Tagarchief: onderpresteren

Hoe je je kind door een studie-dip heen helpt – deel 2

Doel:

bouwstenen bieden voor een goede werkhouding

Achtergrond informatie.

Voordat ik inga op hoe je kunt omgaan met kinderen die hun tijd liever aan andere dingen besteden dan aan schoolwerk is het waardevol om eerst even stil te staan bij enkele van de drempels die hoogbegaafde kinderen ervaren en de uitvluchten die ze verzinnen.

  • Veel kinderen die op de basisschool weinig hebben uitgevoerd schrikken van de hoeveelheid werk op de middelbare school. Het verschil met de basisschool is groot en kinderen kunnen oprecht het gevoel hebben dat ze enorm hard moeten werken, ook als jij als ouder vindt dat ze relatief weinig tijd aan hun schoolwerk besteden. Ze zijn niet gewend aan hard werken en willen dat graag zo houden. Ze zijn bang dat ze onvoldoende tijd overhouden voor de dingen die ze zelf leuk en belangrijk vinden om te doen.
  • Binnen de sociale wetenschappen is het een bekend verschijnsel dat iemand passief en hulpeloos wordt als hij langere tijd in een situatie verkeert waarin het niet lukt om nare ervaringen uit de weg te gaan of op te laten houden. Hij heeft geleerd dat hij geen invloed heeft en dat zijn inzet tot niets leidt.  Dit wordt “aangeleerde hulpeloosheid” genoemd (learned helpnessness). Slimme kinderen kunnen deze passieve, hulpeloze houding ontwikkelen als ze op de school langere tijd klem zitten in werk dat niet bij hen past. Het kind leert dat hij zijn omstandigheden niet kan beïnvloeden en stopt met zoeken naar manieren om grip te krijgen op zijn werk en welbevinden.
  • Als iets betekenisvol voor je is ben je intrinsiek gemotiveerd en ben je gedreven en veerkrachtig om te leren. Veel kinderen hebben echter geen flauw idee waarom het belangrijk is om te leren wat ze op school leren. Zonder zingeving, geen motivatie.
  • Ze willen geen nerd zijn en halen liever geen al te hoge cijfers. Dat is niet goed voor hun imago.
  • Angst voor succes. Je weet maar nooit aan welke extra verwachtingen je nog meer moet voldoen als je succesvol bent.
  • Angst om te falen. Veel kinderen denken dat, als je ergens (hard) voor moet werken, het betekent dat je dom bent. En als je er hard voor werkt en het lukt dan nog steeds niet, dan ben je echt heel, heel erg dom. Hard werken is dus een risico. Als je er met de pet naar gooit, kun je altijd zeggen dat een slechte prestatie komt omdat je niets gedaan hebt. Afhankelijk van de groepsnormen in de klas kan dat nog ‘cool’ zijn ook.
    Als kinderen geen grip hebben op hoe ze het tot een goed resultaat kunnen brengen is het makkelijker om zich te verschuilen achter desinteresse, niet belangrijk, saai, irrelevant, belachelijke of onterechte opdracht. Alles wordt uit de kast getrokken om de uitdaging niet aan te hoeven gaan.

Opvoeden is balanceren; een samenspel van sturing geven en volgen(steunen). Of je kiest voor sturing geven of volgen hangt af van het effect ervan op de beslissing die het kind over zichzelf neemt. Als hij bezig is zijn eigen weg te vinden die bij hem past dan is volgen prima, maar als hij hobbels uit de weg gaat en als zijn aanpak zijn gevoel  van onvermogen en hulpeloosheid versterkt dan is sturing geven gewenst. Hieronder volgt hoe je sturing  kunt geven  i.p.v. de strijd aan te gaan.

Werkwijze.

Maak duidelijk dat het voor ieder mens belangrijk is om positieve emoties te ervaren en bevestig dat het belangrijk is dat er voldoende ruimte is voor de leuke dingen. Inventariseer samen met je kind de dingen die voor hem belangrijk zijn en waar hij energie van krijgt of blij van wordt. Vraag aan je kind bij het bespreken van zijn planning/aanpak, hoe hij er voor zorgt dat ook zijn leuke dingen voldoende ruimte krijgen.
Als je kind al helemaal ‘in de uit-stand staat’ en geen idee heeft waar hij energie van krijgt (behalve misschien van gamen), dan is de eerste essentiële stap om te ontdekken waar hij (buiten het gamen) energie van krijgt en daar ruimte voor te creëren.

Erken hun beleving, zet in perspectief en geef richting. Zeg zonder sarcasme, op vriendelijke, ferme toon dingen als “Ja, dat ben je niet gewend, om meer dan een half uur aan een huiswerkopdracht te moeten besteden. Ik snap dat dat nog voelt als heel hard werken, daar zul je nog wel in groeien.”

Als iemand direct profijt heeft van wat hij leert, is het vanzelfsprekend dat hij het wil leren. Maar als het nut niet meteen helder is dan heeft hij een goede reden nodig om zijn energie eraan te besteden.  Zingeving is belangrijk. Ontdek samen motiverende/passende doelen. Realiseer je dat zijn doelen anders kunnen zijn dan de jouwe. Kies iets dat je kind aanspreekt en dat tot groei leidt;  bijvoorbeeld overgaan naar de volgende klas omdat hij bij zijn vrienden in de klas wil blijven. Of eindexamen vwo halen om archeologie te kunnen studeren.

