Tagarchief: perfectionisme

Perfectionisme; de minst begrepen eigenschap van hoogbegaafden.

Doel:

Perfectionisme zien als innerlijke drive en hoge doelen helpen verwezenlijken.Perfectionism

Achtergrond informatie

Vele onderzoeken tonen een verband aan tussen hoogbegaafdheid en perfectionisme.
Silverman (1999) deed jarenlang onderzoek onder hoogbegaafden en ziet perfectionisme als één van de minst begrepen eigenschappen van hoogbegaafden. Ze geeft aan dat perfectionisme vaak ten onrechte als negatief wordt opgevat en behandeld en ervan wordt uitgegaan dat de perfectionist dwangmatig blijft hangen in zelfkritiek en ontevredenheid over de prestatie. Hoewel ze niet ontkent dat dit bij sommigen het geval is, ziet zij perfectionisme vooral als een waardevolle eigenschap waarbij de onvrede over het gat tussen “wat is” en “wat zou moeten/kunnen zijn” leidt tot persoonlijke groei en ontwikkeling.
Ook Jacobsen (1999) definieert perfectionisme als een innerlijke drive om hoge eisen te stellen.

En dat is waar het mij precies om gaat: perfectionisme zien als innerlijke drive om hoge eisen te stellen; als de aard van het beestje.  Er tegenin gaan levert slechts frustratie en verwarring op. Opmerkingen als “Leg de lat toch niet zo hoog”, “Ik vind het wel heel mooi”, “Wees nou eens blij met je mooie resultaat”, “Lever het nou maar in, het is echt goed genoeg zo” enzovoort hebben geen enkele zin. Het te makkelijk loslaten van hoge doelen is onbevredigend.

Perfectionisten zijn zich zeer bewust van het gat tussen hoe het nu is en hoe het zou kunnen zijn en dat kan pijnlijk zijn. In plaats van aan te geven dat ze de lat lager moeten leggen helpt het hen meer om zich dieper bewust te worden van de criteria waaraan ze willen voldoen, de stappen die ze kunnen zetten om hun doel te behalen en zicht te krijgen op hoeveel energie hen dat waard is.

Werkwijze:

  1. Erken en accepteer de frustratie die hoort bij de discrepantie tussen “wat is” en “wat zou kunnen zijn”.
  1. Doe aan verwachtingsmanagement.
    Wees als leerkracht/ouder duidelijk over welke verwachtingen jij zelf hebt.
    Aan welke eisen/criteria moet een opdracht voldoen? Wanneer is het goed genoeg? De verwachtingen van de leerkracht zijn vaak een stuk lager dan die van een perfectionistische hoogbegaafde leerling.
    Leg bij een opdracht om een auto te tekenen bijvoorbeeld uit. “Ik verwacht niet dat je tekening eruit ziet als  een echte auto, ik wil alleen kunnen herkennen dat het een auto is.” Het volgende verhaal is afkomstig uit het boek “Hoogbegaafd; Als je kind (g)een Einstein is” van Tessa Kieboom.  Het illustreert prachtig hoe je duidelijk kunt zijn over verwachtingen.

    “Hanne (4) tekent in het bijzijn van de juf een prachtige auto. Het wordt een tekening met alles erop en eraan: vier wielen, achteruitkijkspiegels, een stuur, en zelfs een gps; kortom, een uitzonderlijk gedetailleerde tekening voor een kind van 4. Maar nog voor de juf Hanne een compliment  kan maken  voor de schitterende  tekening, propt Hanne het papier opeens bij elkaar om het vervolgens te verscheuren. De juf schrikt van Hannes heftige reactie en weet niet meteen hoe te reageren.
    ‘Waarom  heb  je je tekening kapot gescheurd,  Hanne?’ vraagt ze voorzichtig.
    ‘Ik vond het geen mooie tekening’ antwoordt Hanne beslist.
    De juf denkt na hoe ze hier het beste op reageert en krijgt bij toeval een gouden inval:
    ‘Ik begrijp dat  je je tekening niet mooi vond, Hanne, ik zou graag willen dat je me zegt waarom je je tekening niet mooi vond.’
    Hanne kijkt de juf eerst nog een beetje achterdochtig, maar daarna opgelucht aan. Kan het waar zijn dat deze juf haar echt begrijpt?
    Hanne geeft de juf aarzelend antwoord: ‘Maar juf, die auto die ik had getekend, die lijkt toch helemaal niet op de auto’s die je op straat ziet rijden?’
    De juf begint te vermoeden wat er aan de hand is.
    ‘Ja, Hanne, je hebt gelijk. Als je me nu vertelt dat jouw auto niet lijkt op de echte auto’s die je ziet rondrijden, dan heb je echt gelijk. Maar eigenlijk, Hanne, verwachtte ik helemaal niet dat je een echte auto zou tekenen!’
    In de klas hangen heel wat andere tekeningen van andere kinderen. Er is er eentje bij van een regenboog. De regenboog is heel eenvoudig getekend en heeft maar  twee kleuren, maar  je ziet toch dat het een regenboog is. De juf wijst naar de tekening: ‘Kijk eens naar die tekening, Hanne. Zie je wat die tekening voorstelt?’
    ‘Dat is een regenboog, juf, antwoordt  Hanne zonder aarzelen, en ze vertelt er meteen trots bij dat ze alle kleuren van de regenboog kent. ‘Roggbiv, juf! Rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet!’
    ‘Zie jij al die kleuren die jij nu net hebt genoemd op die tekening, Hanne?’
    ‘Nee: antwoordt Hanne naar waarheid, want de getekende regenboog aan de muur is alleen maar bruin en geel.
    ‘En toch zien wij allebei dat het een regenboog is, nietwaar?’ gaat de juf verder. ‘Net zoals ik op de tekening van jouw auto heel goed kon zien dat het een auto was, want je had een stuur getekend, en achteruitkijkspiegels en wielen. En daarom vond ik jouw tekening wel mooi, begrijp je?’
    Hanne begrijpt het en vindt het opeens een beetje jammer dat ze haar tekening kapot heeft gescheurd.”Stem verwachtingen af.

