Tagarchief: omgaan negatief gevoel

Hoe je uitbarstingen en ruzie vermindert door je kinderen beter te leren communiceren.

Doel:

verminderen van uitbarstingen en ruzie door kinderen beter te leren communiceren en te oefenen met probleemoplossende vaardigheden

Achtergrond informatie:

Zolang kinderen nog niet goed kunnen verwoorden hoe ze zich voelen en wat ze graag willen, zullen ze in woede of in huilen uitbarsten en hun lijf gebruiken om voor zichzelf op te komen.
Als ouder of leerkracht hebben we de taak om als tolk op te treden.
We kunnen kinderen coachen om ze te leren ontdekken hoe ze zich voelen, wat ze willen en hoe ze hier woorden aan kunnen geven.
Ook kunnen we kinderen coachen om anderen te  begrijpen en prettig te reageren.

Werkwijze bij problemen tussen kinderen:

Hieronder volgen een paar voorbeelden die ik letterlijk heb overgenomen (vertaald) uit de blog van Dr. Laura Markham. Ze beschrijft heel mooi hoe ze kinderen coacht om zich bewust te worden van hun innerlijke wereld, deze goed te communiceren en de ander te leren begrijpen.

Voorbeeld 1

James van 3 jaar speelt met zijn speelgoedvuilniswagen. Violet van 15  maanden, komt achter hem staan en trekt aan zijn shirt. James kijkt boos achterom en duwt haar weg.

Mama: “James, Violet trekt aan je shirt. Zo te zien vind je dat niet leuk. Welke woorden kan je gebruiken om haar dat te vertellen? Duwen doet pijn.
James: “Nee, Violet!”
Mama: “James, I hoor dat je “Nee” zegt, Kan je haar ook vertellen wat je niet wilt?”
James: “Trek niet aan mijn shirt!”
Violet kijkt met grote ogen toe.
Mama: “Violet, James zegt dat je niet aan zijn shirt moet trekken. Probeer je zijn aandacht te krijgen? Wil je met hem spelen?
Violet lacht en klapt in haar handen.
Mama: “James, zie je hoe graag Violet met je wil spelen. Dat is waarom ze aan je shirt trok. Ze probeerde je te vertellen dat ze met je wil spelen. Ik zie dat jij met je vuilniswagen aan het spelen bent. Is er iets dat Violet kan doen in jouw spel?”
James: “Hier,  jij mag de vrachtwagen. Ga alle blokjes er maar in doen en breng ze naar de vuilniswagen.

Voorbeeld 2

Johnny, 4 jaar, komt de kamer in waar de 5 jarige Christian met een speelgoedvliegtuig aan het vliegen is. Johnny grijpt naar het vliegtuig.

Johnny: “Nu is het mijn beurt!”
Christian: “Niet, het is mijn beurt, ik ga nog heel lang.”
Johnny begint te huilen. Hij probeert het vliegtuig te pakken als Christian zoemend langs hem vliegt
Papa: “I hoor Johnny huilen…gaat het goed met jullie tweeën?”
Johnny: “Gemenerd!”
Papa: “Johnny, I zie dat je overstuur bent…Kan je je broer vertellen wat je wil, in plaats van hem uit te schelden?”
Johnny: “Hij pest me! Ik wil ook met het vliegtuig!”
Christian: “Maar nu is het mijn beurt.”
Papa: “Johnny zegt dat hij ook met het vliegtuig wil spelen. En Christian zegt dat hij nog niet klaar is. Hmmm, dat is een lastige situatie. Ik weet hoe moeilijk het is om te wachten, Johnny.”
Johnny: “Ik wil niet wachten. Ik wil nu met het vliegtuig spelen, ik wil hem bijtanken.”
Papa: “Johnny, I hoor dat je nu met het vliegtuig wilt spelen en dat je precies weet wat je ermee wilt doen. Kan je Christiaan vragen of hij het aan jou wil geven als hij klaar is?”
Johnny: “Geef je hem aan mij als je klaar bent, Christian?”
Christian: “Oké Maar ik wil nog heel lang.”
Papa: “Oké…de regel in ons huis is dat je lang met iets mag spelen…kan je Johnny vertellen wanneer je klaar bent en je het vliegtuig aan hem geeft?”
Christian: “Ik heb hem nodig tot ik in bad ga”.
Johnny: “Dan mag ik hem naast mijn bed, want dan kan ik morgenvroeg meteen”
Papa: “Dus Christian, mag tot hij in bad gaat en dan gaat het vliegtuig naast Johnny’s bed slapen en is het morgenvroeg Johnny’s beurt. Is dat onze afspraak?
Christian: “Dat is goed. Kijk hem eens vliegen papa!”
Johnny: “Oké…Maar mag ik hem bijtanken als hij moet landen, Christian?”

