Tagarchief: communicatieve vaardigheden

Van verwijt naar respectvol begrenzen

Doel:

duidelijk en respectvol communiceren

Achtergrondinformatie.

Als we willen dat kinderen rekening met ons houden zullen we op een heldere respectvolle manier informatie moeten geven over wat er in ons om gaat en wat we willen.
Juist ook als we geconfronteerd worden met gedrag dat we niet acceptabel vinden is het belangrijk om duidelijk en respectvol te communiceren.

Zowel Thomas Gordon (‘ik-boodschap’) als Marshall Rosenberg (‘geweldloze communicatie’) geven concrete richtlijnen voor hoe je helder kunt zijn over jouw behoeften en hoe je grenzen kunt aangeven op een respectvolle manier.

In een ‘ik-boodschap’  zeg je iets over jezelf. Je bent duidelijk over wat jij graag zou willen of waar jij last van hebt zodat dit kan leiden tot een doeltreffende verandering.
Dit lijkt logisch. Toch vervallen veel mensen in wat Thomas Gordon een ‘jij-boodschap’ noemt als een kind iets doet dat we onaanvaardbaar vinden.
In een ‘jij-boodschap’ zeg je iets over de ander en geef je een oordeel over de ander. Bijv. “Laat die haarborstel toch niet altijd rondslingeren”.
Het nadeel van een ‘jij-boodschap’ is dat het weerstand oproept, de eigenwaarde van je kind ondermijnt, de relatie tussen jou en je kind verzwakt. Het nodigt je kind niet uit om  verantwoordelijkheid te nemen om het probleem op te lossen.

Een ‘ik-boodschap’ of ‘geweldloos communiceren’ is bedoeld om op een respectvolle manier duidelijk te maken wat voor jou belangrijk is zodat de ander rekening met jou kan houden. Maar of hij ook daadwerkelijk gaat doen wat jij graag wil is afhankelijk van meerdere factoren.
Soms wil je kind iets anders dan jij en is er overleg nodig om tot een oplossing te komen die voor allebei goed is.
Soms wil je kind wel rekening met je houden maar is hij er nog niet toe in staat omdat hij (executieve) vaardigheden mist. Dan is handelend ingrijpen of training nodig.
En soms wil je kind helemaal geen rekening met je houden omdat hij zich ontmoedigd voelt en verstrikt zit in negatief gedrag. In dat geval is het effectiever om het onderliggend doel van zijn gedrag aan te pakken (zie Van overleven naar floreren)
Soms is er dus meer sturing nodig dan alleen een ‘ik-boodschap’ of ‘geweldloze communicatie’. Maar duidelijke respectvolle communicatie is wel de basis.

Werkwijze.

De ‘ik-boodschap’.

Als iemand iets doet dat je niet aanvaardbaar vindt, of waar je last van hebt, kun je volgens Thomas Gordon het beste een ‘ik-boodschap’ gebruiken om effectief te confronteren. Een ‘ik-boodschap’ bestaat uit 3 elementen. De volgorde maakt niet uit en is een kwestie van persoonlijke voorkeur.

  1. Beschrijving van het gedrag van het kind. Neutraal en zonder interpretatie.
  2. Je eigen gevoel.
  3. De gevolgen die het gedrag voor jou heeft. Bijvoorbeeld:
    • het kost tijd/geld of moeite die je liever voor iets anders zou gebruiken. Je kunt hierbij denken aan rommel opruimen, kapotte kleding repareren, enz.
    • Het verhindert je iets te doen wat je graag wilt doen. Bijvoorbeeld ergens op tijd komen, plezier hebben enz
    • Je hebt er lichamelijk last van; bijvoorbeeld harde geluiden, schel licht, pijn
    • Het vermindert je plezier in iets of je kunt er niet meer over beschikken. Bijvoorbeeld een verloren boek of een vlek op het vloerkleed enz.

Een voorbeeld van een ‘ik-boodschap’ is: “Ik voel me gefrustreerd als je de borstel niet op z’n plek terug legt want zoeken kost me extra tijd.”

“Geweldloze communicatie”

Marshall Rosenberg, de grondlegger van geweldloze communicatie, geeft vergelijkbare richtlijnen maar weer net iets anders. Hij gaat uit van de volgende 4 elementen:

  1. Wat je feitelijk waarneemt
    Een waarneming is neutraal en geeft de feitelijke situatie weer zonder interpretatie of waardeoordeel
  2. Je eigen gevoel
  3. Wat je nodig hebt / je behoeften
  4. Een verzoek

Bijvoorbeeld: “De laatste tijd lag de borstel meerdere keren niet op z’n plaats. Ik erger me daaraan. Ik wil graag zonder eerst te zoeken mijn haar kunnen borstelen. Zou je de borstel op z’n plek terug willen leggen.”

