Tagarchief: overbeschermen

De meest gemaakte fout bij opvoeden

Doel: kind in z’n kracht

Achtergrond

Stel: Je ziet ergens erg tegenop, je hebt nog geen grip.
Wanneer voel jij je beter en ga je met meer vertrouwen aan de slag?
In geval van optie A:  Mensen erkennen dat iets lastig voor je is maar vertrouwen er desondanks op dat je je weg wel vindt.  Ze steunen je bij het zoeken naar “Wat werkt wel”
Of bij optie B: Mensen maken zich ernstig zorgen om je en doen heel hard hun best om jou gelukkig te maken
Ik vermoed dat je voorkeur uitgaat naar optie A. Toch is dat vaak niet hoe we met onze kinderen omgaan.

Ouders voelen zich vaak zeer verantwoordelijk voor het welzijn van hun kinderen. Sinds de jaren negentig wordt het in onze maatschappij steeds gebruikelijker om kinderen te beschermen tegen alle mogelijke ellende. De ‘helikopterouder’ heeft zijn intrede gedaan; een ouder die als een helikopter permanent boven een kind zweeft om elke vorm van dreiging af te wenden.
Dat lijkt liefdevol, toch is het niet effectief.
Kinderen hebben bewegingsvrijheid nodig en ruimte om te experimenteren. Door fouten te maken, gefrustreerd te raken en pijn te lijden doen ze ervaringen op waardoor ze leren omgaan met de belemmeringen en risico’s die onherroepelijk op hun pad komen.
Het leven laat zich leren door ervaring.
In onze ijver om ons kind te beschermen en gelukkig te maken, krijgt het soms te weinig ruimte om ervaringen op te doen en zelf zijn weg te vinden.

Dreikurs verwoordt het mooi: “Een geschaafde knie heelt weer, gebroken moed duurt levenslang”.

We realiseren ons soms te weinig dat kinderen voortdurend, in een continu proces, beslissingen nemen over:

  • zichzelf; ben ik goed/slecht, (on)bekwaam; doe ik ertoe?
  • anderen; zijn ze (on)vriendelijk (on)betrouwbaar?
  • de wereld; is het een (on)veilige plek?
  • wat ze moeten doen; samenwerken of overleven  (vechten, vluchten, of  verstarren/onderwerpen)

De meest gemaakte fout is dat ouders pijnlijke ervaringen automatisch willen voorkomen zonder bewust stil te staan bij het effect van hun aanpak op de beslissing die het kind over zichzelf en zijn leven neemt. Een pijnlijke ervaring hoeft niet perse een negatieve ervaring te zijn; het kan een bouwsteen zijn om te leren omgaan met het leven.
Stel je kind heeft geen aansluiting bij de kinderen in zijn klas. Dat is niet leuk. Maar is het negatief? Dat hangt af van de beslissing van je kind. Besluit hij dat hij niet deugt en zit hij depressief op de bank, of gebruikt hij de mismatch als aanzet om te ontdekken wie hij is en wat wel bij hem past?

Een belangrijke taak van ouders is niet om alle ellende te voorkomen, maar om betekenis te geven aan de dingen die gebeuren. Een kind zal andere beslissingen over zichzelf nemen als hij voelt dat jij je grote zorgen maakt over zijn gebrek aan vriendjes, dan als je erkent dat hij nog niet de contacten heeft gevonden die bij hem passen, je vertrouwen uitstraalt dat hij zijn weg wel zal vinden en je hem helpt zoeken naar manieren waarop hij wel aansluiting kan krijgen.

Eigenlijk kun je opvoeden beschouwen als een strategisch spel met als doel dat kinderen positieve beslissingen over zichzelf en hun leven nemen.

Het gaat hierbij om de balans zoeken tussen beschermen en loslaten. Met beschermen bedoel ik dat je ingrijpt om ervoor te zorgen dat je kind een positieve beslissing  over zichzelf neemt. Loslaten is beter als hij zelf zijn (soms moeilijke) weg wel vindt.
Te veel beschermen (overbeschermen) heeft het effect dat je kind onvoldoende waardevolle ervaringen opdoet om zelf grip te krijgen. Te snel loslaten resulteert is verwaarlozing; je laat hem aan zijn lot over terwijl hij zelf nog geen grip heeft; hij verzuipt.

Het lastige bij het opvoeden van hoogbegaafde kinderen is dat ze vaak niet goed passen binnen de normale context en je dus genoodzaakt bent om in te grijpen. Je wilt immers dat ze positieve beslissingen over zichzelf gaan nemen en dat gebeurt niet als ze zich een te vreemde eend in de bijt voelen of onvoldoende zinvol bezig zijn. Maar het feit dat er ingegrepen wordt in een bestaand systeem heeft hoe dan ook effect op het zelfbeeld van hoogbegaafde kinderen. Des te meer reden om heel bewust stil te staan bij welke betekenis je toekent aan de dingen die gebeuren.

Werkwijze:

Emoties  van ouders en kinderen zijn vaak erg verweven. Als je kind ongelukkig is voel je dat zelf waarschijnlijk fysiek in je eigen lijf.
Word je bewust van wat het precies is waar je je kind voor wilt behoeden en welke rol je eigen ervaringen hierin spelen?  Was je zelf een onderpresteerder en gun je je kind een betere carrière?  Was je zelf een buitenbeentje en gun je je kind hechte vriendschappen?
Word je bewust van je eigen frustratie, pijn, angst enzovoort en laat los. Als loslaten niet lukt, zoek dan hulp zodat je deze lading niet automatisch doorgeeft aan je kind.

Verleg bewust de aandacht van wat jij wilt, naar de beslissing die je kind over zichzelf en zijn leven neemt.  Bijvoorbeeld:

  • Bedenk als je pijn wilt voorkomen, welk effect “Pas op, zo ga je vallen” heeft.  Draagt het bij aan zijn zelfvertrouwen, krijgt hij meer grip, of wakkert het juist angst of afhankelijk gedrag aan? Realiseer je dat hij door te vallen (behalve in levensbedreigende situaties)  waardevolle ervaring opdoet waardoor hij leert zelf controle te krijgen over zijn lijf.
  • Als je passend werk wilt bewerkstelligen, bedenk dan bewust welke betekenis je meegeeft. Realiseer je dat de beslissing van je kind over zichzelf leidend moet zijn in je keuze van je aanpak, niet het beoogde werk zelf.
    Stel het lukt nog niet om met school goede oplossingen te vinden voor passend werk.
    Welk effect heeft het op het zelfbeeld van je kind als:

    • jij helemaal gestrest raakt, een enorme berg energie steekt in gesprekken op school en steeds verder gefrustreerd raakt
    • jij erkent dat het nog niet gelukt is om passend werk te vinden, je vertrouwen uitspreekt dat hij zijn weg wel zal vinden en aangeeft dat je hem helpt zoeken tot er goede oplossingen zijn gevonden
    • jij je kind respectvol en vriendelijk uitlegt dat verschillende scholen passen bij verschillende kinderen en dat je denkt dat een andere school beter past bij wat hij wil leren en dat jullie daarom overstappen naar een andere school.

Voel je de verschillen?
Om verwarring te komen: Ik zeg niet dat het niet zinvol is om te streven naar passend werk binnen je reguliere school. Dat kan een uitstekende keuze zijn. Als een kind zich serieus genomen voelt en het duidelijk is dat er gezocht wordt naar goede oplossingen draagt dat bij aan een positieve beslissing over zichzelf, ook als het curriculum nog niet op orde is.
Maar als het verzandt in strijd en wantrouwen dan is minder goed passend werk soms te verkiezen boven een gefrustreerde ouder.
Wees dus alert op de impliciete boodschap die het kind oppikt. 

Realiseer je dat je eerste reactie niet altijd de meest effectieve is. Neem even de tijd om af te wegen of je beschermt of loslaat.
Het is een kwestie van balanceren. De ene keer zal je misschien teveel loslaten de andere keer weer wat teveel beschermen. Zie het als een grillig proces waarin je steeds weer bijstuurt.
Het uiteindelijke doel is dat je jezelf als ouder overbodig hebt gemaakt en je, als je kind volwassen is, alles los kunt laten. Je kind heeft jou niet meer nodig om het leven aan te kunnen (wat uiteraard niet wil zeggen dat er geen liefde en verbondenheid meer is)

Zie opvoeden als een spel.
Welke zet doe jij om ervoor te zorgen dat je kind positief beslist over zichzelf?

Tips en Valkuilen

Bewust vertrouwen uitstralen is iets anders dan bagatelliseren of zijn nare ervaring wegpoetsen. Erkenning voor zijn worsteling is natuurlijk van belang. Let op het verschil tussen je laten meesleuren door emoties en zelf in je kracht blijven en richting geven.