Voorbeeld 3

Sebastian van 6 jaar en zus Claire van 8 jaar zijn schooltje aan het spleen. Claire is de juf.

Sebastian: “Ik wil niet meer spelen.”
Claire: “Ik ben de juf, dus ik mag het zeggen. Jij moet meespelen.”
Sebastian: “Papa, moet ik echt met Claire spelen?
Papa: “Iedereen mag zelf kiezen of hij wel of niet speelt. Wil jij niet meer spelen?”
Sebastian: (fluisterend tegen papa) “Ze is veel te bazig.”
Papa: “Ik hoor je, maar je zus moet het van je horen.”
Sebastian: (fluisterend tegen papa) “Zeg jij het maar.”
Papa: “Zo te zien maak je je zorgen om het aan Claire te vertellen? Kan je haar vertellen hoe je je voelt?”
Sebastian: (tegen Claire) “Je bent veel te bazig.”
Claire: “Nietes!”
Papa: “Sebastian, kan je haar vertellen hoe jij je voelt i.p.v. haar te vertellen wat zij doet?”
Sebastian: “Ik vind dit niet leuk. Ik mag helemaal niets bepalen.”
Claire: “Oké…wil jij dan de meester zijn? Dan ben ik een stout kind.”

Tips en valkuilen:

Beschrijf wat er gebeurt, leef je in en stel uitnodigende vragen die je kind helpen om te verwoorden wat hij voelt en zou willen.
Als kinderen van elkaar horen wat ze nodig hebben zijn ze beter in staat om oplossingen te bedenken die voor beiden goed zijn.
Help kinderen andere woorden te zoeken als ze andere kinderen afkatten.

Wees helder over  wat wel /niet mag. (Bijvoorbeeld In ons huis mag je zelf kiezen of je wel of niet wilt spelen. De regel in ons huis is dat je lang met iets mag spelen.)

“Niet slaan, gebruik woorden” helpt niet. Kinderen weten nog niet precies wat ze moeten zeggen. Ze  hebben het nodig om heel concreet te horen hoe en wat ze kunnen zeggen. Het is een hele kunst om goed  te weten wat je voelt en wat je nodig hebt en dit op zo’n manier te uiten dat de ander zich niet aangevallen voelt maar er iets mee kan. Ook voor volwassenen is dit vaak nog een hele uitdaging. Verwacht dus niet dat kinderen dit wel vanzelf leren, maar doe het bewust voor.
Ook hoogbegaafde kinderen die verbaal heel vaardig zijn hebben dit nodig. Omdat ze zo makkelijk praten worden ze extra overschat.

Hoe eerder we beginnen om onze kinderen deze vaardigheden te leren, hoe eerder ze zonder onze hulp problemen onderling kunnen oplossen.

Dit bericht is een vertaling en bewerking van de blog van Dr. Laura Markham – Coaching Siblings to Communicate Needs and Feelings.

Heb jij zelf voorbeelden die ons verder kunnen helpen? Deel ze s.v.p. met ons door het onderstaande reactieveld in te vullen.

Omgaan met woedeaanvallen van hoogbegaafde kinderen

Doel:

driftbui

van machteloze woede naar een gezamenlijk leerproces met begrip.

Achtergrond informatie

Boosheid is energie; een signaal in je lijf dat het niet gaat zoals je wilt.
Boosheid zet aan tot actie om het probleem op te lossen.
Maar als je niet goed weet wat er aan de hand is of als het niet lukt om de situatie naar je hand te zetten, kan boosheid makkelijk escaleren tot een woedeaanval.
Dat kan in één enkele situatie gebeuren maar de emmer kan ook langzaam vollopen tot hij overstroomt.

Het is niet verwonderlijk dat woede veel voorkomt bij hoogbegaafde kinderen. Naast dat hoogbegaafde kinderen vaak heel sensitieve kinderen zijn en ze sowieso veel emoties te verwerken hebben, weten ze vaak ook niet hoe ze de schoolsituatie zo kunnen beïnvloeden dat ze beter aan hun trekken komen. Of ze voelen zich anders, zouden willen dat dit niet zo was, maar hebben er geen grip op.

