Tagarchief: faalangst

Hoe je je kind door een studie-dip heen helpt

Doel:

‘gebruiksaanwijzing’ ontdekken en bouwstenen bieden voor een goede werkhouding.

Achtergrond informatie.

De tweede klas van de middelbare school is een berucht jaar. De spannende nieuwigheid is eraf en de hoeveelheid werk en de moeilijkheidsgraad zijn behoorlijk toegenomen vergeleken bij de 1e klas. Veel kinderen merken dat er een tandje bij moet om de eindstreep te halen.
Maar hoe doe je dat eigenlijk?
Veel hoogbegaafde kinderen lopen er tegen aan dat ze eigenlijk niet goed weten hoe ze hun werk aan moeten pakken als het moeilijker wordt. Het hoofdstuk doorlezen was genoeg voor een voldoende. Een dag van te voren een woordenlijst doornemen leverde goede resultaten op. Vaak komt er een punt, en vaak is dat in de tweede klas, waar hun aanpak niet meer werkt en er onvoldoendes vallen. Dat knaagt aan het zelfvertrouwen en als de onvoldoendes zich opstapelen kunnen ze in een fikse studie-dip belanden. Het wordt steeds moeilijker om de telefoon weg te leggen en aan de slag te gaan, het heeft toch geen zin. Of, waarom zou je je druk maken om die stomme vakken op school, het is toch totaal niet interessant of relevant.

Kinderen willen graag hun weg vinden in werk dat bij hen past en goede resultaten halen. Als dat niet lukt kunnen ze zich verschuilen achter “niet belangrijk”, “saai”, “ik kan het niet”, “het heeft toch geen zin”,  ”vergeten”, enzovoort. De verleiding is dan misschien groot om te vertellen hoe het moet, aan te jagen of terecht te wijzen. En voor je het weet besteed je als ouder uren aan extra uitleg en overhoren of beland je in een strijd met je kind om ervoor te zorgen dat hij goede cijfers haalt.
Het voedt waarschijnlijk alleen maar hun angst om te falen waardoor het verzet of hun hulpeloosheid groeit. Als de strijd om het schoolwerk de relatie te veel onder spanning zet, laten ouders uiteindelijk los, in de hoop dat ie wel zal leren als hij zijn neus stoot.

Gelukkig is er een andere route. Een route die verbindend werkt en je kind de steun biedt om zijn eigen weg te vinden. Een route waarbij de ouder zich als procesbegeleider opstelt in plaats van als aanjager of inhoudelijk hard gaat werken.  In deze blog ga ik in op het omgaan met kinderen die wel hard werken maar waarbij het niet lukt. In de volgende blog zal ik ingaan op het omgaan met kinderen die hun tijd liever aan andere dingen besteden dan aan schoolwerk.

Werkwijze.

Word proces-begeleider

Verleg de aandacht van de inhoud of de resultaten naar het proces om te ontdekken hoe je kind het werk aan wil pakken.

Maak duidelijk dat de schoolperiode voor je kind een periode is om te ontdekken hoe hij later goed kan functioneren in de maatschappij. Dat betekent dat hij in aanraking komt met veel verschillende dingen zodat hij kan uitvinden wat bij hem past. Een aantal daarvan vindt hij leuk en interessant en soms moet hij dingen doen die hij nog niet kan of stomvervelend of nutteloos vindt. Het gaat erom om te ontdekken hoe hiermee om te gaan, grip te krijgen en een goede balans te vinden die bij hem past. Ook in de leukste baan van de wereld komt iemand momenten tegen die niet leuk zijn en zal hij zichzelf moeten overwinnen. De inhoud van de vakken op school is belangrijk maar het gaat nog veel meer om het ontdekken hoe hij met dingen omgaat en hoe hij hobbels overwint.  Welke kwaliteiten en interesses heeft hij, welke manieren van werken passen het beste bij hem en hoe krijgt hij grip op zijn werk/situatie?

Houd dit lange termijn doel voor ogen en vraag je bij alles wat je over schoolwerk zegt/doet af of het bijdraagt aan deze ontdekkingstocht. Kies bewust wat je wel of niet zegt/doet.
Vraag je bijvoorbeeld af hoe overhoren bijdraagt aan zijn leerproces. Het kan zeker waardevol zijn om te overhoren als het je kind helpt om een nieuwe strategie te ontdekken zoals bijvoorbeeld dat opdelen en herhalen wel resultaat oplevert, of dat het helpt als je een stok achter de deur hebt om aan de slag te gaan. Maak dit expliciet zodat hij grip krijgt op hoe hij het werk aan kan pakken. Minder effectief is het als het overhoren een makkelijke manier is om de inhoud tot zich te nemen die minder tijd kost dan bijvoorbeeld woordenlijsten invoeren in wrts (overhoorprogramma).
Kortom: Wees je bewust van wat je kind leert van jouw opmerking of aanpak?

Vertaal een probleem naar een te leren vaardigheid of te ontdekken aanpak.

Bijvoorbeeld: Je dochter besteedt veel tijd aan het leren van geschiedenis. Ze maakt van iedere paragraaf een samenvatting en leert die uit het hoofd. Een serieuze aanpak, maar helaas leidt het niet tot het gewenste resultaat. Ondanks haar inzet haalt ze de ene onvoldoende na de andere.

  • Accepteer haar gevoelens, laat haar uitrazen als dat nodig is en erken haar frustratie.
  • Straal bewust vertrouwen uit.
  • Zeg dingen in de lijn van: “Dit betekent dat je nog iets te ontdekken hebt in hoe je het aan kunt pakken. Heb je al een idee wat er misgaat of moet je daar nog achter komen?”
    NB: hierin zit de suggestie dat de onvoldoende niet komt omdat ze het niet kan (fixed mindset), maar dat ze alleen nog maar hoeft te ontdekken hoe ze het wel moet aanpakken. Deze suggestie zal ze overnemen, misschien niet meteen maar zeker na een paar keer.
  • Plavei de weg naar ‘wat werkt wel?’
    Meer van het zelfde doen werkt niet. Ze zal zich bewust moeten worden dat een andere strategie, een andere manier van voorbereiden nodig is om de resultaten te verbeteren. Vaak zijn kinderen zich daar helemaal niet van bewust. Ze gaan uit van één strategie en als die niet werkt dan denken ze dat ze het niet kunnen en geven ze het op, of ze gaan heel gefrustreerd meer van hetzelfde doen.
    Kinderen kunnen zich enorm verzetten om te erkennen dat iets anders nodig is, want dat voelt als falen. Laat je niet meeslepen door de emoties en wees je bewust van je rol als procesbegeleider. Stuur op proces niet op inhoud. Dat betekent dat jij niet hoeft te weten en te vertellen hoe die andere aanpak moet zijn, maar dat je vertrouwen in haar uitstraalt en ferm en vriendelijk stimuleert om op zoek te gaan naar een andere aanpak.
    Zoals bijvoorbeeld:  “Wie zou je kunnen helpen om een andere aanpak te ontdekken?”, of “Op welk moment zal ik even met je meedenken over andere manieren van voorbereiden” of “Hoe wil je er achter komen hoe je het anders kunt aanpakken?”
    Soms kan “Wat zou je een volgende keer anders kunnen doen” ook stimulerend werken, maar het kan ook te hoog gegrepen zijn als ze nog geen idee heeft.
    Waarschijnlijk moet ze even een drempel over dus let op richtinggevend taalgebruik en maak het niet te vrijblijvend, zoals: “Zal ik meedenken?” Antwoord: “Nee.” Uitgepraat.
  • Houd vol tot het lukt.
    Het is vaak niet meteen duidelijk wat precies nodig is, anders zou ze het wel al zo doen.
    (In dit voorbeeld i.p.v. gericht te zijn op feiten reproduceren, een geschiedkundige periode leren begrijpen en doorgronden bijvoorbeeld door een mindmap te maken waarin ze verbanden legt, of overeenkomsten en verschillen aangeeft met andere periodes, etc.)
    Het gaat erom dat ze verschillende manieren blijft uitproberen tot het lukt, en daar heeft ze jouw steun en vertrouwen voor nodig, want natuurlijk is het nog extra frustrerend als een andere aanpak ook niet meteen de gewenste verbetering oplevert. Juist dan is het extra belangrijk om dezelfde boodschap uit te blijven dragen. Richt je op vertrouwen uitstralen en het ontdekken van een andere aanpak die wel werkt.

Communiceer open en eerlijk

Wees duidelijk en open, benoem wat je ziet zonder verwijt of beschuldiging, en stel vervolgens vragen om te ontdekken hoe het voor je kind werkt.
Bijvoorbeeld: “Het valt me op dat je regelmatig stress hebt om je huiswerk af te hebben en goed voorbereid te zijn voor een toets. Herken je dat? Wat ga je anders doen om niet meer zo veel stress te hebben?”.

Laat ballonnetjes op om bewustwording te creëren?

Bijvoorbeeld: “De één kan makkelijker aan de slag gaan als hij na school eerst even iets doet om te ontspannen, een ander kan juist beter meteen aan de slag gaan omdat hij het moeilijk vindt om te stoppen als hij met iets leuks bezig is. Heb jij al ontdekt wat voor jou het beste werkt?  Nee: iets om voor jezelf uit te vinden. Ja: Hoe werkt het voor jou?
(I.p.v. “leg die telefoon eens weg en ga aan de slag!”).

Op welke momenten/ hoe lang  achter elkaar kan jij je het beste concentreren? Ben je je hiervan bewust als je je werk inplant? Kies je bewust wanneer je leer- of maakwerk doet? Nee: iets om voor jezelf uit te vinden. Ja: Hoe doe jij dat?

Deel je eigen ervaringen.

Laat zien dat het normaal is om te balen als een taak nog niet lukt en je je ergens toe moet zetten. Bijvoorbeeld:
“Ik ben wat prikkelbaar want ik ben ontevreden over ……. omdat het me nog niet zo goed lukt”
“ Ik heb helemaal geen zin om ……, ik ben het zat en wou dat ik het al af had.  Ik ga nog even tot 16.30 uur buffelen en dan is het genoeg geweest en ga ik wat leuks doen. Doe je met me mee? Wat stel jij je ten doel? Wat zullen we om 16.30 uur doen zodat we iets hebben om naar uit te kijken?

Tips en Valkuilen

Vaak hoor ik van ouders “mijn kind wil helemaal niet praten en staat niet open voor hulp”. Voor alles is een reden. Misschien heeft hij niet het vertrouwen dat het hem oplevert wat hij wil. Of misschien reageert hij zijn angst af dat het niet lukt. Als ze midden in een dip zitten en nog niet zien hoe ze eruit moeten komen verzetten ze zich. Dat is normaal. Gebruik die momenten om je dieper bewust te worden van je  eigen gedrag. Lukt het om vertrouwen te blijven uitstralen en procesgericht te blijven?
Geef niet op. Als de angst groot is kan het verzet hevig zijn, maar juist dan hebben ze je het hardste nodig. Mijn ervaring is dat als ik op de lastige momenten (frustratie of desinteresse) hun ervaring accepteer en erken, maar zelf daadkrachtig, vriendelijk en procesgericht blijf, ze uiteindelijk belangrijke leermomenten ervaren die ons contact zelfs verdiepen. Vaak bedanken ze me na afloop van zo’n worstel moment voor mijn hulp.

Wees beducht voor de weinig behulpzame maar helaas veel voorkomende overtuiging: “Je hebt VWO niveau of je hebt het niet en als je onvoldoendes haalt is dat een bewijs dat je kennelijk het niveau niet aan kan en je beter op je plek bent op een lager niveau.” Ik wil niet beweren dat iedere hoogbegaafde op z’n plek zit op het VWO. Als iemand z’n kwaliteiten en interesses op een heel ander vlak liggen kan een andere route wellicht beter aansluiten. Toch denk ik dat het vaak een valkuil is om uit te gaan van een vaststaand niveau en de resultaten vanuit die blik te interpreteren. “Wat werkt wel?” brengt iemand op de plek die bij hem past.

Hoe je je kind helpt drempels te overwinnen.

Doel: werkelijke groei en voldoening ervaren

Achtergrond informatie.

Ieder mens komt drempels tegen op zijn weg. Mensen die hun drempels overwinnen weten dat dit voldoening geeft en tot werkelijke groei leidt.  Maar drempels overwinnen gaat niet vanzelf; er is lef en inspanning voor nodig en soms hebben kinderen een steuntje in de rug nodig om de uitdaging aan te gaan.

Veel hoogbegaafde kinderen zijn bang  om te falen en gaan uitdagingen uit de weg. Ze blokkeren op verschillende manieren:

  • Ze zien overal beren op de weg en beginnen daarom nergens aan.
  • Ze vinden juist alles leuk, beginnen overal aan, maar geven het snel op als het moeilijk wordt en storten zich vol overgave op de volgende activiteit.
  • ze hebben zoveel ideeën dat ze niet kunnen kiezen en komen daarom tot niets.
  • ze willen alleen perfecte resultaten en geven op als ze niet aan hun maatstaven kunnen voldoen.
  • ze zijn niet gewend om inspanning te leveren en bedenken allerlei argumenten om onder werk uit te komen (‘saai’, ‘kan ik al’; soms is dat ook zo maar soms is het een smoes)
  • ze hebben geen flauw idee hoe ze het werk moeten aanpakken en schamen zich daarvoor.
  • ze raken verstrikt in het afreageren (driftbuien, snauwen) van hun spanning enz.
  • …..

Al deze kinderen hebben er baat bij om een drempel te overwinnen. Ze hebben zelf geen vertrouwen in hun kunnen en zijn bang om te falen. Jouw vertrouwen is daarom van cruciaal belang. Ze hebben het nodig dat jij als ouder je niet laat meeslepen door bezorgdheid en frustratie maar dat jij nadrukkelijk vertrouwen blijft houden en aanmoedigt om de drempel te overwinnen.

Er zijn echter een paar valkuilen waardoor ouders het vermijdingsgedrag onbedoeld in stand houden.

Een eerste valkuil is onze gangbare manier van prijzen die faalangst in de hand werkt. In het artikel “Hoe je een kind helpt faalangst te overwinnen” bespreek ik op welke manier prijzen ineffectief is en hoe je in plaats van prijzen kunt bemoedigen en een groeimentaliteit kunt ontwikkelen.

Deze blog gaat over een tweede valkuil, namelijk redden en overbeschermen. Ouders vinden het doorgaans moeilijk om hun kind ongelukkig en gefrustreerd te zien. Veel ouders (mezelf incluis) zijn daarom geneigd om frustraties te voorkomen en drempels glad te strijken. Maar kinderen zijn hier niet bij gebaat. Ze hebben sturing nodig om hun eigen weg te ontdekken en hun drempels te overwinnen.

Een jong vogeltje wordt door z’n ouders uit het nest gewipt zodat het gaat vliegen. Ook onze kinderen moeten af en toe uit hun comfortzone om te leren omgaan met spanning en frustratie en om veerkracht te ontwikkelen.
Hoe meer je als ouder ingrijpt om spanning en frustratie te voorkomen, overneemt en redt hoe meer je kind zijn vertrouwen in eigen kunnen kwijtraakt of ervan uit leert gaan dat anderen verantwoordelijk zijn voor zijn geluk.