Verleg de aandacht van de inhoud of de resultaten naar het proces om te ontdekken hoe je kind het werk aan wil pakken.
Tijdens consulten deze week bleek dat ik in mijn vorige blog kennelijk niet duidelijk genoeg had gemaakt dat procesbegeleiding altijd in relatie is tot een doel.  Het resultaat los laten betekent niet dat een 3 halen ook oké is. Waar het om gaat is dat je een doel stelt en onderzoekt  of het doel behaald is en zo niet, wat er dan nodig is om het doel wel te behalen. Als zijn doel is om over te gaan naar de volgende klas en hij een voldoende moet staan voor een bepaald vak dan betekent een 3 voor dat vak dat het doel niet is behaald. Je focus ligt vervolgens bij het proces, het ontdekken wat er nodig is om die voldoende wel te halen i.p.v.  je te beperken tot het beoordelen van het resultaat (3 = slecht= reprimande/sanctie).
Het gaat om de relatie tussen het gewenste doel/resultaat en de route er naar toe.
Vertaal een niet gehaald doel naar een te leren vaardigheid of een nog te ontdekken aanpak. Bijvoorbeeld: hoe krijg je jezelf gemotiveerd om zo’n saai werkje als woordjes leren toch voor elkaar te krijgen.

In de blog “Hoe je een goede werkhouding stimuleert” staat beschreven hoe je een vast bespreekmoment introduceert waarin je samen vooruit kijkt en terugblikt op de gekozen aanpak. Zo help je je kind grip te krijgen.

Wees je bewust van de hierboven beschreven belemmeringen en uitvluchten. Als je kind geen grip heeft zal hij zijn doel laag kiezen.
Bijvoorbeeld: Je zoon moet een presentatie maken en hij vindt  voorlezen van een blaadje papier goed genoeg. Als dat een keer gebeurt, prima, hij zal van de feedback die hij op school krijgt wel leren. Maar als je merkt dat een ‘gemakzuchtige’ of ongeïnteresseerde houding structureel is dan is hij iets uit de weg aan het gaan en is hij aan het onderpresteren. Hij heeft geen grip en heeft jouw vertrouwen en sturing nodig om grip te krijgen en zijn drempels te overwinnen. Geen grip kan op verschillende manieren een rol spelen. Hij kan bijvoorbeeld het nut er niet van inzien en niet weten hoe hij er een zinvolle opdracht van kan maken of hij weet niet hoe hij een goede presentatie moet maken en durft dat niet toe te geven, enzovoort.
Sturing is ferm en vriendelijke tegelijk en klinkt bijvoorbeeld als volgt:

Voorbeeld 1:

Ouder:  Het valt me op dat je nu een paar keer een presentatie hebt gedaan waarbij je van een blaadje voorleest. Er zijn ook andere manieren om een presentatie te maken en ik denk dat het tijd is om eens iets anders uit te proberen.
Zoon: Nee hoor, daar heb ik geen zin in. Het is mijn presentatie en ik doe het op mijn manier.
Ouder: Ja klopt, het is jouw presentatie en het gaat er inderdaad om dat jij jouw manier ontdekt, dus jij mag kiezen, maar ik verwacht van je dat je een andere manier kiest dan van een blaadje voorlezen. Die route ken je nu wel.  Het is tijd om iets nieuws te leren. Je kunt powerpoint gebruiken of prezi of iets heel anders wat niemand verwacht. Dat is aan jou.
Zoon:  Nou dat ga ik echt niet doen hoor. Ik vind van mijn blaadje lezen goed genoeg en het is mijn presentatie.
Ouder: Snap ik,  je hebt er helemaal geen zin in. Je weet nu ook nog niet goed hoe je dat moet doen en dat is frustrerend. Toch is het belangrijk om dit soort dingen te ontdekken. (Leren om een goede presentatie te maken zal je in heel veel banen later goed van pas komen.) Wat wil je uitproberen, powerpoint, prezi of iets heel anders?

Voorbeeld 2:

Tijdens het vaste bespreekmoment heb je je kind gevraagd hoe hij zijn Franse repetitie wil voorbereiden. Hij heeft momenten gepland om woordjes te leren maar doet het niet. Bij het volgende gesprek  vraag je hoe het gegaan is en wordt het duidelijk dat hij zich er niet toe heeft kunnen zetten. Je hebt vragen gesteld om hem te laten ontdekken hoe hij het kan aanpakken ( met muziekje aan invoeren in wrts en daarna overhoren met  wrts, hij heeft dingen bedacht die hem motiveren om het toch te doen, zoals zichzelf iets leuks in het vooruitzicht stellen voor na het woordjes leren, en nog vele dingen meer. Toch constateren jullie voor de zoveelste keer dat het toch weer niet is gelukt; hij heeft geen woordjes geleerd.
Ouder : Dus het is niet gelukt om de Franse woordjes te leren?
Zoon: Nee ik snap ook niet waarom we zulke stomme dingen moeten doen. Ik ga later toch niets met Frans doen. Iedereen spreekt Engels. Het is volkomen nutteloos.
Ouder: Ja lastig hè om het dan toch op te brengen om zoiets stoms te doen, terwijl er zo veel leukere dingen zijn om te doen. Dat vind je nog lastig en lukt  nog niet goed en is iets dat je nog zult leren. Toch wil je wel overgaan naar de volgende klas en zo gaat dat niet gebeuren en dan baal je.
Zoon: Nee hoor het kan me niks schelen. Dan ga ik toch lekker naar de mavo.
Ouder: ja zo voelt dat nu omdat je baalt dat je zulke stomme dingen moet doen. Iedereen heeft wel eens zo’n baal moment. Dat gaat weer over als je meer grip krijgt en daar ga ik je bij helpen.Tot het je lukt om het op je eigen manier voor elkaar te krijgen doen we het even op mijn manier. Dat betekent dat we een paar momenten kiezen waarop jij een woordenlijst af hebt en dat ik controleer of je het kent.
Zoon:  Ja daaaag. Echt niet.
Ouder: Ik snap dat je er geen zin in hebt en toch is dit even wat er nodig is. Tot de volgende toets doen we het op deze manier. Daarna kunnen we bekijken of we het nog een keer zo doen of dat het je misschien al lukt om het op je eigen manier te doen.
Lees ook de blog “Hoe je je kind leert afspraken na te komen”.

Maak je punt; luister naar bezwaren en erken zijn beleving; herhaal je punt zolang dat nodig is. Geef niet op. Blijf vertrouwen uitstralen en houd vast aan je verwachtingen.
Als procesbegeleider stuur je aan op het overwinnen van een drempel niet op inhoudelijke perfectie.

Het verschil tussen ‘sturing geven’ en ‘de strijd aangaan’ is dat je bij ‘sturing geven’ vriendelijk en ferm doet wat nodig is (ook als je kind het niet leuk vindt en boos wordt) en bij ‘de strijd aangaan’ je handelt vanuit je eigen emotie. Iedere ouder wil het beste voor z’n kind en als je vindt dat hij zijn eigen glazen ingooit, is het logisch dat je je geïrriteerd voelt. Vanuit die irritatie voelen we vaak de urgentie om onmiddellijk op het onwenselijke gedrag te reageren.
Doe dit NIET!
Je reptielen brein is geactiveerd en je gaat onherroepelijk verwijten maken, veroordelen, zeuren en dan ben je z’n respect en z’n medewerking kwijt.  Je bent aan het strijden in plaats van sturing te geven.
Wees je bewust van je gevoel en reageer niet zolang je geïrriteerd, bezorgd, etc. bent. Het is nergens voor nodig om direct te reageren. Kalmeer en bedenk hoe je sturing kunt geven op de eerder omschreven manier.  Pas als je voldoende gekalmeerd bent, dingen vriendelijk kunt bespreken en in je kracht staat,  in plaats van in je frustratie, ga je het gesprek aan.

Tips en Valkuilen

Het is een valkuil om te denken dat hoogbegaafde kinderen stoppen met onderpresteren en lekker aan het werk gaan als ze meer uitdagend werk krijgen.  Dat kan inderdaad zo zijn als kinderen plezier beleven aan het uitdagende werk en voldoening ervaring. Maar dat is niet automatisch zo. Veel uitdagend werk is helemaal niet zo leuk. De frustratie als iets nog niet lukt en de angst om te falen kunnen zelfs toenemen. Houd een vinger aan de pols, begeleid op proces en help hen drempels te overwinnen en grip te krijgen.

Als kinderen al jaren ‘in hun hangmat liggen’ en niet weten dat het voldoening geeft om ergens moeite voor te doen, zullen ze zich verzetten om ergens vol voor te gaan. Je kunt voorleven,  je eigen ervaringen delen, oog hebben voor de dingen waar ze zich wel voor inzetten en dit positief bekrachtigen, hoge verwachtingen neerzetten en het proces begeleiden om drempels te overwinnen zoals ik hierboven heb  beschreven en ongetwijfeld helpt dat.  Maar als ze in een omgeving verkeren waar de verwachtingen laag zijn en ze wegkomen met een halfslachtige poging dan is het dweilen met de kraan open.  Onderzoek in dat geval hoe je zijn omgeving zo kunt plooien dat hij zichzelf tegen komt en aan de bak moet en begeleid zorgvuldig zijn leerproces.

Hoe je je kind door een studie-dip heen helpt

Doel:

‘gebruiksaanwijzing’ ontdekken en bouwstenen bieden voor een goede werkhouding.

Achtergrond informatie.

De tweede klas van de middelbare school is een berucht jaar. De spannende nieuwigheid is eraf en de hoeveelheid werk en de moeilijkheidsgraad zijn behoorlijk toegenomen vergeleken bij de 1e klas. Veel kinderen merken dat er een tandje bij moet om de eindstreep te halen.
Maar hoe doe je dat eigenlijk?
Veel hoogbegaafde kinderen lopen er tegen aan dat ze eigenlijk niet goed weten hoe ze hun werk aan moeten pakken als het moeilijker wordt. Het hoofdstuk doorlezen was genoeg voor een voldoende. Een dag van te voren een woordenlijst doornemen leverde goede resultaten op. Vaak komt er een punt, en vaak is dat in de tweede klas, waar hun aanpak niet meer werkt en er onvoldoendes vallen. Dat knaagt aan het zelfvertrouwen en als de onvoldoendes zich opstapelen kunnen ze in een fikse studie-dip belanden. Het wordt steeds moeilijker om de telefoon weg te leggen en aan de slag te gaan, het heeft toch geen zin. Of, waarom zou je je druk maken om die stomme vakken op school, het is toch totaal niet interessant of relevant.