De meest gestelde vraag binnen mijn praktijk is dan ook hoe je om moet gaan met woedeaanvallen.

Woedeaanvallen verminderen als kinderen (en volwassenen) meer grip krijgen op hun situatie.
En om grip te krijgen heb je allereerst empathie nodig. Kinderen hebben jouw liefde het meest nodig op de momenten dat ze het het minst ‘verdienen’.

Een kind dat een woedeaanval krijgt, wil iets voor elkaar krijgen maar weet niet hoe. Hij weet bijvoorbeeld niet hoe hij het werkstuk zo perfect voor elkaar krijgt als hij voor ogen heeft, of hij is bang dat jij meer van zijn zus houdt en hij weet niet hoe hij dit kan veranderen, of….
Als we ons vervolgens richten op het afleren van woedeaanvallen vergroten we zijn machteloosheid. Hij weet nog steeds niet hoe hij voor elkaar kan krijgen wat hij wil en hij heeft er een extra probleem bij gekregen, namelijk dat hij moet leren niet zo boos te worden.

Werkwijze:

Een heel belangrijke stap is om de omslag te maken van “het kind heeft een probleem” naar “wij helpen elkaar om te krijgen wat een ieder nodig heeft”. Dit geldt zowel in de klas als thuis.

Wat me opvalt is dat kinderen met driftbuien zich vaak zo slecht voelen over zichzelf. Ze voelen zich  schuldig over dat ze zich ‘misdragen’ en anderen ‘tot last zijn’. Ze willen het heel graag beter doen, maar als puntje bij paaltje komt lukt het niet. En het zal blijven mislukken zolang de insteek is dat het driftige kind zich moet leren gedragen (door positief gedrag te belonen en negatieve consequenties te verbinden aan negatief gedrag).
Driftbuien ontstaan in wisselwerking met de omgeving.
Het is een signaal dat het kennelijk niet lukt om elkaar te bieden wat nodig is.
Het is tijd voor gezamenlijke ontdekkingstocht waarin iedereen zoekt naar wat hij kan bijdragen.
Het driftige kind is dan niet meer het lastige kind, maar een schakel in een geheel.

Voorbeeld.

Vorige week had ik een vader in mijn praktijk die vertelde over een woedeaanval van zijn zoon.
De zoon had voor het slapengaan de aandacht van zijn moeder willen hebben, maar moeder voelde zich niet lekker en was alvast naar bed gegaan. Vader had dit uitgelegd maar zoon voelde zich gefrustreerd dat zijn moeder niet kwam en bleef mokken. Vader wilde moeder beschermen en dacht er goed aan te doen om een duidelijke grens te stellen. “Zijn moeder zou die avond niet komen”.  Wat vriendelijk begon escaleerde tot een woedeaanval van de jongen.
Tijdens ons gesprek kwam vader tot het inzicht dat hij niet op zoek was geweest naar hoe ze elkaar konden helpen, maar strak had vastgehouden aan zijn eigen ideeën. De jongen voelde zich niet gehoord, had zich machteloos gevoeld en was woedend geworden.

Prachtig om te zien hoe deze vader tijdens het gesprek alsnog de omslag maakte van “mijn kind moet leren zijn woedeaanvallen te beheersen” naar empathie en zich openstelde voor de beleving van zijn kind. Alleen dan wordt het mogelijk om te ontdekken wat een ieder nodig heeft en is een woedeaanval niet meer ‘nodig’. Ik zeg nadrukkelijk ontdekken, het is een leerproces. Als het zo simpel was dat jij of je kind het al zou weten dan was er geen woedeaanval geweest.
Voor alle duidelijkheid: met empathie bedoel ik niet dat hij vanuit het begrip voor de behoefte van zijn zoon, moeder alsnog uit bed had moeten trommelen. Dat is toegeven.  Ik bedoel  met empathie begrip en het zoeken naar mogelijkheden.  Hoe anders zou het hebben geklonken als hij bijvoorbeeld had gezegd: “Ik snap je teleurstelling, wat zou jou nog meer kunnen helpen om toch lekker in slaap te komen?

 

Tips voor het ontladen van spanning

Tips voor het ontladen van spanning

 

Werkwijze:

Explosies ontstaan vaak niet in 1 keer maar bouwen meestal op.

Observeer en word je bewust van patronen. Leer de signalen herkennen waaraan je kan zien dat de spanning bij je hoogbegaafde kinderen opbouwt.

Bied je kind een uitlaadklep voor de spanning voordat deze tot ontploffing komt.