Hoe dan wel?

Werkwijze.

  1. Word je bewust van de interactiepatronen binnen jouw gezin. Op welke manier gaat jouw kind uitdaging uit de weg? Hoe voel jij je daarbij en wat is je automatische reactie. Is dat effectief of is het nodig om je kind net als het jonge vogeltje een duwtje te geven om de uitdaging wel aan te gaan?
  • Een voorbeeld: Mijn dochter kwam totaal van haar stuk thuis. Ze had met vriendinnen afgesproken om gezamenlijk naar het zwembad te fietsen, maar de vriendinnen waren zonder op haar te wachten alvast vertrokken. Mijn dochter voelde zich diep ongelukkig, stortte zich op de bank en was niet van plan daar nog af te komen die middag. Mijn neiging was om haar te troosten en samen iets leuks te doen om haar verdriet te vergeten maar ik koos bewust een andere route.
    Nadat ik haar even had laten uitrazen zei ik “ik zie hoe boos en verdrietig je bent”.
    Dochter (jammerend)  “Ja, Ze zijn gewoon zonder mij vertrokken. Dat is toch gemeen?!!!”
    Ik: “Ik snap hoe je je voelt, ik voel me ook wel eens heel erg boos en verdrietig als mijn vriendinnen iets doen wat ik echt niet wil. Ik heb geleerd dat het belangrijk is om conflicten met vriendinnen op te lossen.”
    Dochter: “Nou, dat ga ik echt niet doen hoor. Ik hoef al niet meer met ze naar het zwembad. Ze zijn gemeen en ik hoef ze nooit meer te zien.”
    Ik: “Ja zo voelt dat, dat herken ik wel”. “En toch: Als je nu thuis blijft ga je je steeds rotter voelen. Ik weet hoe spannend het is om nu naar je vriendinnen toe te gaan en het uit te praten en toch is dat wat er nodig is”. “Heb je nog even tijd nodig om te kalmeren of lukt het al om na te denken over wat je wil zeggen?”
    Dochter: “Nog even kalmeren”
    Ik sla een arm om haar heen en geef haar een kus.
    Even later zeg ik: “Kom ik fiets even met je mee en als je wilt kan ik je onderweg helpen bedenken wat je kunt zeggen”.  Ze stapt onderweg nog een paar keer af omdat ze het niet wil aangaan. Ik luister actief en blijf bij mijn punt dat ze zich beter zal voelen als ze die drempel eenmaal genomen heeft.  Ik geef niet op, blijf vriendelijk en ferm.
    Als we uiteindelijk bij het zwembad aankomen zien we haar vriendinnen. Ik zeg vriendelijk (niet beschuldigend!) “ik geloof dat er iets is misgegaan en het lijkt me goed als jullie het daar over hebben”.  Er ontstaat een gesprek tussen mijn dochter en haar vriendinnen, ik trek me terug. Ze maken het weer goed en uiteindelijk hebben ze een heerlijke middag met elkaar.Soms is alleen jouw vertrouwen dat ze om zal weten te gaan met haar teleurstelling voldoende. In dit geval  koos ik ervoor om meer sturing te geven omdat ik het een situatie vond om te leren omgaan met conflicten. Mijn dochter was 10. Ik denk dat het nog passend was dat ik de springplank naar haar vriendinnen was en het gesprek op gang bracht. Als ze ouder was geweest was dit misschien niet meer passend geweest.

Wat ik wil zeggen is: zoek je eigen weg die bij jou en je kind past. Waar het om gaat is dat je een bewuste keuze maakt in welke boodschap je je kind meegeeft in plaats van je te laten leiden door emoties. Wees  vriendelijk/respectvol en ferm tegelijk en geef de sturing die helpt een drempel te overwinnen.