Tips en Valkuilen.

Formuleer het gedrag / de feitelijke waarneming objectief en zonder oordeel. Pas op voor interpretaties, veroordelen en verwijten. “De borstel laten slingeren” is niet neutraal maar impliceert een verwijt.
Als je termen als ‘altijd’ of ‘nooit’ gebruikt ben je waarschijnlijk aan het beschuldigen i.p.v. neutraal aan het beschrijven. In ‘Je legt nooit de borstel terug’ zit een verwijt.

Pas op voor quasi-gevoelens.
“Ik voel me niet gerespecteerd” is een interpretatie en kan worden opgevat als een verwijt.

Je toon, houding en mimiek zijn net zo belangrijk als wat je feitelijk zegt. Straal vriendelijkheid uit.

Een verzoek is iets anders dan een eis “Als jij die borstel niet terug legt mag je hem niet meer gebruiken”.

Het is NIET automatisch een ‘ik-boodschap’ als je de zin begint met “ik”.
“Ik vind jou vervelend” of “ik vind dat jij …..” is geen ‘ik-boodschap’. Je zegt iets over de ander ook al begin je met “ik”.

Bronnen:

  • Gordon, T. (1970)  Luisteren naar kinderen; de nieuwe methode voor overleg in het gezin. Tirion -Baarn.
  • Rosenberg, (2004) M.B. Geweldloze Communicatie; Ontwapenend en doeltreffend. Lemniscaat, Rotterdam.

Heb jij goede ervaringen met ‘ik-boodschappen’ of ‘geweldloos communiceren’? Ik lees ze graag in onderstaand opmerkingen veld.

Hoe je gezinsoverleg leuk en leerzaam maakt

Doel:

oefenen van waardevolle communicatieve- en probleemoplossende vaardigheden.

Achtergrond informatie:

De meeste kinderen zullen niet zomaar vanzelf hun behoeften op een prettige manier verwoorden, met respect naar anderen luisteren, verschillen accepteren en problemen oplossen. Daar is oefening voor nodig.

Een structureel gezinsoverleg biedt een veilige prettige mogelijkheid om dit soort vaardigheden te oefenen.

Veel mensen vinden gezinsoverleg nogal gemaakt en geven na een paar moeizame pogingen op.  Dat is jammer want met de juiste introductie en de focus op het leerproces kan het een heel waardevolle en ook leuke bouwsteen zijn.

Waarom stranden dan toch zo veel pogingen?
Deels omdat we kinderen te hoog inschatten en te weinig tijd nemen om te oefenen.
Als het overleg niet lekker loopt zien we het al snel als mislukt i.p.v. als kans om de nodige vaardigheden te oefenen.
Zo raakte ik zelf behoorlijk gefrustreerd als mijn dochter tijdens een overleg weer eens woedend van tafel stoof als het haar niet lukte om iets goed te verwoorden. Ik raakte geïrriteerd omdat ze in mijn ogen het overleg ‘verpestte’. Je begrijpt dat ik niet echt uitkeek naar het volgende overleg. Nu kan ik een ontploffing zien als signaal dat oefenen broodnodig is; voor haar om zich te leren uiten, voor mij om geduldig te blijven, vertrouwen uit te stralen en echt contact te maken.

Door het overleg kort te houden en er bewust leuke, verbindende elementen in te stoppen kan het overleg een moment van de week worden waar iedereen naar uitkijkt.

Werkwijze:

Houd wekelijks een gezinsoverleg van niet meer dan 30 minuten.
Spreek af op welke tijd je het gezinsoverleg houdt en laat je niet afleiden door telefoon en andere stoorzenders.

Sla geen week over omdat je het te druk hebt. Als jij laat zien dat het gezinsoverleg belangrijk is zullen je kinderen hierin je voorbeeld volgen. Als het eenmaal een gewoonte is geworden zal iedereen er naar uitkijken.

Beslissingen tijdens het overleg worden met consensus genomen. Als er nog geen overeenstemming is laat het punt op de agenda staan en probeer het de volgende week opnieuw. Straal vertrouwen uit dat je samen tot een oplossing kunt komen die respectvol is voor iedereen. Tot er een goede oplossing is gevonden blijft de oude (niet prettige) gewoonte/regel gelden.