Bijvoorbeeld door:

  • Samen zware rijstzakken over te gooien.
    Naai zakken en vul ze met rijst. Maak de zakken zwaar genoeg om echt kracht te moeten gebruiken bij het gooien.
  • Samen een boksbal heen er weer te slaan. Ouder aan de ene kant, kind aan de andere kant.
  • Een boze tekening maken

 

Tips:

De kracht van deze oplossingen vind ik dat ouder en kind samen iets doen om de spanning te laten afvloeien.
Vaak zijn explosieve kinderen bang dat anderen niet meer van hen houden als ze boos zijn. Ze hebben enorme behoefte aan bevestiging dat je ondanks alles  toch van hen houdt.  Het lukt soms niet om spanning af te laten vloeien als jij bijvoorbeeld aangeeft dat je kind even de trap op en neer moet rennen om af te reageren. Als je kind het als hulp ervaart  misschien wel, maar als hij het als een veroordeling van zijn boosheid ervaart  zal het niet werken.
Door samen een activiteit te doen wordt de verbondenheid benadrukt.  Dat stelt gerust.

Hoe je ruzie in goede banen leidt

Tool:            Constructief omgaan met ruzie

Doel:

Het doel  van deze tool is ruzie bewust te gaan gebruiken als bouwsteen voor het leren van probleemoplossende vaardigheden.

Achtergrond informatie:bazig

Conflicten zijn onvermijdelijk. Het is een illusie om te denken dat we kunnen samenleven zonder conflicten. Het doel is daarom ook niet om geen ruzie meer te maken, maar om er constructief mee om te gaan. Een conflict hoeft niet erg te zijn. Als het goed wordt opgelost kan een conflict het contact zelfs verdiepen en hechter maken. Aan de andere kant zal een conflict dat op een onbevredigende manier wordt opgelost telkens terugkeren en kan het het contact ernstig verslechteren.
Ruzies zijn belangrijke bouwstenen om te leren omgaan met conflicten en pijnlijke ervaringen.

Voordat ik inga op het constructief oplossen van conflicten wil ik eerst nog  andere belangrijke factoren noemen die een rol kunnen spelen bij ruzie.

Ruzie kan een manier zijn om een onderliggend rotgevoel af te reageren. Kinderen die niet het gevoel hebben dat ze meetellen en gewaardeerd worden of geen voldoening putten uit de dingen die ze doen, kunnen (onbewust) ruzie gaan zoeken om hun onvrede af te reageren. Als dit het geval is, is het belangrijk om de oorzaak van de onvrede op te lossen. Voor hoogbegaafde kinderen is dat bijvoorbeeld vaak dat ze meer uitdaging en/of meer aansluiting met gelijkgestemden nodig hebben.  Natuurlijk blijft het belangrijk om het conflict zelf op een bevredigende manier op te lossen maar zolang de bron van onvrede niet wordt aangepakt zullen er vele conflicten blijven volgen.

Bij ruzie tussen broers en zussen speelt rivaliteit om de aandacht van ouders en hun positie binnen het gezin vaak een belangrijke rol. Rivaliteit is normaal en als je intense kinderen hebt is een extra portie rivaliteit niet vreemd.  Je kunt echter rivaliteit onbewust versterken als je partij kiest, kinderen onderling vergelijkt  of vanuit je eigen emotie (woede, behoefte om te beschermen, enz.) op conflicten reageert. Hoewel jij weet dat je zielsveel van je kind houdt, durft je kind daar niet altijd op te vertrouwen en wil hij zijn plek veroveren ten koste van broer of zus. Voldoende 1-op-1 tijd per kind, echte interesse voor wat elk kind bezighoudt, stoppen met kinderen onderling te vergelijken en een bemoedigende, waarderende houding, kunnen het aantal ruzies flink doen afnemen.

Werkwijze voor het constructief omgaan met conflicten:

Maak een inschatting van de heftigheid van de ruzie. Bij lichte ruzie is het vaak beter om niet in te grijpen zodat kinderen zelf kunnen ontdekken hoe ze met het conflict om willen gaan. Bij heftigere ruzie of steeds terugkerende conflicten is het effectiever om kinderen te leren zich te uiten en probleemoplossende vaardigheden te ontwikkelen.

  1. Negeer gekibbel en benader het als een leerzame ervaring om met conflicten om te gaan. Zie kibbelende kinderen als schattige welpjes die met elkaar dollen (zolang er geen gevaar dreigt).
  2. Heb er vertrouwen in dat kinderen veel conflicten zelf kunnen oplossen. Grijp niet altijd gelijk in als kinderen ruzie hebben. Soms komen ze zelf tot verrassende oplossingen die jij als volwassene nooit zou hebben bedacht. Zo weet ik nog goed dat 2 kinderen in een kinderdagverblijf waar ik coachte, ruzie hadden om een poppenwagen. Op mijn verzoek wachtten de leidsters met ingrijpen. Even later duwde het ene kind de poppenwagen en het andere kind had de handen op de schouders van het eerste kind. Beiden waren helemaal tevreden met deze oplossing. Ik zou het zelf nooit zo bedacht hebben, het leek mij nogal oneerlijk, maar het was uitstekend zo.
  3. Behandel kinderen gelijk.
    Veel ruzie tussen broers en zussen gaat eigenlijk om de aandacht van ouders. Kinderen hopen dat de ouder partij voor hen kiest.

    1. Stap uit de situatie/Verlaat zelf de kamer.
      Je zult verbaasd staan over hoe vaak ruzie ophoudt als je zelf uit de situatie stapt. Als je het niet vertrouwt om weg te gaan, blijf er dan bij, observeer,  maar meng je merkbaar niet in de ruzie.
    2. “Als jullie willen ruziën mogen jullie boven/buiten/… verder ruziën. Hier in de kamer wil ik rust”. ( dus niet één van beide, maar allebei!)
    3. Als ruzie uit de hand loopt : “het is tijd om afstand van elkaar te nemen. Kom allebei maar even tot rust in je eigen kamer. (dus niet één van beide, maar allebei!) Je kunt uit je kamer komen als je het zonder ruzie weer wilt proberen”.
      Let  bij optie b en c op een vriendelijke en doortastende toon. Straal uit dat je het meent maar blijf vriendelijk.
      Handel zonder te praten ( haal ze uit elkaar) als dat nodig is.
      Geef ze de keuze om in de kamer te blijven zonder te ruziën of optie b/ c.
      Houd vol en blijf vriendelijk en doortastend tegelijk.
  4. Leer kinderen omgaan met negatieve gevoelens.
    Situatie: Tim en Marijn spelen schaak. Marijn is aan het verliezen en gooit het bord om.
    Tim: ‘Ik haat hem, hij verpest alle spelletjes’

    1. Accepteer alle gevoelens en benoem ze:
      ‘je bent echt heel boos’
    2. Verwoord het verlangen:
      ‘je zou willen dat hij het spel ook afmaakt als hij verliest.’
    3. Stop indien van toepassing onacceptabel gedrag zoals slaan:
      Zeg op vriendelijke en doortastende toon ‘we doen elkaar geen pijn’,  ‘we vloeken niet’, …..,
      Handel zo nodig zonder te praten (haal ze uit elkaar)
    4. Begeleid kinderen in hoe ze hun woede op een acceptabele manier kunnen uiten:
      ‘Welke woorden kun je gebruiken om je broer te laten weten dat je boos op hem bent?’ of bij jonge kinderen: ‘zeg maar tegen hem :“Als jij het bord omgooit, kan ik ook niet meer verder spelen en dan voel ik me heel boos.”
      (gedrag , gevolg, gevoel)
  5. Leer kinderen probleemoplossende vaardigheden. Bemiddel bij conflicten:
    Kies geen partij. Zoek NIET naar schuld of gelijk hebben.
  6. Richt je op behoeften en oplossingen.
    1. Erken de gevoelens van ieder kind en verwoord het gezichtspunt of behoefte van ieder kind (of als dat kan: laat kind zelf verwoorden). Praat met respect over het probleem:
      ‘dus jij bent boos omdat je vindt dat jij nu aan de beurt bent op de computer’ en ‘jij bent boos omdat je het spel eerst af wilt maken’.
      Neem hier voldoende tijd voor. Pas als ze zich allebei echt gehoord voelen staan ze open voor het zoeken naar oplossingen.
    2. Brainstorm: laat iedereen zoveel mogelijk oplossingen bedenken zonder te oordelen. Laat kinderen vooral ook zelf oplossingen bedenken.
    3. Beoordeel pas na de brainstormfase welke oplossingen geschikt zijn
    4. Kies een oplossing die voor iedereen goed is
      (als er geen geschikte oplossing is, onderzoek dan opnieuw de onderliggende behoefte of ga langer door met het brainstormen)
    5. Bespreek de praktische uitvoerbaarheid (wie, wat, waar, hoe en wanneer)
    6. Maak eventueel een vervolg afspraak om te evalueren
    7. Als de gevoelens nog te sterk zijn, of als er geen tijd is om het conflict op te lossen, maak een afspraak om het op een later moment te bespreken. Dit geldt ook voor steeds terugkerende conflicten.
  7. Grijp in bij gevaar.
    (zoals bijvoorbeeld wanneer een kind een steen naar een ander kind wil gooien)