  1. Erken, benoem en accepteer de gevoelens van je kind. Het is oké als je kind gefrustreerd is of gespannen. Zie het als een kans om veerkracht te ontwikkelen. Gevoelens hoeven niet te worden weggepoetst.
  • Accepteer dat je kind zenuwachtig is voor een voorstelling of een presentatie. Benoem dat het normaal is om spanning te ervaren en dat dit went als hij het vaker doet. Zoek zo nodig samen naar acceptabele manieren om spanning af te laten vloeien.
  1. Zie strubbelingen als kans om te leren. Straal bewust vertrouwen uit dat je kind z’n weg zal vinden. Laat je niet meeslepen door medelijden. Pas op dat je je verwachtingen niet te snel naar beneden bijstelt om frustratie te voorkomen of je kind gaat ‘redden’.
  • Je zoon komt diep bedroefd thuis met een onvoldoende voor zijn Engelse woordjes dictee. Hij had alle woordjes goed maar had niet op hoofdletters en punten gelet. Dat leverde veel fouten op. Hij klaagt dat het niet eerlijk is.
    Ouder: “Je bent echt teleurgesteld hè dat je een onvoldoende hebt en je vindt dat je een hoger cijfer verdient”
    Zoon: “ja ! het is echt niet eerlijk.”
    Ouder (begripvol en vriendelijk) : “ik zie het aan je, je baalt er echt van”.  “Ik heb er alle vertrouwen in dat het een volgende keer wel lukt, want je zult nu vast niet meer vergeten om hoofdletters en punten te gebruiken, denk je ook niet?”
  • Je dochter klaagt dat ze van haar teamgenoten nooit de bal krijgt. Erken haar gevoel zonder het op te willen lossen en vertrouw erop dat ze er mee om leert gaan. Als er meer nodig is zeg je: “Wil je gewoon even je hart luchten of wil je dat ik met je mee denk over hoe je dit op kunt lossen?”
  1. Waardeer pogingen en zie de vooruitgang.
  1. Wees je ervan bewust dat je met alles wat je doet en zegt een impliciete boodschap afgeeft. Welke boodschappen zend jij? Straal je vertrouwen uit en ben je er om te steunen of leert je kind dat hij incapabel is, beschermd moet worden,….?
  • Je kind geeft aan dat het werk zo saai is.
    Ga je zelf met de leerkracht praten en zorg jij dat je kind ander werk krijgt? Of stimuleer en ondersteun je je kind om zijn behoeften met de leerkracht te bespreken en zo nodig oplossingen te zoeken?
    De impliciete boodschap is heel verschillend. Bij de eerste variant leert je kind dat hij beschermd moet worden. Bij de tweede dat het oké is om voor jezelf op te komen en je eigen weg te zoeken.
    Bij een jong kind kun je meegaan om hem te ondersteunen bij zijn gesprek.
  1. Neem niet over als een kind zich geen raad weet met een opdracht maar geef constructieve feedback die helpt om te begrijpen hoe hij dingen voor elkaar kan krijgen.
    Het is oké om een eerste stap te tonen, iets voor te doen, gerichte aanwijzingen te geven, maar weersta de verleiding om het over te nemen en het voor hem te doen. Laat hem aan de andere kant ook niet aan z’n lot over als hij het opgeeft en denkt het niet te kunnen.
  1. Stel vragen die je kind helpen om grip te krijgen.
    Veel hoogbegaafde kinderen hebben veel associaties bij een onderwerp, leggen allerlei verbanden tussen onderwerpen en/of stellen hoge doelen die niet één twee drie bereikbaar zijn. Ze zien door de bomen het bos niet meer en weten niet hoe ze hun taak zullen aanpakken. Vaak werkt het goed om (in plaats van te vertellen hoe je kind het moet doen) vragen te stellen die helpen om zijn gedachten te ordenen, de taak in deeltaken op te delen en keuzes te maken.
    Het onderstaande schema kan helpen om goede vragen te bedenken. Ik heb het overgenomen van mijn ECHA-collega Jan van Os. Het geeft een overzicht van de verschillende fasen die mensen doorlopen bij het maken van een opdracht en de vragen die bij de verschillende fasen horen. Het schema is slechts een hulpmiddel .  Het doel is om goed aan te sluiten bij de beleving van jouw kind en de hobbels die hij te nemen heeft.
 ACTIVITEIT: VRAGEN:
Oriënteren Wat verwacht ik?Wat moet ik weten om dit te kunnen?
Voorkennis activeren Wat weet ik al?Wat herken ik in de taak?
Doel stellen Wat ga ik bereiken? Hoe zie dat er uit?(hoe snel wil ik, op welk resultaat mik ik?)
Plan maken Wat is mijn plan? Hoe pak ik het aan? (systeem)Wanneer doe ik het? Hoe lang ga ik er over doen?
Plan uitvoeren Doe ik nu wat ik van plan was?Gebruik ik mijn tijd zoals gepland?
Monitoren Doe ik het goed? Heb ik mijn aandacht erbij? Is het waar wat ik lees? Kan ik het navertellen (checken)
Mezelf corrigeren Wat kan ik beter anders doen?
De taak evalueren Heb ik mijn doel bereikt?Kan ik het in eigen woorden zeggen?Is de uitkomst wat ik ervan verwacht had?
Mezelf evalueren Heb ik het goed aangepakt? Heb ik het goed opgelost?Wat heb ik geleerd?
Reflecteren Moet ik iets aanpassen?

 

  1. Prik door passiviteit heen als deze voortkomt uit faalangst.

Er is niets mis met lekker lummelen en dingen in je comfortzone doen. Als je kind lekker in z’n vel zit en niet wegloopt voor moeilijke dingen zou ik hem lekker laten gaan. Maar let op, want het kan ook een manier zijn om moeilijke dingen uit de weg te gaan en dan is wat meer sturing op z’n plaats.