Kinderen willen graag hun weg vinden in werk dat bij hen past en goede resultaten halen. Als dat niet lukt kunnen ze zich verschuilen achter “niet belangrijk”, “saai”, “ik kan het niet”, “het heeft toch geen zin”,  ”vergeten”, enzovoort. De verleiding is dan misschien groot om te vertellen hoe het moet, aan te jagen of terecht te wijzen. En voor je het weet besteed je als ouder uren aan extra uitleg en overhoren of beland je in een strijd met je kind om ervoor te zorgen dat hij goede cijfers haalt.
Het voedt waarschijnlijk alleen maar hun angst om te falen waardoor het verzet of hun hulpeloosheid groeit. Als de strijd om het schoolwerk de relatie te veel onder spanning zet, laten ouders uiteindelijk los, in de hoop dat ie wel zal leren als hij zijn neus stoot.

Gelukkig is er een andere route. Een route die verbindend werkt en je kind de steun biedt om zijn eigen weg te vinden. Een route waarbij de ouder zich als procesbegeleider opstelt in plaats van als aanjager of inhoudelijk hard gaat werken.  In deze blog ga ik in op het omgaan met kinderen die wel hard werken maar waarbij het niet lukt. In de volgende blog zal ik ingaan op het omgaan met kinderen die hun tijd liever aan andere dingen besteden dan aan schoolwerk.

Werkwijze.

Word proces-begeleider

Verleg de aandacht van de inhoud of de resultaten naar het proces om te ontdekken hoe je kind het werk aan wil pakken.

Maak duidelijk dat de schoolperiode voor je kind een periode is om te ontdekken hoe hij later goed kan functioneren in de maatschappij. Dat betekent dat hij in aanraking komt met veel verschillende dingen zodat hij kan uitvinden wat bij hem past. Een aantal daarvan vindt hij leuk en interessant en soms moet hij dingen doen die hij nog niet kan of stomvervelend of nutteloos vindt. Het gaat erom om te ontdekken hoe hiermee om te gaan, grip te krijgen en een goede balans te vinden die bij hem past. Ook in de leukste baan van de wereld komt iemand momenten tegen die niet leuk zijn en zal hij zichzelf moeten overwinnen. De inhoud van de vakken op school is belangrijk maar het gaat nog veel meer om het ontdekken hoe hij met dingen omgaat en hoe hij hobbels overwint.  Welke kwaliteiten en interesses heeft hij, welke manieren van werken passen het beste bij hem en hoe krijgt hij grip op zijn werk/situatie?

Houd dit lange termijn doel voor ogen en vraag je bij alles wat je over schoolwerk zegt/doet af of het bijdraagt aan deze ontdekkingstocht. Kies bewust wat je wel of niet zegt/doet.
Vraag je bijvoorbeeld af hoe overhoren bijdraagt aan zijn leerproces. Het kan zeker waardevol zijn om te overhoren als het je kind helpt om een nieuwe strategie te ontdekken zoals bijvoorbeeld dat opdelen en herhalen wel resultaat oplevert, of dat het helpt als je een stok achter de deur hebt om aan de slag te gaan. Maak dit expliciet zodat hij grip krijgt op hoe hij het werk aan kan pakken. Minder effectief is het als het overhoren een makkelijke manier is om de inhoud tot zich te nemen die minder tijd kost dan bijvoorbeeld woordenlijsten invoeren in wrts (overhoorprogramma).
Kortom: Wees je bewust van wat je kind leert van jouw opmerking of aanpak?

Vertaal een probleem naar een te leren vaardigheid of te ontdekken aanpak.

Bijvoorbeeld: Je dochter besteedt veel tijd aan het leren van geschiedenis. Ze maakt van iedere paragraaf een samenvatting en leert die uit het hoofd. Een serieuze aanpak, maar helaas leidt het niet tot het gewenste resultaat. Ondanks haar inzet haalt ze de ene onvoldoende na de andere.

