Tagarchief: treiteren

Hoe om te gaan met sarren en pesten

Doel: liefdevol en daadkrachtig ingrijpen bij sarren en pesten.

Achtergrond.

Als kinderen een probleem hebben, laten ze dat vaak met hun gedrag zien in plaats van te vertellen wat er aan de hand is. Als bijvoorbeeld een vriendin een rotopmerking heeft gemaakt, of als ze tegen een proefwerk opzien of als ze zich stierlijk hebben verveeld op school, voelen ze zich rot. Hoe mooi zou het zijn als ze dit gewoon aan je zouden vertellen zodat jij ze kan troosten en helpen. Helaas doen ze dat vaak niet en gooien ze in plaats daarvan de deur keihard dicht, geven een brutale mond of pesten ze hun broertje. Een gangbare reactie van ouders is dat ze boos worden en hoe begrijpelijk dit ook is, het is alleen maar olie op het vuur. Hij heeft nog steeds geen grip op zijn probleem en is daarnaast verder in conflict gekomen.

Ik zie veel hoogbegaafde gezinnen waarbij kinderen zich op school uitstekend gedragen, en waarbij diezelfde voorbeeldige kinderen, zodra ze thuis komen, de tent afbreken of hun broertje of zusje treiteren of dwars zitten.
Vaak zie je dat dit ontmoedigde gedrag sterk vermindert als ze op school meer tot hun recht komen en bijvoorbeeld werk krijgen dat bij ze past, of als ze contact krijgen met gelijkgestemden en het gevoel hebben dat ze gewaardeerd worden en ertoe doen.

Maar ja, wat als dat nog niet zo is, wat moet je dan?

In deze blog ga ik verder in op het begrenzen van sarren en pesten. Het aanpakken van de bron van frustratie (bijvoorbeeld door een omgeving te creëren waarin het kind tot z’n recht komt en zich prettig voelt) is in andere artikelen aan bod gekomen en laat ik hier even buiten beschouwing.

Pesten is het afreageren van een rotgevoel. Kinderen die sarren of pesten hebben geen grip, ze weten niet hoe ze hun problemen moeten oplossen en hebben niet het gevoel dat ze ertoe doen. Ze hebben niets anders in huis dan een ander net zo’n rotgevoel te bezorgen.
Gedrag roept gedrag op en de automatische reactie houdt het patroon in stand. Pesten roept bijvoorbeeld afkeer, ongeloof, agressie, wrok of de neiging om met gelijke munt terug te willen betalen.
Toch is het vele malen effectiever om je automatische reactie te stoppen en je bewust te richten op de verborgen boodschap “Ik voel me rot, erken mijn gevoel. Ik wil er alleen maar bij horen.”
Als het je lukt om hier op in te spelen en je te richten op verbinding en het erkennen van gevoelens, zul je merken dat kinderen zich weer openstellen om samen te werken en te leren.

Een kind dat sart of pest heeft iemand nodig die erkent hoe hij zich voelt, die respectvol ingrijpt om destructief gedrag te stoppen, en hem steunt om grip te krijgen op zijn probleem.

Werkwijze:

Stel je dochter Sophie zit aan tafel heerlijk te tekenen.  Je andere dochter Sanne heeft een rot humeur en is op oorlogspad. Sanne kijkt naar de tekening en zegt “Jij kan echt niet tekenen, dat ziet er niet uit!”. Ze pakt drinken, zet een glas vlak naast de tekening en schenkt van hoog in.