Kind in z’n kracht; wat je wel en juist niet moet doen

Doel:  ‘Empoweren’

Achtergrond informatie

“Oefening baart kunst” en zo is het ook in het gewone leven. Als een kind kan ervaren wat de werkelijke (niet de opgelegde) consequenties zijn van zijn gedrag, kan hij leren zijn weg te vinden.  Dat betekent dat hij fouten maakt en soms lijdt en dat vinden we als ouder/leerkracht vaak moeilijk om aan te zien. Soms trekken we daarom de controle te veel naar ons toe of doen we te veel ons best om ellende te voorkomen. Jane Nelsen noemt de volgende veel voorkomende valkuilen waardoor ouders en leerkrachten de leerervaring van kinderen in de weg staan:

  1. Te veel dingen voor je kind doen
    Te veel helpen. De spreekbeurt van je kind maken. Veters blijven strikken.
    “Deze keer zal ik het doen, maar volgende keer moet je het echt zelf doen”
  2. Te veel geven
    Alles voor ze kopen wat ze willen.  (te veel speelgoed, dure merkkleding die je je eigenlijk niet kunt veroorloven, bel tegoed, snacks etc.)
  3. Omkopen en/of belonen
    “Als je goed je best doet dan mag je….” ”Voor iedere voldoende op je rapport krijg je ….”
  4. Overbeschermen
    Bepalen wat je kind aan moet, bepalen wie geschikte  vrienden zijn, extreme angst voor gevaar, enz.
  5. Betuttelen
    Dingen doen die je kind zelf kan doen.
    ‘s Ochtends wekken, aankleden, boterhammen smeren, met de auto naar school brengen. als ze ook zelf kunnen fietsen, geen huishoudelijke taken hoeven doen, …
  6. Voor hen liegen
    Briefje schrijven met een smoesje dat hij z’n huiswerk niet heeft kunnen doen.
    Zeggen dat je het niet tegen vader/moeder zal zeggen.
  7. Straffen, opgelegde negatieve consequenties
    Huisarrest, privileges ontnemen, …
  8. Preken en uitleggen
    Vertellen wat er aan de hand is, waarom iets gebeurde, hoe ze zich daarover zouden moeten voelen en wat ze eraan moeten doen.
    “Geen wonder dat je je huiswerk niet af hebt, ik zag dat je je tijd zat te verdoen met ….”
    “Hoe vaak moet ik je nog zeggen dat je….”
  9. De schuld geven
    “Hoe kan je nou toch zo onnadenkend/ slordig/ onverantwoordelijk..………. ”
  10. Leven in ontkenning
    “Mijn kind zou zoiets nooit doen.”
    Blijven vinden dat iets gevaarlijk is zonder je werkelijk  te verdiepen in het onderwerp.
  11. Redden en oplossen.
    Nieuwe dingen kopen ter vervanging van de dingen die je kind verliest.
    Laat op blijven om je kind te helpen met zijn huiswerk waar hij te laat mee is begonnen.

‘Empoweren’ daarentegen houdt in dat je in plaats van te redden of de controle naar je toe te trekken, deze bewust aan je kind overdraagt, zodat hij zelf invloed heeft op zijn leven en kan leren van zijn fouten. ‘Empoweren’ is ook bewust mogelijkheden creëren om te ontdekken hoe bekwaam ze zijn, hoe ze een zinvolle bijdrage kunnen leveren en hoe ze hun energie op een zinvolle manier kunnen gebruiken om hun leven en dat van anderen te verbeteren.

Werkwijze.

De volgende suggesties zijn voorbeelden van ’empoweren’.