  • Accepteer haar gevoelens, laat haar uitrazen als dat nodig is en erken haar frustratie.
  • Straal bewust vertrouwen uit.
  • Zeg dingen in de lijn van: “Dit betekent dat je nog iets te ontdekken hebt in hoe je het aan kunt pakken. Heb je al een idee wat er misgaat of moet je daar nog achter komen?”
    NB: hierin zit de suggestie dat de onvoldoende niet komt omdat ze het niet kan (fixed mindset), maar dat ze alleen nog maar hoeft te ontdekken hoe ze het wel moet aanpakken. Deze suggestie zal ze overnemen, misschien niet meteen maar zeker na een paar keer.
  • Plavei de weg naar ‘wat werkt wel?’
    Meer van het zelfde doen werkt niet. Ze zal zich bewust moeten worden dat een andere strategie, een andere manier van voorbereiden nodig is om de resultaten te verbeteren. Vaak zijn kinderen zich daar helemaal niet van bewust. Ze gaan uit van één strategie en als die niet werkt dan denken ze dat ze het niet kunnen en geven ze het op, of ze gaan heel gefrustreerd meer van hetzelfde doen.
    Kinderen kunnen zich enorm verzetten om te erkennen dat iets anders nodig is, want dat voelt als falen. Laat je niet meeslepen door de emoties en wees je bewust van je rol als procesbegeleider. Stuur op proces niet op inhoud. Dat betekent dat jij niet hoeft te weten en te vertellen hoe die andere aanpak moet zijn, maar dat je vertrouwen in haar uitstraalt en ferm en vriendelijk stimuleert om op zoek te gaan naar een andere aanpak.
    Zoals bijvoorbeeld:  “Wie zou je kunnen helpen om een andere aanpak te ontdekken?”, of “Op welk moment zal ik even met je meedenken over andere manieren van voorbereiden” of “Hoe wil je er achter komen hoe je het anders kunt aanpakken?”
    Soms kan “Wat zou je een volgende keer anders kunnen doen” ook stimulerend werken, maar het kan ook te hoog gegrepen zijn als ze nog geen idee heeft.
    Waarschijnlijk moet ze even een drempel over dus let op richtinggevend taalgebruik en maak het niet te vrijblijvend, zoals: “Zal ik meedenken?” Antwoord: “Nee.” Uitgepraat.
  • Houd vol tot het lukt.
    Het is vaak niet meteen duidelijk wat precies nodig is, anders zou ze het wel al zo doen.
    (In dit voorbeeld i.p.v. gericht te zijn op feiten reproduceren, een geschiedkundige periode leren begrijpen en doorgronden bijvoorbeeld door een mindmap te maken waarin ze verbanden legt, of overeenkomsten en verschillen aangeeft met andere periodes, etc.)
    Het gaat erom dat ze verschillende manieren blijft uitproberen tot het lukt, en daar heeft ze jouw steun en vertrouwen voor nodig, want natuurlijk is het nog extra frustrerend als een andere aanpak ook niet meteen de gewenste verbetering oplevert. Juist dan is het extra belangrijk om dezelfde boodschap uit te blijven dragen. Richt je op vertrouwen uitstralen en het ontdekken van een andere aanpak die wel werkt.

Communiceer open en eerlijk

Wees duidelijk en open, benoem wat je ziet zonder verwijt of beschuldiging, en stel vervolgens vragen om te ontdekken hoe het voor je kind werkt.
Bijvoorbeeld: “Het valt me op dat je regelmatig stress hebt om je huiswerk af te hebben en goed voorbereid te zijn voor een toets. Herken je dat? Wat ga je anders doen om niet meer zo veel stress te hebben?”.

Laat ballonnetjes op om bewustwording te creëren?

Bijvoorbeeld: “De één kan makkelijker aan de slag gaan als hij na school eerst even iets doet om te ontspannen, een ander kan juist beter meteen aan de slag gaan omdat hij het moeilijk vindt om te stoppen als hij met iets leuks bezig is. Heb jij al ontdekt wat voor jou het beste werkt?  Nee: iets om voor jezelf uit te vinden. Ja: Hoe werkt het voor jou?
(I.p.v. “leg die telefoon eens weg en ga aan de slag!”).

Op welke momenten/ hoe lang  achter elkaar kan jij je het beste concentreren? Ben je je hiervan bewust als je je werk inplant? Kies je bewust wanneer je leer- of maakwerk doet? Nee: iets om voor jezelf uit te vinden. Ja: Hoe doe jij dat?

Deel je eigen ervaringen.

Laat zien dat het normaal is om te balen als een taak nog niet lukt en je je ergens toe moet zetten. Bijvoorbeeld:
“Ik ben wat prikkelbaar want ik ben ontevreden over ……. omdat het me nog niet zo goed lukt”
“ Ik heb helemaal geen zin om ……, ik ben het zat en wou dat ik het al af had.  Ik ga nog even tot 16.30 uur buffelen en dan is het genoeg geweest en ga ik wat leuks doen. Doe je met me mee? Wat stel jij je ten doel? Wat zullen we om 16.30 uur doen zodat we iets hebben om naar uit te kijken?

Tips en Valkuilen

Vaak hoor ik van ouders “mijn kind wil helemaal niet praten en staat niet open voor hulp”. Voor alles is een reden. Misschien heeft hij niet het vertrouwen dat het hem oplevert wat hij wil. Of misschien reageert hij zijn angst af dat het niet lukt. Als ze midden in een dip zitten en nog niet zien hoe ze eruit moeten komen verzetten ze zich. Dat is normaal. Gebruik die momenten om je dieper bewust te worden van je  eigen gedrag. Lukt het om vertrouwen te blijven uitstralen en procesgericht te blijven?
Geef niet op. Als de angst groot is kan het verzet hevig zijn, maar juist dan hebben ze je het hardste nodig. Mijn ervaring is dat als ik op de lastige momenten (frustratie of desinteresse) hun ervaring accepteer en erken, maar zelf daadkrachtig, vriendelijk en procesgericht blijf, ze uiteindelijk belangrijke leermomenten ervaren die ons contact zelfs verdiepen. Vaak bedanken ze me na afloop van zo’n worstel moment voor mijn hulp.