Als het eenmaal loopt ziet de agenda er als volgt uit:

  1. Complimenten
  2. Evaluatie van oplossingen van vorige week
  3. Brainstormen voor oplossingen voor de agendapunten van deze week
  4. Inplannen van de dingen die we als gezin samen willen doen, ook de 1-op-1-tijd
  5. Afsluitend spelletje of andere leuke activiteit

Neem de tijd om de verschillende elementen eerst uit te leggen en te oefenen. Bouw stapsgewijs op en begin pas aan de volgende stap als jullie de voorgaande onder de knie hebben. De eerste overleggen zouden niet meer dan 5 minuten moeten duren.

Hieronder volgt een beschrijving van een stapsgewijze introductie.

Introductieweek 1: Agendapunten.

Introduceer de componenten van een gezinsoverleg.

  1. Agendapunten
  2. Complimenten
  3. Brainstormen voor oplossingen
  4. Planning “gezinstijd”
  5. Afsluitend spelletje of andere leuke gezinsactiviteit

Laat je gezin weten dat je de verschillende componenten net zo lang zult oefenen als nodig is om ze onder de knie te krijgen.

De eerste week leg je uit wat agendapunten zijn.
Laat je kinderen weten dat ze, als iets niet lekker loopt of als ze ergens van balen, dit als agendapunt op de lijst mogen schrijven (jonge kinderen mogen een ouder iemand vragen het op de lijst te zetten)
Vraag of iemand iets weet om op de lijst te zetten. Als niemand iets kan verzinnen, vraag dan “wat dachten jullie van ———— (en noem zelf iets wat je is opgevallen gedurende de dag)
Laat hen weten waar de lijst met agendapunten hangt, bijvoorbeeld op de koelkast, en dat iedereen gedurende de week agendapunten mag toevoegen. Leg uit dat je de punten pas gaat leren oplossen nadat er uitleg is gegeven over brainstormen.

Laat je kinderen weten dat jullie het in het volgende overleg gaan hebben over complimenten en dat ze, als ze willen, alvast na kunnen denken over wat ze fijn vinden van ieder gezinslid.

Hang de lijst met agendapunten op de afgesproken plaats en sluit het overleg.

Als je gedurende de week strubbelingen merkt, zeg je: “Dit lijkt me een goed punt voor op de lijst met agendapunten”.  Of als je ziet dat kinderen ruzie maken kun je vragen “wil één van jullie dit misschien op de lijst met agendapunten zetten?”
Eis niet dat ze het ook echt opschrijven, kijk gewoon wat er gebeurt. Het doel is om ze bewust te maken van de lijst met agendapunten.
Als je zelf ergens last van hebt (bijvoorbeeld je kinderen eten met hun handen) kun je zeggen: “ik vind …. een probleem. Wil jij het op de agenda zetten of zal ik het doen?”

Introductieweek 2: Complimenten

Neem de lijst met agendapunten mee naar het gezinsoverleg en zeg iets in de trant van: “We hebben al heel wat punten op de agenda staan” (ook als je vnl. zelf hebt ingebracht). Ik ben benieuwd hoe we deze punten, later als we het over brainstormen hebben gehad, kunnen oplossen. Vanavond gaat het over “complimenten”. “Wie weet wat ik bedoel met een compliment?”

Als je kinderen niet met de volgende punten komen, kun je uitleggen:

  • Dank je wel zeggen voor iets wat iemand voor je heeft gedaan
  • Erkennen wat iemand bereikt heeft/gelukt is.
  • Waardering uitspreken voor iets wat je leuk vindt van een gezinslid

Ga het kringetje rond of geef een “talking stick” door en laat iedereen een ‘dank je wel voor…., erkenning, of waardering uitspreken. Let erop dat iedereen tenminste één compliment ontvangt.

Als je merkt dat de kinderen (of jijzelf) het gek vinden om complimenten te geven of te krijgen, benoem dit. “voor wie voelt dit ongemakkelijk? …we zijn dit niet gewend, na een paar keer zal dit gekke gevoel verdwijnen.”

Als het niet goed lukt zeg je ”Volgende week gaan we dit verder oefenen”.
Als het goed gaat zeg je “Volgende week gaan we het hebben over brainstormen”.