    1. Handel zonder te praten. Pak de steen vriendelijk en doortastend af en ga verder volgens vorige punten
      (leren omgaan met negatieve gevoelens en probleemoplossende vaardigheden)

 

Valkuilen en tips:

Trap niet in de veelvoorkomende valkuil om je te richten op wie er begonnen is, wie er gelijk heeft, wiens schuld het is enz. Dit is niet effectief.
Ten eerste kom je er vaak niet goed achter. Je kunt onmogelijk  alles signaleren. Als Sem Sofie slaat heb je misschien de neiging om boos te worden op Sem. Maar misschien is Sofie wel net iets te dicht naast Sem gaan zitten om hem te tarten. Ze weet dat Sem dan ontploft en op zijn kop krijgt. Sofie speelt de volmaakte onschuld “Ik doe toch niets? Ik zit alleen maar bij hem”.
Door je te richten op schuld of gelijk hebben versterk je de onderlinge rivaliteit. Je kiest partij, raakt verstrikt in de rol van scheidsrechter en kweekt daarmee daders en slachtoffers. Sem zal bijvoorbeeld wrok voelen en de kans is groot dat hij wraak wil nemen. Sofie wil graag dat je nog een keer partij voor haar kiest.

Het is een vergissing om te denken dat we, als kinderen gaan slaan of op een andere manier echt  over de grens gaan, moeten ingrijpen met straf. Het is inderdaad belangrijk om doortastend een grens aan te geven maar dat kan ook op vriendelijke en respectvolle manier zoals beschreven bij werkwijze.
Van straf leren ze dat de grootste en sterkste wel respectloos mag zijn en mag kwetsten. Je geeft ermee het verkeerde voorbeeld. Bovendien roept straf veel wrok, verzet, angst of een slecht gevoel over zichzelf op en dat is weer een bron voor volgend slecht gedrag.
Ruzie roept vaak sterke emotionele reacties op bij ouders. Zelf vind ik het soms moeilijk om mijn teleurstelling over een verpeste sfeer te beteugelen en word ik uit machteloosheid boos, slinger terechtwijzingen naar hun hoofd of verordonneer ze (tegen mijn eigen visie in) naar hun kamer.  Het is een valkuil om te denken dat mijn boosheid terecht is omdat er grenzen aangegeven moeten worden. Zoals gezegd: die grenzen zijn inderdaad nodig ja, maar de boosheid is een uiting van machteloosheid en geen effectieve aanpak.  We maken allemaal fouten. Het enige wat we dan kunnen doen is erkennen dat we fout zaten met een gevoel van verantwoordelijkheid in plaats van schuld, het bijleggen en ons nogmaals committeren om het voortaan anders te doen.

Veel ouders voelen een sterke behoefte om hun kind te beschermen voor pijn, afwijzing, onrecht enz. Toch horen deze pijnlijke ervaringen bij het normale leven en moeten kinderen hier mee om leren gaan.  In plaats van te redden of te beschermen help je kinderen meer door te observeren, te luisteren, te coachen en aan te moedigen.
(Ik heb het hier over de normale (pijnlijke) levenservaringen en niet over abnormale beschadigende ervaringen zoals misbruik, intimidatie, pesten en andere situaties waarin een kind machteloos overgeleverd is en tot slachtoffer wordt gemaakt. Als dit laatste het geval is, is ingrijpen en beschermen wel degelijk gewenst.)

Bronnen:

Nelsen,J. , Lott, L. & Glenn, S. (2007) Positive Discipline A-Z; 1001 Solutions to Everyday Parenting Problems. New York: Three Rivers Press.
Faber, A. & Mazlish, E. (2011) How2Ttalk2Kids; Broers en zussen zonder rivaliteit.
Handleiding Gordon®cursus Effectief omgaan met kinderen. Stichting Nederlandse Effectiviteits Trainingen .

Op welke manier lukte het jou om ruzie in goede banen te leiden?
Inspireer ons, door onderstaand reactieveld in te vullen.