Wees beducht voor de weinig behulpzame maar helaas veel voorkomende overtuiging: “Je hebt VWO niveau of je hebt het niet en als je onvoldoendes haalt is dat een bewijs dat je kennelijk het niveau niet aan kan en je beter op je plek bent op een lager niveau.” Ik wil niet beweren dat iedere hoogbegaafde op z’n plek zit op het VWO. Als iemand z’n kwaliteiten en interesses op een heel ander vlak liggen kan een andere route wellicht beter aansluiten. Toch denk ik dat het vaak een valkuil is om uit te gaan van een vaststaand niveau en de resultaten vanuit die blik te interpreteren. “Wat werkt wel?” brengt iemand op de plek die bij hem past.

Hoe je je kind helpt drempels te overwinnen.

Doel: werkelijke groei en voldoening ervaren

Achtergrond informatie.

Ieder mens komt drempels tegen op zijn weg. Mensen die hun drempels overwinnen weten dat dit voldoening geeft en tot werkelijke groei leidt.  Maar drempels overwinnen gaat niet vanzelf; er is lef en inspanning voor nodig en soms hebben kinderen een steuntje in de rug nodig om de uitdaging aan te gaan.

Veel hoogbegaafde kinderen zijn bang  om te falen en gaan uitdagingen uit de weg. Ze blokkeren op verschillende manieren:

  • Ze zien overal beren op de weg en beginnen daarom nergens aan.
  • Ze vinden juist alles leuk, beginnen overal aan, maar geven het snel op als het moeilijk wordt en storten zich vol overgave op de volgende activiteit.
  • ze hebben zoveel ideeën dat ze niet kunnen kiezen en komen daarom tot niets.
  • ze willen alleen perfecte resultaten en geven op als ze niet aan hun maatstaven kunnen voldoen.
  • ze zijn niet gewend om inspanning te leveren en bedenken allerlei argumenten om onder werk uit te komen (‘saai’, ‘kan ik al’; soms is dat ook zo maar soms is het een smoes)
  • ze hebben geen flauw idee hoe ze het werk moeten aanpakken en schamen zich daarvoor.
  • ze raken verstrikt in het afreageren (driftbuien, snauwen) van hun spanning enz.
  • …..

Al deze kinderen hebben er baat bij om een drempel te overwinnen. Ze hebben zelf geen vertrouwen in hun kunnen en zijn bang om te falen. Jouw vertrouwen is daarom van cruciaal belang. Ze hebben het nodig dat jij als ouder je niet laat meeslepen door bezorgdheid en frustratie maar dat jij nadrukkelijk vertrouwen blijft houden en aanmoedigt om de drempel te overwinnen.

Er zijn echter een paar valkuilen waardoor ouders het vermijdingsgedrag onbedoeld in stand houden.

Een eerste valkuil is onze gangbare manier van prijzen die faalangst in de hand werkt. In het artikel “Hoe je een kind helpt faalangst te overwinnen” bespreek ik op welke manier prijzen ineffectief is en hoe je in plaats van prijzen kunt bemoedigen en een groeimentaliteit kunt ontwikkelen.

Deze blog gaat over een tweede valkuil, namelijk redden en overbeschermen. Ouders vinden het doorgaans moeilijk om hun kind ongelukkig en gefrustreerd te zien. Veel ouders (mezelf incluis) zijn daarom geneigd om frustraties te voorkomen en drempels glad te strijken. Maar kinderen zijn hier niet bij gebaat. Ze hebben sturing nodig om hun eigen weg te ontdekken en hun drempels te overwinnen.

Een jong vogeltje wordt door z’n ouders uit het nest gewipt zodat het gaat vliegen. Ook onze kinderen moeten af en toe uit hun comfortzone om te leren omgaan met spanning en frustratie en om veerkracht te ontwikkelen.
Hoe meer je als ouder ingrijpt om spanning en frustratie te voorkomen, overneemt en redt hoe meer je kind zijn vertrouwen in eigen kunnen kwijtraakt of ervan uit leert gaan dat anderen verantwoordelijk zijn voor zijn geluk.

Hoe dan wel?

Werkwijze.