  • Bijvoorbeeld: Als je kind bang is dat hij niet goed is in sporten en de zwakste schakel van het team zal zijn, wil hij misschien helemaal niet sporten. Toch kan dat wel goed voor hem zijn; zowel voor de fysieke inspanning als om te leren omgaan met de moeilijkheden die hij binnen het sporten tegen komt.
    Bedenk wat je een reële inspanning vindt, verwoord je verwachtingen en moedig je kind aan. Bijvoorbeeld:
    “Ik vind het belangrijk dat mensen sporten omdat fysieke inspanning gezond is (en eventuele verdere uitleg)”.  Ik verwacht van jou ook dat jij een sport kiest. Luister met echte belangstelling naar zijn verzet, angst, ……  Zoek naar oplossingen maar blijf bij je grondwaarde. Ik begrijp……….. en toch vind ik het belangrijk dat…..
  1. Laat je kind eerst een hobbel overwinnen voordat hij mag switchen van sport/activiteit.
    • Sommige kinderen vinden alles leuk en hebben het nodig om te snuffelen aan van alles en nog wat.  Laat deze kinderen kennismaken met een breed aanbod aan activiteiten en bied hen de mogelijkheid om te ontdekken waar hun interesse ligt.
      Maar let op, ook hier ligt een valkuil op de loer. Sommige kinderen willen van activiteit switchen omdat ze op een punt komen waar het niet meer goed lukt en ze het gevoel hebben dat ze falen. Als je kind op die momenten afhaakt leert je kind uitdaging te vermijden en de gemakkelijkste route te kiezen. Als dit het geval is onderzoek dan tegen welke hobbel ze aanlopen, stel een doel, laat ze eerst dat doel behalen voordat ze mogen switchen.

Heb jij goede voorbeelden hoe je je kind hielp een drempel te overwinnen? Inspireer ons door je ervaring met ons te delen in het onderstaand opmerkingen veld.

 

 

 

 

Perfectionisme; de minst begrepen eigenschap van hoogbegaafden.

Doel:

Perfectionisme zien als innerlijke drive en hoge doelen helpen verwezenlijken.Perfectionism

Achtergrond informatie

Vele onderzoeken tonen een verband aan tussen hoogbegaafdheid en perfectionisme.
Silverman (1999) deed jarenlang onderzoek onder hoogbegaafden en ziet perfectionisme als één van de minst begrepen eigenschappen van hoogbegaafden. Ze geeft aan dat perfectionisme vaak ten onrechte als negatief wordt opgevat en behandeld en ervan wordt uitgegaan dat de perfectionist dwangmatig blijft hangen in zelfkritiek en ontevredenheid over de prestatie. Hoewel ze niet ontkent dat dit bij sommigen het geval is, ziet zij perfectionisme vooral als een waardevolle eigenschap waarbij de onvrede over het gat tussen “wat is” en “wat zou moeten/kunnen zijn” leidt tot persoonlijke groei en ontwikkeling.
Ook Jacobsen (1999) definieert perfectionisme als een innerlijke drive om hoge eisen te stellen.

En dat is waar het mij precies om gaat: perfectionisme zien als innerlijke drive om hoge eisen te stellen; als de aard van het beestje.  Er tegenin gaan levert slechts frustratie en verwarring op. Opmerkingen als “Leg de lat toch niet zo hoog”, “Ik vind het wel heel mooi”, “Wees nou eens blij met je mooie resultaat”, “Lever het nou maar in, het is echt goed genoeg zo” enzovoort hebben geen enkele zin. Het te makkelijk loslaten van hoge doelen is onbevredigend.

Perfectionisten zijn zich zeer bewust van het gat tussen hoe het nu is en hoe het zou kunnen zijn en dat kan pijnlijk zijn. In plaats van aan te geven dat ze de lat lager moeten leggen helpt het hen meer om zich dieper bewust te worden van de criteria waaraan ze willen voldoen, de stappen die ze kunnen zetten om hun doel te behalen en zicht te krijgen op hoeveel energie hen dat waard is.

Werkwijze:

  1. Erken en accepteer de frustratie die hoort bij de discrepantie tussen “wat is” en “wat zou kunnen zijn”.
  1. Doe aan verwachtingsmanagement.
    Wees als leerkracht/ouder duidelijk over welke verwachtingen jij zelf hebt.
    Aan welke eisen/criteria moet een opdracht voldoen? Wanneer is het goed genoeg? De verwachtingen van de leerkracht zijn vaak een stuk lager dan die van een perfectionistische hoogbegaafde leerling.
    Leg bij een opdracht om een auto te tekenen bijvoorbeeld uit. “Ik verwacht niet dat je tekening eruit ziet als  een echte auto, ik wil alleen kunnen herkennen dat het een auto is.” Het volgende verhaal is afkomstig uit het boek “Hoogbegaafd; Als je kind (g)een Einstein is” van Tessa Kieboom.  Het illustreert prachtig hoe je duidelijk kunt zijn over verwachtingen.