Doen wat nodig is in de situatie:

  1. Houd toezicht.
    Als je al verwacht of merkt dat je kind een rothumeur heeft en dit afreageert: blijf in de buurt zodat je ziet wat er gebeurt en snel kunt ingrijpen.
  1. Kom snel tussen beiden en doe wat nodig is.
    Bij gewone ruzies kan het effectief zijn om niet te snel in te grijpen zodat kinderen zelf kunnen experimenteren met het oplossen van hun conflicten. Als het om afreageren gaat is het beter om direct liefdevol in te grijpen. Als je dit laat gaan leidt het alleen maar tot sterkere ontmoedigde gevoelens aan beide kanten.
    Terwijl je kalm de tekening opschuift zodat deze buiten knoei gevaar is, zeg je op ferme liefdevolle toon tegen Sanne iets in de trant van: “Hé meiske, ik zie een donderwolk boven je hoofd hangen. Het is niet oké om kwetsende dingen te zeggen. Wil je vertellen waar je je rot over voelt of wil je een dikke knuffel?”
  1. Geef je grens aan.
    Als ze blijft afreageren geef je vriendelijk en daadkrachtig je grens aan: “Lukt het je al om vriendelijk te doen of moet je ergens anders nog even je rotgevoel eruit gooien?”
    Als ze doorgaat zeg je (nog steeds liefdevol en daadkrachtig): “Ho Sanne, eerst aan de slag met je rotgevoel. Wat ga je doen? Op de ‘trampoline springen’ of ‘muziek luisteren’? Vind je het prettig als ik meega?”
    Kies hierbij uiteraard de oplossingen die voor jouw kind werken. Als je nog niet weet welke dat zijn dan is het belangrijk om daar op een rustig moment over in gesprek te gaan en die te ontdekken.
    Gebruik je non-verbale houding om je woorden kracht bij te zetten. Straal in je toon en houding (liefdevol en daadkrachtig) uit dat ze bijvoorbeeld de kamer moet verlaten (en jij bereid bent om met haar mee te gaan).
    Laat je niet meesleuren door je irritatie, maar zoek bewust in jezelf je gevoel van liefde voor haar, je aanvaarding van haar rotgevoel en doe wat nodig is. Als je haar vanuit deze houding uit de situatie stuurt, biedt het veiligheid, je behoedt haar en je andere dochter voor destructief gedrag en steunt haar om zichzelf in de hand te houden. Dit is een heel andere impliciete boodschap dan wanneer je haar vanuit je boosheid en verwijt de deur uit zet. Dan zal ze zich alleen maar afgewezen voelen en extra boos.
  1. Ga niet in discussie en blijf bij je punt.
    Verzet is normaal. Ga er niet vanuit dat ze meteen jouw aanwijzing opvolgt en direct bijvoorbeeld op de trampoline haar frustratie eruit gaat springen. Als het zo gemakkelijk was, dan deed ze dat al lang vanuit zichzelf. Zij voelt op dat moment kennelijk een sterke drang om te kwetsen en kan haar impulsen nog niet beheersen en kiezen voor kalmeren en problemen oplossen. Dat moet ze eerst een paar keer ervaren. Hoe vaker ze dat doet, hoe gemakkelijker het wordt en hoe vaker ze het ook zelf bewust zal gaan inzetten.
    Zo lang het haar nog niet lukt om haar impulsen te beheersen en verstandig te handelen is het aan jou om te doen wat nodig is. Jij neemt haar rationele brein even over.
    Ga niet overtuigen en verder uitleggen (ze weet het al lang, maar het lukt nog niet).
    Herhaal je voorgaande boodschap en straal vriendelijk uit dat je het meent. Blijf bij je punt en houd vol tot ze zich richt op kalmeren of vriendelijk contact.
  1. Pak zo nodig de bron aan.
    Onderzoek op een rustig moment samen wat er aan de hand was. Misschien was het alleen even een rotbui omdat ze bijvoorbeeld honger had of baalde ze van een onvoldoende. In dat geval is in de situatie het gedrag begrenzen voldoende. Is er meer aan de hand? Bijvoorbeeld structureel cognitief ondervraagd worden. Zoek dan naar oplossingen om de bron van frustratie aan te pakken.
  1. Ondersteun haar om verantwoordelijkheid te nemen om fouten te herstellen.
    Kom (op een rustig moment) terug op de situatie.
    Stel vragen die helpen om zich in te leven in wat haar gedrag voor de ander betekende: “Hoe denk je dat Sophie zich voelde toen jij zei dat ze niet kon tekenen?”
    Nodig haar uit om verantwoordelijkheid te nemen en haar fout te herstellen. “Wat kun je doen om Sophie zich weer beter te laten voelen?”
    Een vriendelijke ondersteunende toon en houding is hierbij essentieel. Richt je niet op ‘terechtwijzen en boete doen’ maar op ‘aanvaarding en verantwoordelijkheid nemen’.
    Straal uit: We maken allemaal fouten, dat is nou eenmaal zo; van fouten kunnen we leren en het is belangrijk om onze verantwoordelijkheid te nemen.
    Eis niet dat ze ‘sorry’ zegt, maar help haar ontdekken hoe ze het op haar manier weer goed kan maken.