Geef aan dat je een lege “complimenten”pagina op de koelkast (of andere plek) hangt waar iedereen zijn complimenten gedurende de week op kan schrijven Wij hebben een brievenbus gemaakt waarin we de complimenten kunnen posten.

Let gedurende de week op de dingen die je “fijn” vindt. Maak je kinderen erop attent  door iets te zeggen als “dit lijkt me een mooi compliment voor op onze complimentenlijst/brievenbus”. Vraag vrijblijvend of ze het misschien op de lijst willen schrijven. Dwing niet. Ook hier gaat het vooral om bewustwording. Blijf ook alert op agendapunten.

Introductieweek 3: Brainstormen

Ga pas over op brainstormen als kinderen zelf agendapunten op de lijst zetten en complimenten geven en ontvangen.

Neem de lijst met agendapunten mee naar het volgende overleg. Geef nogmaals aan dat er al lekker veel punten op de lijst staan en je zin hebt om aan het brainstormen te beginnen. Begin met complimenten. Als het redelijk gaat ga je door naar de uitleg over brainstormen.

Brainstormen is: zo veel mogelijk ideeën bedenken over hoe iets kan worden opgelost.  De ideeën mogen praktisch zijn, heel gek, of onmogelijk; dat maakt niet uit. Nadat we lol hebben gehad met brainstormen (zonder te discussiëren) kiezen we een oplossing die we allemaal bereid zijn een week uit te proberen.

Kies een punt van de agenda en oefen met brainstormen. Je kunt ook als eerste brainstorm oefening een lijst maken van activiteiten die je aan het eind van het gezinsoverleg samen kunt doen. Kom zelf met een paar belachelijke ideeën om de creativiteit los te maken.

Als iemand klaagt over een idee, help herinneren : “tijdens het brainstormen is ieder idee goed, als we klaar zijn met brainstormen kunnen we ze bespreken voordat we er één kiezen”.

Soms werkt het goed om een timer te gebruiken en de gezinsleden uit te dagen om binnen 2 minuten zoveel mogelijk ideeën te noemen. Dit kan helpen om gericht te blijven op het genereren van ideeën in plaats van ze te bediscussiëren.
Schrijf alle ideeën op.

Kies uit de overgebleven opties één uit die iedereen wil uitproberen.
Als er geen overeenstemming is, zeg dan “We zijn goed op weg om te leren brainstormen. We gaan volgende week verder om te kijken of we iets kunnen bedenken waar we het over eens zijn”

Vanaf brainstormweek: planning gezinstijd en afsluitend spelletje of andere activiteit

Vanaf het moment dat iedereen voldoende bijdraagt aan de agenda en de complimenten kun je tijd besteden aan het inplannen van gezinstijd en het afsluiten met een spelletje of andere leuke gezinsactiviteit.

Neem bewust tijd voor het inplannen van de dingen die je samen met elkaar wilt doen; ook de 1-op-1 tijd met ieder kind afzonderlijk.

Sluit het overleg af met iets waar jullie plezier aan beleven; bijvoorbeeld een spelletje doen, samen popcorn bakken…het maakt niet uit wat.

 

Valkuilen en tips:

Zie het gezinsoverleg als een oefenmoment om vaardigheden te leren en niet als het moment van de week waarop de strijdpunten moeten worden opgelost.
Het proces is belangrijker dan het resultaat.
In mijn gezin hebben we wel eens eindeloos gediscussieerd over een onderwerp omdat we het perse opgelost wilden hebben. We waren het allemaal spuugzat en zagen huizenhoog op tegen het volgende overleg.  Dat werkt natuurlijk niet. Het is veel effectiever om korte afgebakende tijd te reserveren en daar niet overheen te gaan. Lukt het om wat voor reden dan ook niet? Stop en geef aan  “volgende week proberen we het opnieuw”

Kinderen jonger dan 4 jaar zijn waarschijnlijk nog niet in staat om deel te nemen aan het overleg. Als het hen niet lukt om rustig te spelen zonder het overleg te verstoren, wacht dan met het overleg tot de jongere kinderen naar bed zijn.

Maak met elkaar een leuke map waarin je de oude lijsten met agendapunten, de complimenten en de gebrainstormde oplossingen bewaart. Dit is net zo leuk als een fotoboek om later doorheen te bladeren.

map gezinsoverleg

 

Bron: blogs, boeken, trainingen van Jane Nelsen – Positive Discipline.

Wie houdt gezinsoverleg en heeft tips voor wat goed werkt?
Vul ze s.v.p. in in het onderstaande opmerkingenveld.