    “Hanne (4) tekent in het bijzijn van de juf een prachtige auto. Het wordt een tekening met alles erop en eraan: vier wielen, achteruitkijkspiegels, een stuur, en zelfs een gps; kortom, een uitzonderlijk gedetailleerde tekening voor een kind van 4. Maar nog voor de juf Hanne een compliment  kan maken  voor de schitterende  tekening, propt Hanne het papier opeens bij elkaar om het vervolgens te verscheuren. De juf schrikt van Hannes heftige reactie en weet niet meteen hoe te reageren.
    ‘Waarom  heb  je je tekening kapot gescheurd,  Hanne?’ vraagt ze voorzichtig.
    ‘Ik vond het geen mooie tekening’ antwoordt Hanne beslist.
    De juf denkt na hoe ze hier het beste op reageert en krijgt bij toeval een gouden inval:
    ‘Ik begrijp dat  je je tekening niet mooi vond, Hanne, ik zou graag willen dat je me zegt waarom je je tekening niet mooi vond.’
    Hanne kijkt de juf eerst nog een beetje achterdochtig, maar daarna opgelucht aan. Kan het waar zijn dat deze juf haar echt begrijpt?
    Hanne geeft de juf aarzelend antwoord: ‘Maar juf, die auto die ik had getekend, die lijkt toch helemaal niet op de auto’s die je op straat ziet rijden?’
    De juf begint te vermoeden wat er aan de hand is.
    ‘Ja, Hanne, je hebt gelijk. Als je me nu vertelt dat jouw auto niet lijkt op de echte auto’s die je ziet rondrijden, dan heb je echt gelijk. Maar eigenlijk, Hanne, verwachtte ik helemaal niet dat je een echte auto zou tekenen!’
    In de klas hangen heel wat andere tekeningen van andere kinderen. Er is er eentje bij van een regenboog. De regenboog is heel eenvoudig getekend en heeft maar  twee kleuren, maar  je ziet toch dat het een regenboog is. De juf wijst naar de tekening: ‘Kijk eens naar die tekening, Hanne. Zie je wat die tekening voorstelt?’
    ‘Dat is een regenboog, juf, antwoordt  Hanne zonder aarzelen, en ze vertelt er meteen trots bij dat ze alle kleuren van de regenboog kent. ‘Roggbiv, juf! Rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet!’
    ‘Zie jij al die kleuren die jij nu net hebt genoemd op die tekening, Hanne?’
    ‘Nee: antwoordt Hanne naar waarheid, want de getekende regenboog aan de muur is alleen maar bruin en geel.
    ‘En toch zien wij allebei dat het een regenboog is, nietwaar?’ gaat de juf verder. ‘Net zoals ik op de tekening van jouw auto heel goed kon zien dat het een auto was, want je had een stuur getekend, en achteruitkijkspiegels en wielen. En daarom vond ik jouw tekening wel mooi, begrijp je?’
    Hanne begrijpt het en vindt het opeens een beetje jammer dat ze haar tekening kapot heeft gescheurd.”Stem verwachtingen af.

    Soms ligt de lat van de leerling vele malen hoger dan de verwachting van de docent. Als het voor de leerling een haalbaar doel is werkt het teleurstellend als de docent genoegen neemt met een minder resultaat en hem niet verder ondersteunt om de opdracht naar een hoger niveau te trekken.

  2. Help kinderen om hun doel concreet te maken en te onderscheiden welke stappen ze kunnen nemen om hun doel te behalen.

    Veel hoogbegaafde kinderen hebben bij het horen van een opdracht (bijvoorbeeld maak een presentatie over……) een prachtig eindresultaat voor ogen.

    Sommigen hebben geen flauw idee hoe ze tot dat resultaat moeten komen.
    De één wordt overspoelt met ideeën, kan niet kiezen of ziet door de bomen het bos niet meer.
    Bij een ander komt juist geen enkel idee naar boven omdat het toch niet voldoet.
    Voor beiden werkt het goed om ze te helpen hun gedachten te ordenen en te ontdekken hoe ze het aan willen pakken.Vertel niet hoe ze het moeten doen maar stel belangstellende vragen die helpen om de opdracht behapbaar en SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) te maken.
    Zomaar een paar voorbeeldvragen:
    Welke richtlijnen/criteria heb je gekregen waaraan je opdracht moet voldoen?
    Welk onderwerp kies je? Weet ik niet. Welke onderwerpen vind jij interessant? Wat nog meer….Welk onderwerp vind jij het meest geschikt?
    Wat weet je al over het onderwerp?
    Wat zou je nog meer willen weten?
    Wat denk je dat je medeleerlingen interessant zouden vinden?
    Hoe ziet een mindmap over het onderwerp eruit?
    Welke tussenstappen zijn nodig om …
    Enzovoort, enzovoort.

    Er zijn ook leerlingen die precies weten wat ze willen en hoe ze het aan willen pakken en die hun doel ver boven de verwachting van de docent stellen. Deze leerlingen zijn gebaat bij gerichte feedback op inhoudelijk hoog niveau zodat ze hun werk boven de geijkte norm uit kunnen laten stijgen.

Tips en valkuilen.

Als iemand ontevreden is over zijn prestatie terwijl het niveau van de prestatie ver uitstijgt boven het gemiddelde niveau, dan wordt dit gemakkelijk als overdreven ervaren. De voor de persoon in kwestie haalbare doelen worden dan ten onrechte als dwangmatig perfectionisme afgedaan.

“De appel valt niet ver van de boom”. Ook ouders kunnen gewend zijn de lat hoog te leggen. Wees je als ouder hiervan bewust en schat in of je reële verwachtingen hebt die passen bij het ontwikkelingsniveau van je kind. Vraag je bijvoorbeeld af of het bij de eerste keer dat je kind een spreekbeurt houdt, het belangrijk is dat de informatie voor de volle 100% klopt en het een logisch verhaal is, of dat het überhaupt voor de klas gaan staan en je verhaal vertellen hoog genoeg gegrepen is?