    Soms ligt de lat van de leerling vele malen hoger dan de verwachting van de docent. Als het voor de leerling een haalbaar doel is werkt het teleurstellend als de docent genoegen neemt met een minder resultaat en hem niet verder ondersteunt om de opdracht naar een hoger niveau te trekken.

  2. Help kinderen om hun doel concreet te maken en te onderscheiden welke stappen ze kunnen nemen om hun doel te behalen.

    Veel hoogbegaafde kinderen hebben bij het horen van een opdracht (bijvoorbeeld maak een presentatie over……) een prachtig eindresultaat voor ogen.

    Sommigen hebben geen flauw idee hoe ze tot dat resultaat moeten komen.
    De één wordt overspoelt met ideeën, kan niet kiezen of ziet door de bomen het bos niet meer.
    Bij een ander komt juist geen enkel idee naar boven omdat het toch niet voldoet.
    Voor beiden werkt het goed om ze te helpen hun gedachten te ordenen en te ontdekken hoe ze het aan willen pakken.Vertel niet hoe ze het moeten doen maar stel belangstellende vragen die helpen om de opdracht behapbaar en SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) te maken.
    Zomaar een paar voorbeeldvragen:
    Welke richtlijnen/criteria heb je gekregen waaraan je opdracht moet voldoen?
    Welk onderwerp kies je? Weet ik niet. Welke onderwerpen vind jij interessant? Wat nog meer….Welk onderwerp vind jij het meest geschikt?
    Wat weet je al over het onderwerp?
    Wat zou je nog meer willen weten?
    Wat denk je dat je medeleerlingen interessant zouden vinden?
    Hoe ziet een mindmap over het onderwerp eruit?
    Welke tussenstappen zijn nodig om …
    Enzovoort, enzovoort.

    Er zijn ook leerlingen die precies weten wat ze willen en hoe ze het aan willen pakken en die hun doel ver boven de verwachting van de docent stellen. Deze leerlingen zijn gebaat bij gerichte feedback op inhoudelijk hoog niveau zodat ze hun werk boven de geijkte norm uit kunnen laten stijgen.

Tips en valkuilen.

Als iemand ontevreden is over zijn prestatie terwijl het niveau van de prestatie ver uitstijgt boven het gemiddelde niveau, dan wordt dit gemakkelijk als overdreven ervaren. De voor de persoon in kwestie haalbare doelen worden dan ten onrechte als dwangmatig perfectionisme afgedaan.

“De appel valt niet ver van de boom”. Ook ouders kunnen gewend zijn de lat hoog te leggen. Wees je als ouder hiervan bewust en schat in of je reële verwachtingen hebt die passen bij het ontwikkelingsniveau van je kind. Vraag je bijvoorbeeld af of het bij de eerste keer dat je kind een spreekbeurt houdt, het belangrijk is dat de informatie voor de volle 100% klopt en het een logisch verhaal is, of dat het überhaupt voor de klas gaan staan en je verhaal vertellen hoog genoeg gegrepen is?

Bronnen:
Jacobsen M. (1999) The Gifted Adult; A Revolutionary Guide for Liberating Everyday Genius. Ballantine Books New york.
Kieboom, T. ( 2007) Hoogbegaafd; als je kind (g)een Einstein is. Tielt: Lannoo.
Silverman L.K. (1999) Perfectionism: The Crucible of Giftedness. Advanced Development, Vol. 8, p. 47-61

Inspireer ons door je succeservaringen te delen in onderstaand opmerkingenveld.

