laat je dus niet uit de tent lokken. Als hij zegt dat het jouw schuld is, ga niet in discussie, lees hem niet de les, maar reageer in de trant van “je zit te balen hè/ je voelt je echt rot hè?” (kies je eigen woorden die passen bij de situatie).
    Als je kind een broertje of zusje aanvalt kan je iets zeggen als: Zoals je je nu voelt lijkt het iedereen z’n schuld. Je zit echt te balen hè”?
    Handel (vriendelijk en ferm) zonder te praten als fysiek ingrijpen noodzakelijk is.
  4. Leef voor hoe je verantwoordelijkheid neemt. (‘Model’)
    Je doel is dat je kind leert zelf verantwoordelijkheid te nemen voor zijn aandeel in het probleem. Laat zien hoe jij zelf verantwoordelijkheid neemt voor jouw aandeel in het verhaal.
    Kind: “Ik ben niet op tijd klaar met aankleden omdat jij steeds tegen me praat. Dan kan ik me niet concentreren”
    Ouder: “Oké als je daar last van hebt zal ik daarmee stoppen. Morgen zal ik niet steeds tegen je zeggen dat je je aan moet kleden. Ik sta om 8.00 uur met mijn jas aan en verwacht dat jij dan ook klaar bent om weg.
  5. Leer je kind ‘de schade’ te herstellen.
    Later, als je kind weer rustig is, kan je op vriendelijk respectvolle toon tegen hem zeggen: “Toen jij je zo rot voelde en lelijke dingen tegen je broertje zei denk ik dat je hem raakte. Ik vraag me af wat je zou willen doen om het weer goed te maken met hem”.

Bron: Bewerking van een blog van Laura Markham Aha! Parenting