Proactief problemen voorkomen.

  1. Ontdek manieren om te kalmeren
    Leg op een rustig moment uit dat gevoelens komen en gaan. Gevoelens zijn niet ‘goed’, niet ‘slecht’, ze zijn gewoon wat ze zijn. Iedereen voelt zich wel eens rot of boos omdat dingen niet gaan zoals we willen. Als we ons heel erg boos of rot voelen gedragen we ons niet op ons best. Dan is het nodig om eerst even te kalmeren.
    Geef aan dat iedereen in verschillende situaties verschillende dingen nodig heeft om te kalmeren en zich weer prettig te voelen en dat jullie gaan ontdekken welke mogelijkheden voor je kind goed werken.
    Brainstorm mogelijkheden. Bedenk zo veel mogelijk manieren die kunnen helpen om tot rust te komen. Bijvoorbeeld: buiten rondjes fietsen, op de trampoline springen, op je kamer naar muziek luisteren, praten over de dingen die niet gaan zoals je wilt, knuffelen, hardlopen, op de korf schieten, enzovoort.
  1. Maak een keuze-rad van de dingen die zouden kunnen helpen om zich weer prettig te voelen. Bij een volgende situatie kun je dit keuze-rad gebruiken om je kind een actie te laten kiezen.
  1. Onderzoek hoe je proactief kunt voorzien in behoeften.
    Word je bewust van terugkerende momenten waarop afreageergedrag telkens weer de kop op steekt. Welke behoeften worden niet vervult?
    Bijvoorbeeld als ze steeds een rotbui hebben als ze net uit school komen.
    Hebben ze honger? Helpt het als ze onderweg van school naar huis al iets  eten i.p.v. pas als ze thuis komen?
    Hebben ze behoefte aan rust en willen ze even op zichzelf zijn? Hoe kan er voor rust gezorgd worden?

Tips en valkuilen

Soms denken ouders dat ze slecht gedrag belonen als ze liefdevol aandacht besteden aan een kind dat zich misdraagt. Ik kijk daar anders tegenaan.
Als je en daadkrachtig en liefdevol tegelijk optreedt zoals hierboven beschreven, dan leert een kind door oefening de vaardigheden die het te leren heeft. Juist omdat je ook liefdevol blijft als ze zich misdraagt, ervaart ze dat je onvoorwaardelijk van haar houdt. Dat voelt veilig waardoor ze zich gemakkelijker kan openstellen om te leren.
Als je echter alleen liefdevol bent zonder ook daadkrachtig sturing te geven in wat je kind te leren heeft, dan ben je waarschijnlijk aan het toegeven en dat is inderdaad niet effectief. Dan leert je kind geen verantwoordelijkheid te nemen en raakt hij juist extra geoefend in het gedrag dat je niet wilt zien.

Hoe je ruzie in goede banen leidt

Tool:            Constructief omgaan met ruzie

Doel:

Het doel  van deze tool is ruzie bewust te gaan gebruiken als bouwsteen voor het leren van probleemoplossende vaardigheden.