  1. Word je bewust van de interactiepatronen binnen jouw gezin. Op welke manier gaat jouw kind uitdaging uit de weg? Hoe voel jij je daarbij en wat is je automatische reactie. Is dat effectief of is het nodig om je kind net als het jonge vogeltje een duwtje te geven om de uitdaging wel aan te gaan?
  • Een voorbeeld: Mijn dochter kwam totaal van haar stuk thuis. Ze had met vriendinnen afgesproken om gezamenlijk naar het zwembad te fietsen, maar de vriendinnen waren zonder op haar te wachten alvast vertrokken. Mijn dochter voelde zich diep ongelukkig, stortte zich op de bank en was niet van plan daar nog af te komen die middag. Mijn neiging was om haar te troosten en samen iets leuks te doen om haar verdriet te vergeten maar ik koos bewust een andere route.
    Nadat ik haar even had laten uitrazen zei ik “ik zie hoe boos en verdrietig je bent”.
    Dochter (jammerend)  “Ja, Ze zijn gewoon zonder mij vertrokken. Dat is toch gemeen?!!!”
    Ik: “Ik snap hoe je je voelt, ik voel me ook wel eens heel erg boos en verdrietig als mijn vriendinnen iets doen wat ik echt niet wil. Ik heb geleerd dat het belangrijk is om conflicten met vriendinnen op te lossen.”
    Dochter: “Nou, dat ga ik echt niet doen hoor. Ik hoef al niet meer met ze naar het zwembad. Ze zijn gemeen en ik hoef ze nooit meer te zien.”
    Ik: “Ja zo voelt dat, dat herken ik wel”. “En toch: Als je nu thuis blijft ga je je steeds rotter voelen. Ik weet hoe spannend het is om nu naar je vriendinnen toe te gaan en het uit te praten en toch is dat wat er nodig is”. “Heb je nog even tijd nodig om te kalmeren of lukt het al om na te denken over wat je wil zeggen?”
    Dochter: “Nog even kalmeren”
    Ik sla een arm om haar heen en geef haar een kus.
    Even later zeg ik: “Kom ik fiets even met je mee en als je wilt kan ik je onderweg helpen bedenken wat je kunt zeggen”.  Ze stapt onderweg nog een paar keer af omdat ze het niet wil aangaan. Ik luister actief en blijf bij mijn punt dat ze zich beter zal voelen als ze die drempel eenmaal genomen heeft.  Ik geef niet op, blijf vriendelijk en ferm.
    Als we uiteindelijk bij het zwembad aankomen zien we haar vriendinnen. Ik zeg vriendelijk (niet beschuldigend!) “ik geloof dat er iets is misgegaan en het lijkt me goed als jullie het daar over hebben”.  Er ontstaat een gesprek tussen mijn dochter en haar vriendinnen, ik trek me terug. Ze maken het weer goed en uiteindelijk hebben ze een heerlijke middag met elkaar.Soms is alleen jouw vertrouwen dat ze om zal weten te gaan met haar teleurstelling voldoende. In dit geval  koos ik ervoor om meer sturing te geven omdat ik het een situatie vond om te leren omgaan met conflicten. Mijn dochter was 10. Ik denk dat het nog passend was dat ik de springplank naar haar vriendinnen was en het gesprek op gang bracht. Als ze ouder was geweest was dit misschien niet meer passend geweest.

Wat ik wil zeggen is: zoek je eigen weg die bij jou en je kind past. Waar het om gaat is dat je een bewuste keuze maakt in welke boodschap je je kind meegeeft in plaats van je te laten leiden door emoties. Wees  vriendelijk/respectvol en ferm tegelijk en geef de sturing die helpt een drempel te overwinnen.