  1. Toon je vertrouwen.
    “Ik heb vertrouwen in je. Ik geloof dat als het belangrijk voor je is, je zult weten wat je wilt doen.”
  2. Respecteer privacy.
    Ik respecteer je privacy en ik zal er voor je zijn als je er met me over wilt praten.
  3. Geef je grenzen aan.
    Deel wat je denkt, voelt en wat jij wilt, zonder te preken, te moraliseren, overeenstemming te eisen of te eisen dat je kind doet wat jij wilt.
    “Ik ben niet bereid om de kastanjes voor je uit het vuur te halen. Als school belt, geef ik de telefoon aan jou en zeg ik dat ze het met jou moeten bespreken”
    Een respectvolle toon en houding zijn hierbij essentieel!
  4. Luister zonder te redden of te oordelen.
    “Ik wil graag horen wat dit voor je betekent. Kan je me vertellen waarom je geen huiswerk maakt?”
  5. Houd je eigen gedrag onder controle.
    “Ik ben bereid je naar de bibliotheek te brengen als we daar vooraf een afspraak voor maken, maar ik wil er niet mee overvallen worden.  Als je mijn hulp nodig hebt, laat het me dan alsjeblieft vooraf weten.”
  6. Besluit wat jij wilt/kunt doen met waardigheid en respect.
    “Ik ben tussen 19.00 en 20.00 uur beschikbaar om je te helpen met huiswerk. Niet op het laatste nippertje. Als je wilt kan ik je helpen met het leren van time-management of ik kan je laten zien hoe je goede routines kunt ontwikkelen.”
  7. ‘Pak door’ op een vriendelijke en daadkrachtige manier.
    “Ik zie dat je veel stress hebt nu je hebt gewacht tot het laatste moment. Ik weet dat je je weg er wel in zult vinden. Ik ben tussen 19.00 en 20.00 beschikbaar om je te helpen.“
  8. Loslaten zonder in de steek te laten.
    “Ik hoop dat je later naar de universiteit zult gaan, maar vraag me af of het belangrijk voor je is. Je kunt altijd bij me terecht als je over jouw plannen en ideeën wilt praten.”
  9. Overeenstemming i.p.v. regels.
    “Ik zou graag met je willen bekijken of we een plan voor het maken van huiswerk kunnen bedenken waar we allebei achter staan. Wanneer heb je tijd om dit te bespreken?”
  10. Liefde en bemoediging.
    “Ik houd van je zoals je bent en respecteer jouw keuzes.”
  11. Vraag om hulp.
    “Ik heb je hulp nodig. Kan je me uitleggen waarom je je huiswerk niet belangrijk vindt?”
  12. Deel je gevoelens.
    Deel je gevoelens op de “Ik voel…..omdat……en ik zou willen…….” zonder te verwachten dat anderen het zelfde ervaren of je je zin zullen geven. ‘Model’ het erkennen van gevoelens en behoeften zonder verwachtingen.
    “Ik voel me gefrustreerd als jij je huiswerk niet doet. Ik hecht veel waarde aan een goede opleiding omdat ik denk dat je er een prettiger leven door kunt leiden en ik zou willen dat je je huiswerk maakte.
  13. Focus op samen oplossen.
    “Wat zijn jouw ideeën over het doen van huiswerk? Zou je mijn zorgen willen horen? Kunnen we brainstormen over mogelijke oplossingen?”
  14. Respectvol communiceren.
    “Ik voel me te gefrustreerd om er nu op een goede manier over te praten. Laten we het als agendapunt meenemen in ons familieoverleg zodat we er over kunnen praten op een moment dat ik niet zo emotioneel ben.”
  15. Informatie geven i.p.v. bevelen.
    “Het valt me op dat je veel tijd besteed aan televisiekijken op tijden die je had gereserveerd om huiswerk te maken.” “ Het valt me op dat je je huiswerk tot het laatste moment uitstelt en dan gestrest raakt.”
  16. Leren van fouten aanmoedigen
    “Ik zie dat je baalt dat je een 4 hebt gehaald. Ik heb er alle vertrouwen in dat dit je helpt om te ontdekken hoe je het een volgende keer aan wilt pakken om het cijfer te halen dat je wilt”.

Voor ouders die gewend zijn om controle uit te oefenen en op korte termijn effect te hebben (kinderen gaan bijvoorbeeld hun huiswerk maken als ze anders geen tv mogen kijken) lijken deze manieren van ‘empoweren’ vaak niet krachtig genoeg. Kinderen gaan niet meteen doen wat jij graag wilt, maar ze zullen ontdekken wie zij zijn en wat zij willen. Ze zullen fouten maken, balen en ervan leren.
Pas als we goed begrijpen dat fouten maken en hiervan leren, belangrijke bouwstenen zijn om je eigen weg te kunnen ontwikkelen en in je kracht te gaan staan, kunnen we het belang gaan inzien van deze empowerende aanpak.

Bron: J. Nelsen & L. Lott. Teaching Parenting the Positive Discipline Way.

Heb jij goede ervaring met ’empoweren’?  Inspireer ons door dit met ons te delen in het onderstaande opmerkingenveld.