Achtergrond informatie:bazig

Conflicten zijn onvermijdelijk. Het is een illusie om te denken dat we kunnen samenleven zonder conflicten. Het doel is daarom ook niet om geen ruzie meer te maken, maar om er constructief mee om te gaan. Een conflict hoeft niet erg te zijn. Als het goed wordt opgelost kan een conflict het contact zelfs verdiepen en hechter maken. Aan de andere kant zal een conflict dat op een onbevredigende manier wordt opgelost telkens terugkeren en kan het het contact ernstig verslechteren.
Ruzies zijn belangrijke bouwstenen om te leren omgaan met conflicten en pijnlijke ervaringen.

Voordat ik inga op het constructief oplossen van conflicten wil ik eerst nog  andere belangrijke factoren noemen die een rol kunnen spelen bij ruzie.

Ruzie kan een manier zijn om een onderliggend rotgevoel af te reageren. Kinderen die niet het gevoel hebben dat ze meetellen en gewaardeerd worden of geen voldoening putten uit de dingen die ze doen, kunnen (onbewust) ruzie gaan zoeken om hun onvrede af te reageren. Als dit het geval is, is het belangrijk om de oorzaak van de onvrede op te lossen. Voor hoogbegaafde kinderen is dat bijvoorbeeld vaak dat ze meer uitdaging en/of meer aansluiting met gelijkgestemden nodig hebben.  Natuurlijk blijft het belangrijk om het conflict zelf op een bevredigende manier op te lossen maar zolang de bron van onvrede niet wordt aangepakt zullen er vele conflicten blijven volgen.

Bij ruzie tussen broers en zussen speelt rivaliteit om de aandacht van ouders en hun positie binnen het gezin vaak een belangrijke rol. Rivaliteit is normaal en als je intense kinderen hebt is een extra portie rivaliteit niet vreemd.  Je kunt echter rivaliteit onbewust versterken als je partij kiest, kinderen onderling vergelijkt  of vanuit je eigen emotie (woede, behoefte om te beschermen, enz.) op conflicten reageert. Hoewel jij weet dat je zielsveel van je kind houdt, durft je kind daar niet altijd op te vertrouwen en wil hij zijn plek veroveren ten koste van broer of zus. Voldoende 1-op-1 tijd per kind, echte interesse voor wat elk kind bezighoudt, stoppen met kinderen onderling te vergelijken en een bemoedigende, waarderende houding, kunnen het aantal ruzies flink doen afnemen.

Werkwijze voor het constructief omgaan met conflicten:

Maak een inschatting van de heftigheid van de ruzie. Bij lichte ruzie is het vaak beter om niet in te grijpen zodat kinderen zelf kunnen ontdekken hoe ze met het conflict om willen gaan. Bij heftigere ruzie of steeds terugkerende conflicten is het effectiever om kinderen te leren zich te uiten en probleemoplossende vaardigheden te ontwikkelen.

  1. Negeer gekibbel en benader het als een leerzame ervaring om met conflicten om te gaan. Zie kibbelende kinderen als schattige welpjes die met elkaar dollen (zolang er geen gevaar dreigt).
  2. Heb er vertrouwen in dat kinderen veel conflicten zelf kunnen oplossen. Grijp niet altijd gelijk in als kinderen ruzie hebben. Soms komen ze zelf tot verrassende oplossingen die jij als volwassene nooit zou hebben bedacht. Zo weet ik nog goed dat 2 kinderen in een kinderdagverblijf waar ik coachte, ruzie hadden om een poppenwagen. Op mijn verzoek wachtten de leidsters met ingrijpen. Even later duwde het ene kind de poppenwagen en het andere kind had de handen op de schouders van het eerste kind. Beiden waren helemaal tevreden met deze oplossing. Ik zou het zelf nooit zo bedacht hebben, het leek mij nogal oneerlijk, maar het was uitstekend zo.
  3. Behandel kinderen gelijk.
    Veel ruzie tussen broers en zussen gaat eigenlijk om de aandacht van ouders. Kinderen hopen dat de ouder partij voor hen kiest.