Bronnen:
Jacobsen M. (1999) The Gifted Adult; A Revolutionary Guide for Liberating Everyday Genius. Ballantine Books New york.
Kieboom, T. ( 2007) Hoogbegaafd; als je kind (g)een Einstein is. Tielt: Lannoo.
Silverman L.K. (1999) Perfectionism: The Crucible of Giftedness. Advanced Development, Vol. 8, p. 47-61

Inspireer ons door je succeservaringen te delen in onderstaand opmerkingenveld.

Hoe je je kind helpt faalangst te doorbreken

Tool:            Bemoedigen (in plaats van prijzen)

duim omhoog

 

Doel:

Het doel van deze tool is faalangst te verminderen en kinderen te stimuleren om uitdaging aan te gaan.

Achtergrond informatie:

Veel ouders hopen hun kind zelfvertrouwen te geven door veel te prijzen. Helaas werkt het in de praktijk niet zo.
Kinderen ontwikkelen zelfvertrouwen door zichzelf te overwinnen en steeds iets bij te leren, niet door veel complimentjes te krijgen. Dweck laat zien dat op de verkeerde manier prijzen zelfs averechts werkt.  Kinderen die vaak hebben gehoord dat ze slim zijn, vertonen vaak opvallend hulpeloze reacties bij een moeilijke taak. Ze geven vaak veel te snel op, zijn faalangstig en worden boos of  depressief als iets niet lukt.

Of iemand doorzet en zijn kwaliteiten weet te benutten is afhankelijk van de manier waarop hij in het leven staat.
Mensen met een “growth mindset” zijn gericht op hun leerproces. Ze zien inspanning en fouten als onderdeel van hun groeiproces. Ze gaan uitdagingen aan, zijn niet bang om te falen en ervaren voldoening als ze iets nieuws hebben geleerd.
Voor mensen met een “fixed mindset” geldt “je kunt het of je kunt het niet”. Je bent slim of je bent dom.  Als je ergens hard voor moet werken, of als je fouten maakt is dat een bewijs van onbekwaamheid. Dat voelt slecht en gaan ze liever uit de weg.

De kans dat hoogbegaafde kinderen een ‘fixed mindset’  ontwikkelen is groot omdat hun resultaten vaak enthousiast geprezen worden ook als ze er weinig voor hebben gedaan. Ze leren niet dat inspanning leveren, fouten maken en gefrustreerd raken normale dingen zijn die horen bij een groeiproces dat uiteindelijk voldoening geeft.

Als ouder heb je veel invloed op de mindset van je kind. Je kunt bewust de “growth mindset” stimuleren.  Dat doe je door positieve aandacht te hebben voor het leerproces in plaats van het resultaat te beoordelen.

Werkwijze:

  1. Besteed positieve aandacht aan het leerproces van je kind, strategie,  inzet en volharding.
  2. Zie fouten als kansen om te leren. Fouten maken MOET. Zo went je kind aan het idee dat de wereld niet vergaat als er fouten worden gemaakt.
    Oefen met fouten maken. Zeker als je zelf ook niet van fouten maken houdt, praat erover en spreek af dat jullie dat gaan leren. Confronteer je kind ook met taken buiten zijn “comfort zone”, ook als het daar gefrustreerd van raakt. Gebruik dit als een positieve oefening.
  3. Ieder kind zet zich iedere dag voor dingen in, al is het misschien voor iets anders dan jij zou willen. Kijk bewust naar die momenten dat je kind zich wel inzet. Benoem en erken dit. Zo rijpt het idee dat ergens hard voor werken positief is in plaats van een brevet van onvermogen.
  4. Hetzelfde geldt voor doorzetten. Kijk bewust naar de momenten dat je kind wel doorzet, hoe klein dit stapje ook is, en erken dit. Zo stimuleer je de veerkracht in een kind.

 

Valkuil:

  1. Prijzen van resultaat en eigenschappen versterkt de “fixed mindset” en werkt faalangst in de hand.
  2. Onder je niveau werken versterkt de “fixed mindset” en werkt faalangst in de hand.
  3. Je eigen oordeel geven haalt de aandacht af van het leerproces.

Voorbeelden:

NIET (stimuleert de “fixed mindset”): WEL (stimuleert de “growth mindset):
Wat kan jij goed helpen zeg. Bedankt voor je hulp
Een 10! Wat ben je een slimmerik Een 10! Hoe voelt dat?
Je hebt alle sommen goed opgelost. Wow. Wat kan jij dat goed. Je hebt alle sommen goed opgelost. Wow. Vertel eens hoe heb je dat gedaan?

Tip:

Het gaat natuurlijk om oprechte, eerlijke belangstelling waarbij je  bewust aandacht besteedt aan het leerproces. De voorbeelden zijn niet bedoeld om letterlijk na te zeggen, maar om de andere blikrichting te laten zien. Het moet congruent zijn. Als je kind weinig heeft gedaan voor de 10 en je zegt “Je hebt er hard voor gewerkt” leidt dat tot niets.

 

Bron: Dweck, C. S. (2008) Mindset; The New Psychology of Success. New York: Ballentine Books.

Ik ben benieuwd naar jouw ervaring met bemoedigen. Inspireer ons door het reactieveld in te vullen.