  1. Erken, benoem en accepteer de gevoelens van je kind. Het is oké als je kind gefrustreerd is of gespannen. Zie het als een kans om veerkracht te ontwikkelen. Gevoelens hoeven niet te worden weggepoetst.
  • Accepteer dat je kind zenuwachtig is voor een voorstelling of een presentatie. Benoem dat het normaal is om spanning te ervaren en dat dit went als hij het vaker doet. Zoek zo nodig samen naar acceptabele manieren om spanning af te laten vloeien.
  1. Zie strubbelingen als kans om te leren. Straal bewust vertrouwen uit dat je kind z’n weg zal vinden. Laat je niet meeslepen door medelijden. Pas op dat je je verwachtingen niet te snel naar beneden bijstelt om frustratie te voorkomen of je kind gaat ‘redden’.
  • Je zoon komt diep bedroefd thuis met een onvoldoende voor zijn Engelse woordjes dictee. Hij had alle woordjes goed maar had niet op hoofdletters en punten gelet. Dat leverde veel fouten op. Hij klaagt dat het niet eerlijk is.
    Ouder: “Je bent echt teleurgesteld hè dat je een onvoldoende hebt en je vindt dat je een hoger cijfer verdient”
    Zoon: “ja ! het is echt niet eerlijk.”
    Ouder (begripvol en vriendelijk) : “ik zie het aan je, je baalt er echt van”.  “Ik heb er alle vertrouwen in dat het een volgende keer wel lukt, want je zult nu vast niet meer vergeten om hoofdletters en punten te gebruiken, denk je ook niet?”
  • Je dochter klaagt dat ze van haar teamgenoten nooit de bal krijgt. Erken haar gevoel zonder het op te willen lossen en vertrouw erop dat ze er mee om leert gaan. Als er meer nodig is zeg je: “Wil je gewoon even je hart luchten of wil je dat ik met je mee denk over hoe je dit op kunt lossen?”
  1. Waardeer pogingen en zie de vooruitgang.
  1. Wees je ervan bewust dat je met alles wat je doet en zegt een impliciete boodschap afgeeft. Welke boodschappen zend jij? Straal je vertrouwen uit en ben je er om te steunen of leert je kind dat hij incapabel is, beschermd moet worden,….?
  • Je kind geeft aan dat het werk zo saai is.
    Ga je zelf met de leerkracht praten en zorg jij dat je kind ander werk krijgt? Of stimuleer en ondersteun je je kind om zijn behoeften met de leerkracht te bespreken en zo nodig oplossingen te zoeken?
    De impliciete boodschap is heel verschillend. Bij de eerste variant leert je kind dat hij beschermd moet worden. Bij de tweede dat het oké is om voor jezelf op te komen en je eigen weg te zoeken.
    Bij een jong kind kun je meegaan om hem te ondersteunen bij zijn gesprek.
  1. Neem niet over als een kind zich geen raad weet met een opdracht maar geef constructieve feedback die helpt om te begrijpen hoe hij dingen voor elkaar kan krijgen.
    Het is oké om een eerste stap te tonen, iets voor te doen, gerichte aanwijzingen te geven, maar weersta de verleiding om het over te nemen en het voor hem te doen. Laat hem aan de andere kant ook niet aan z’n lot over als hij het opgeeft en denkt het niet te kunnen.
  1. Stel vragen die je kind helpen om grip te krijgen.
    Veel hoogbegaafde kinderen hebben veel associaties bij een onderwerp, leggen allerlei verbanden tussen onderwerpen en/of stellen hoge doelen die niet één twee drie bereikbaar zijn. Ze zien door de bomen het bos niet meer en weten niet hoe ze hun taak zullen aanpakken. Vaak werkt het goed om (in plaats van te vertellen hoe je kind het moet doen) vragen te stellen die helpen om zijn gedachten te ordenen, de taak in deeltaken op te delen en keuzes te maken.
    Het onderstaande schema kan helpen om goede vragen te bedenken. Ik heb het overgenomen van mijn ECHA-collega Jan van Os. Het geeft een overzicht van de verschillende fasen die mensen doorlopen bij het maken van een opdracht en de vragen die bij de verschillende fasen horen. Het schema is slechts een hulpmiddel .  Het doel is om goed aan te sluiten bij de beleving van jouw kind en de hobbels die hij te nemen heeft.
 ACTIVITEIT: VRAGEN:
Oriënteren Wat verwacht ik?Wat moet ik weten om dit te kunnen?
Voorkennis activeren Wat weet ik al?Wat herken ik in de taak?
Doel stellen Wat ga ik bereiken? Hoe zie dat er uit?(hoe snel wil ik, op welk resultaat mik ik?)
Plan maken Wat is mijn plan? Hoe pak ik het aan? (systeem)Wanneer doe ik het? Hoe lang ga ik er over doen?
Plan uitvoeren Doe ik nu wat ik van plan was?Gebruik ik mijn tijd zoals gepland?
Monitoren Doe ik het goed? Heb ik mijn aandacht erbij? Is het waar wat ik lees? Kan ik het navertellen (checken)
Mezelf corrigeren Wat kan ik beter anders doen?
De taak evalueren Heb ik mijn doel bereikt?Kan ik het in eigen woorden zeggen?Is de uitkomst wat ik ervan verwacht had?
Mezelf evalueren Heb ik het goed aangepakt? Heb ik het goed opgelost?Wat heb ik geleerd?
Reflecteren Moet ik iets aanpassen?

 

  1. Prik door passiviteit heen als deze voortkomt uit faalangst.

Er is niets mis met lekker lummelen en dingen in je comfortzone doen. Als je kind lekker in z’n vel zit en niet wegloopt voor moeilijke dingen zou ik hem lekker laten gaan. Maar let op, want het kan ook een manier zijn om moeilijke dingen uit de weg te gaan en dan is wat meer sturing op z’n plaats.

  • Bijvoorbeeld: Als je kind bang is dat hij niet goed is in sporten en de zwakste schakel van het team zal zijn, wil hij misschien helemaal niet sporten. Toch kan dat wel goed voor hem zijn; zowel voor de fysieke inspanning als om te leren omgaan met de moeilijkheden die hij binnen het sporten tegen komt.
    Bedenk wat je een reële inspanning vindt, verwoord je verwachtingen en moedig je kind aan. Bijvoorbeeld:
    “Ik vind het belangrijk dat mensen sporten omdat fysieke inspanning gezond is (en eventuele verdere uitleg)”.  Ik verwacht van jou ook dat jij een sport kiest. Luister met echte belangstelling naar zijn verzet, angst, ……  Zoek naar oplossingen maar blijf bij je grondwaarde. Ik begrijp……….. en toch vind ik het belangrijk dat…..
  1. Laat je kind eerst een hobbel overwinnen voordat hij mag switchen van sport/activiteit.
    • Sommige kinderen vinden alles leuk en hebben het nodig om te snuffelen aan van alles en nog wat.  Laat deze kinderen kennismaken met een breed aanbod aan activiteiten en bied hen de mogelijkheid om te ontdekken waar hun interesse ligt.
      Maar let op, ook hier ligt een valkuil op de loer. Sommige kinderen willen van activiteit switchen omdat ze op een punt komen waar het niet meer goed lukt en ze het gevoel hebben dat ze falen. Als je kind op die momenten afhaakt leert je kind uitdaging te vermijden en de gemakkelijkste route te kiezen. Als dit het geval is onderzoek dan tegen welke hobbel ze aanlopen, stel een doel, laat ze eerst dat doel behalen voordat ze mogen switchen.

Heb jij goede voorbeelden hoe je je kind hielp een drempel te overwinnen? Inspireer ons door je ervaring met ons te delen in het onderstaand opmerkingen veld.