    1. Stap uit de situatie/Verlaat zelf de kamer.
      Je zult verbaasd staan over hoe vaak ruzie ophoudt als je zelf uit de situatie stapt. Als je het niet vertrouwt om weg te gaan, blijf er dan bij, observeer,  maar meng je merkbaar niet in de ruzie.
    2. “Als jullie willen ruziën mogen jullie boven/buiten/… verder ruziën. Hier in de kamer wil ik rust”. ( dus niet één van beide, maar allebei!)
    3. Als ruzie uit de hand loopt : “het is tijd om afstand van elkaar te nemen. Kom allebei maar even tot rust in je eigen kamer. (dus niet één van beide, maar allebei!) Je kunt uit je kamer komen als je het zonder ruzie weer wilt proberen”.
      Let  bij optie b en c op een vriendelijke en doortastende toon. Straal uit dat je het meent maar blijf vriendelijk.
      Handel zonder te praten ( haal ze uit elkaar) als dat nodig is.
      Geef ze de keuze om in de kamer te blijven zonder te ruziën of optie b/ c.
      Houd vol en blijf vriendelijk en doortastend tegelijk.
  4. Leer kinderen omgaan met negatieve gevoelens.
    Situatie: Tim en Marijn spelen schaak. Marijn is aan het verliezen en gooit het bord om.
    Tim: ‘Ik haat hem, hij verpest alle spelletjes’

    1. Accepteer alle gevoelens en benoem ze:
      ‘je bent echt heel boos’
    2. Verwoord het verlangen:
      ‘je zou willen dat hij het spel ook afmaakt als hij verliest.’
    3. Stop indien van toepassing onacceptabel gedrag zoals slaan:
      Zeg op vriendelijke en doortastende toon ‘we doen elkaar geen pijn’,  ‘we vloeken niet’, …..,
      Handel zo nodig zonder te praten (haal ze uit elkaar)
    4. Begeleid kinderen in hoe ze hun woede op een acceptabele manier kunnen uiten:
      ‘Welke woorden kun je gebruiken om je broer te laten weten dat je boos op hem bent?’ of bij jonge kinderen: ‘zeg maar tegen hem :“Als jij het bord omgooit, kan ik ook niet meer verder spelen en dan voel ik me heel boos.”
      (gedrag , gevolg, gevoel)
  5. Leer kinderen probleemoplossende vaardigheden. Bemiddel bij conflicten:
    Kies geen partij. Zoek NIET naar schuld of gelijk hebben.
  6. Richt je op behoeften en oplossingen.
    1. Erken de gevoelens van ieder kind en verwoord het gezichtspunt of behoefte van ieder kind (of als dat kan: laat kind zelf verwoorden). Praat met respect over het probleem:
      ‘dus jij bent boos omdat je vindt dat jij nu aan de beurt bent op de computer’ en ‘jij bent boos omdat je het spel eerst af wilt maken’.
      Neem hier voldoende tijd voor. Pas als ze zich allebei echt gehoord voelen staan ze open voor het zoeken naar oplossingen.
    2. Brainstorm: laat iedereen zoveel mogelijk oplossingen bedenken zonder te oordelen. Laat kinderen vooral ook zelf oplossingen bedenken.
    3. Beoordeel pas na de brainstormfase welke oplossingen geschikt zijn
    4. Kies een oplossing die voor iedereen goed is
      (als er geen geschikte oplossing is, onderzoek dan opnieuw de onderliggende behoefte of ga langer door met het brainstormen)
    5. Bespreek de praktische uitvoerbaarheid (wie, wat, waar, hoe en wanneer)
    6. Maak eventueel een vervolg afspraak om te evalueren
    7. Als de gevoelens nog te sterk zijn, of als er geen tijd is om het conflict op te lossen, maak een afspraak om het op een later moment te bespreken. Dit geldt ook voor steeds terugkerende conflicten.
  7. Grijp in bij gevaar.
    (zoals bijvoorbeeld wanneer een kind een steen naar een ander kind wil gooien)

    1. Handel zonder te praten. Pak de steen vriendelijk en doortastend af en ga verder volgens vorige punten
      (leren omgaan met negatieve gevoelens en probleemoplossende vaardigheden)

 

Valkuilen en tips:

Trap niet in de veelvoorkomende valkuil om je te richten op wie er begonnen is, wie er gelijk heeft, wiens schuld het is enz. Dit is niet effectief.
Ten eerste kom je er vaak niet goed achter. Je kunt onmogelijk  alles signaleren. Als Sem Sofie slaat heb je misschien de neiging om boos te worden op Sem. Maar misschien is Sofie wel net iets te dicht naast Sem gaan zitten om hem te tarten. Ze weet dat Sem dan ontploft en op zijn kop krijgt. Sofie speelt de volmaakte onschuld “Ik doe toch niets? Ik zit alleen maar bij hem”.
Door je te richten op schuld of gelijk hebben versterk je de onderlinge rivaliteit. Je kiest partij, raakt verstrikt in de rol van scheidsrechter en kweekt daarmee daders en slachtoffers. Sem zal bijvoorbeeld wrok voelen en de kans is groot dat hij wraak wil nemen. Sofie wil graag dat je nog een keer partij voor haar kiest.

Het is een vergissing om te denken dat we, als kinderen gaan slaan of op een andere manier echt  over de grens gaan, moeten ingrijpen met straf. Het is inderdaad belangrijk om doortastend een grens aan te geven maar dat kan ook op vriendelijke en respectvolle manier zoals beschreven bij werkwijze.
Van straf leren ze dat de grootste en sterkste wel respectloos mag zijn en mag kwetsten. Je geeft ermee het verkeerde voorbeeld. Bovendien roept straf veel wrok, verzet, angst of een slecht gevoel over zichzelf op en dat is weer een bron voor volgend slecht gedrag.
Ruzie roept vaak sterke emotionele reacties op bij ouders. Zelf vind ik het soms moeilijk om mijn teleurstelling over een verpeste sfeer te beteugelen en word ik uit machteloosheid boos, slinger terechtwijzingen naar hun hoofd of verordonneer ze (tegen mijn eigen visie in) naar hun kamer.  Het is een valkuil om te denken dat mijn boosheid terecht is omdat er grenzen aangegeven moeten worden. Zoals gezegd: die grenzen zijn inderdaad nodig ja, maar de boosheid is een uiting van machteloosheid en geen effectieve aanpak.  We maken allemaal fouten. Het enige wat we dan kunnen doen is erkennen dat we fout zaten met een gevoel van verantwoordelijkheid in plaats van schuld, het bijleggen en ons nogmaals committeren om het voortaan anders te doen.

Veel ouders voelen een sterke behoefte om hun kind te beschermen voor pijn, afwijzing, onrecht enz. Toch horen deze pijnlijke ervaringen bij het normale leven en moeten kinderen hier mee om leren gaan.  In plaats van te redden of te beschermen help je kinderen meer door te observeren, te luisteren, te coachen en aan te moedigen.
(Ik heb het hier over de normale (pijnlijke) levenservaringen en niet over abnormale beschadigende ervaringen zoals misbruik, intimidatie, pesten en andere situaties waarin een kind machteloos overgeleverd is en tot slachtoffer wordt gemaakt. Als dit laatste het geval is, is ingrijpen en beschermen wel degelijk gewenst.)

Bronnen:

Nelsen,J. , Lott, L. & Glenn, S. (2007) Positive Discipline A-Z; 1001 Solutions to Everyday Parenting Problems. New York: Three Rivers Press.
Faber, A. & Mazlish, E. (2011) How2Ttalk2Kids; Broers en zussen zonder rivaliteit.
Handleiding Gordon®cursus Effectief omgaan met kinderen. Stichting Nederlandse Effectiviteits Trainingen .

Op welke manier lukte het jou om ruzie in goede banen te leiden?
Inspireer ons, door onderstaand reactieveld in te vullen.