Hoe je je kind helpt faalangst te doorbreken

Tool:            Bemoedigen (in plaats van prijzen)

duim omhoog

 

Doel:

Het doel van deze tool is faalangst te verminderen en kinderen te stimuleren om uitdaging aan te gaan.

Achtergrond informatie:

Veel ouders hopen hun kind zelfvertrouwen te geven door veel te prijzen. Helaas werkt het in de praktijk niet zo.
Kinderen ontwikkelen zelfvertrouwen door zichzelf te overwinnen en steeds iets bij te leren, niet door veel complimentjes te krijgen. Dweck laat zien dat op de verkeerde manier prijzen zelfs averechts werkt.  Kinderen die vaak hebben gehoord dat ze slim zijn, vertonen vaak opvallend hulpeloze reacties bij een moeilijke taak. Ze geven vaak veel te snel op, zijn faalangstig en worden boos of  depressief als iets niet lukt.

Of iemand doorzet en zijn kwaliteiten weet te benutten is afhankelijk van de manier waarop hij in het leven staat.
Mensen met een “growth mindset” zijn gericht op hun leerproces. Ze zien inspanning en fouten als onderdeel van hun groeiproces. Ze gaan uitdagingen aan, zijn niet bang om te falen en ervaren voldoening als ze iets nieuws hebben geleerd.
Voor mensen met een “fixed mindset” geldt “je kunt het of je kunt het niet”. Je bent slim of je bent dom.  Als je ergens hard voor moet werken, of als je fouten maakt is dat een bewijs van onbekwaamheid. Dat voelt slecht en gaan ze liever uit de weg.

De kans dat hoogbegaafde kinderen een ‘fixed mindset’  ontwikkelen is groot omdat hun resultaten vaak enthousiast geprezen worden ook als ze er weinig voor hebben gedaan. Ze leren niet dat inspanning leveren, fouten maken en gefrustreerd raken normale dingen zijn die horen bij een groeiproces dat uiteindelijk voldoening geeft.

Als ouder heb je veel invloed op de mindset van je kind. Je kunt bewust de “growth mindset” stimuleren.  Dat doe je door positieve aandacht te hebben voor het leerproces in plaats van het resultaat te beoordelen.

Werkwijze:

  1. Besteed positieve aandacht aan het leerproces van je kind, strategie,  inzet en volharding.
  2. Zie fouten als kansen om te leren. Fouten maken MOET. Zo went je kind aan het idee dat de wereld niet vergaat als er fouten worden gemaakt.
    Oefen met fouten maken. Zeker als je zelf ook niet van fouten maken houdt, praat erover en spreek af dat jullie dat gaan leren. Confronteer je kind ook met taken buiten zijn “comfort zone”, ook als het daar gefrustreerd van raakt. Gebruik dit als een positieve oefening.
  3. Ieder kind zet zich iedere dag voor dingen in, al is het misschien voor iets anders dan jij zou willen. Kijk bewust naar die momenten dat je kind zich wel inzet. Benoem en erken dit. Zo rijpt het idee dat ergens hard voor werken positief is in plaats van een brevet van onvermogen.
  4. Hetzelfde geldt voor doorzetten. Kijk bewust naar de momenten dat je kind wel doorzet, hoe klein dit stapje ook is, en erken dit. Zo stimuleer je de veerkracht in een kind.

 

Valkuil:

  1. Prijzen van resultaat en eigenschappen versterkt de “fixed mindset” en werkt faalangst in de hand.
  2. Onder je niveau werken versterkt de “fixed mindset” en werkt faalangst in de hand.
  3. Je eigen oordeel geven haalt de aandacht af van het leerproces.

Voorbeelden:

NIET (stimuleert de “fixed mindset”): WEL (stimuleert de “growth mindset):
Wat kan jij goed helpen zeg. Bedankt voor je hulp
Een 10! Wat ben je een slimmerik Een 10! Hoe voelt dat?
Je hebt alle sommen goed opgelost. Wow. Wat kan jij dat goed. Je hebt alle sommen goed opgelost. Wow. Vertel eens hoe heb je dat gedaan?

Tip:

Het gaat natuurlijk om oprechte, eerlijke belangstelling waarbij je  bewust aandacht besteedt aan het leerproces. De voorbeelden zijn niet bedoeld om letterlijk na te zeggen, maar om de andere blikrichting te laten zien. Het moet congruent zijn. Als je kind weinig heeft gedaan voor de 10 en je zegt “Je hebt er hard voor gewerkt” leidt dat tot niets.

 

Bron: Dweck, C. S. (2008) Mindset; The New Psychology of Success. New York: Ballentine Books.

Ik ben benieuwd naar jouw ervaring met bemoedigen. Inspireer ons door het reactieveld in te vullen.