Wat te doen als je kind anderen de schuld geeft

Doel: verantwoordelijk gedrag ontwikkelen.

Achtergrond informatie.

Anderen de schuld geven is een normale automatische reactie op stress. De meeste mensen leren naarmate ze ouder worden deze impulsen steeds beter te beheersen, al lukt dat niet iedereen op ieder moment even goed. Denk maar aan de verwensingen in het verkeer als een voorganger hard remt, of de snauw naar je kinderen als ze te veel tegelijk van je willen.

Als mensen (en dieren) gevaar bespeuren reageert hun lijf automatisch door het in staat van paraatheid te brengen om te kunnen vechten, vluchten of te onderwerpen. Het is een automatische lichamelijke respons die ons helpt om in actie te komen.
Dit is ook wat er gebeurt als er iets onaangenaams gebeurt, we stress ervaren en we ons teleurgesteld, angstig of verdrietig voelen.
Als we bijvoorbeeld niet op tijd klaar zijn met aankleden en bang zijn dat onze ouders boos worden, of als we balen omdat we een toets niet hebben gehaald, of als we op een andere manier niet aan verwachtingen voldoen, ervaren we stress en gaat ons lijf in de vecht-, vlucht-, onderwerpen stand.
Iemand afsnauwen of de schuld geven, is een automatische vechtreactie. Het is niet omdat we een ander bewust pijn willen doen, we zijn eigenlijk helemaal niet gericht op de ander, het is om zelf onze eigen stress/pijn niet te voelen. De beste verdediging is de aanval.

Als de stress voorbij is zien we vaak in dat onze reactie niet redelijk was.

Ook al is het een normale lichamelijke reactie, toch kunnen we ons kind natuurlijk wel ondersteunen om verantwoordelijkheid te leren nemen voor zijn eigen gedrag. De sleutel is om in plaats van aan te spreken op hun onverantwoordelijke gedrag, ons te richten op het verminderen van stress en uit te nodigen tot verantwoordelijk gedrag.

Werkwijze:

  1. Blijf kalm.
    Jouw kalme houding straalt uit dat er geen sprake is van dreiging en dat vechten niet nodig is.
  2. Leef mee.
    Negeer de boosheid, het afreageren, de schuld geven en dergelijk en richt je op het onderliggende gevoel.
    Kind: “Die leraar Frans is zo’n “xxx”, hij stelt zulke belachelijke vragen…….
    Ouder: (inlevend)  “hmmm,  je baalt hè, dat je een lager cijfer hebt gehaald dan je wilde”
  3. Ga niet in de tegenaanval door uit te leggen, verwijten te maken of in discussie te gaan.
    Je kind valt aan om zijn eigen onrust/pijn niet te hoeven voelen. Als het lukt om te strijden hoeft hij z’n eigen gevoelens niet onder ogen te zien. Laat je dus niet uit de tent lokken. Als hij zegt dat het jouw schuld is, ga niet in discussie, lees hem niet de les, maar reageer in de trant van “je zit te balen hè/ je voelt je echt rot hè?” (kies je eigen woorden die passen bij de situatie).
    Als je kind een broertje of zusje aanvalt kan je iets zeggen als: Zoals je je nu voelt lijkt het iedereen z’n schuld. Je zit echt te balen hè”?
    Handel (vriendelijk en ferm) zonder te praten als fysiek ingrijpen noodzakelijk is.
  4. Leef voor hoe je verantwoordelijkheid neemt. (‘Model’)
    Je doel is dat je kind leert zelf verantwoordelijkheid te nemen voor zijn aandeel in het probleem. Laat zien hoe jij zelf verantwoordelijkheid neemt voor jouw aandeel in het verhaal.
    Kind: “Ik ben niet op tijd klaar met aankleden omdat jij steeds tegen me praat. Dan kan ik me niet concentreren”
    Ouder: “Oké als je daar last van hebt zal ik daarmee stoppen. Morgen zal ik niet steeds tegen je zeggen dat je je aan moet kleden. Ik sta om 8.00 uur met mijn jas aan en verwacht dat jij dan ook klaar bent om weg.
  5. Leer je kind ‘de schade’ te herstellen.
    Later, als je kind weer rustig is, kan je op vriendelijk respectvolle toon tegen hem zeggen: “Toen jij je zo rot voelde en lelijke dingen tegen je broertje zei denk ik dat je hem raakte. Ik vraag me af wat je zou willen doen om het weer goed te maken met hem”.

Bron: Bewerking van een blog van Laura Markham Aha! Parenting

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *