Tagarchief: leren

Hoe je je kind steunt om zich goed te voelen over zichzelf

Doel: een positief zelfbeeld

Achtergrond:

Als je intenser bent dan mensen verwachten stuit je doorgaans op veel onbegrip. Niet uit kwaaie bedoelingen, maar omdat mensen de wereld nu eenmaal  interpreteren vanuit hun eigen kader.
Veel intense kinderen krijgen aan de lopende band expliciet of impliciet de boodschap dat ze raar, vervelend of lastig zijn.

Susan Daniël schetst in haar boek ‘Living with intensity’  hoe intensiteit verkeerd geïnterpreteerd kan worden. Mijn ECHA-collega May Nellen van www.maynellenabc.nl  heeft dit pakkend vertaald:

  • hun opgewondenheid wordt gezien als excessief,
  • hun hoge energie als hyperactiviteit,
  • hun vasthoudendheid als drammerigheid,
  • hun vragen als ondermijning van het gezag,
  • hun verbeelding als onoplettendheid,
  • hun passie als verstorend,
  • hun sterke emoties en gevoeligheid als onvolwassenheid,
  • hun creativiteit en zelfsturendheid als opstandigheid.

Hoe mooi zou het zijn als we wat meer hun kwaliteiten konden zien en waarderen.

Intense kinderen hebben hun ouders keihard nodig om tegenwicht te bieden tegen negatieve beoordelingen die ze dagelijks tegenkomen. Hoe vaker ze negatief beoordeeld worden hoe vaker ook juist hun kwaliteiten moeten worden erkend.
In de praktijk werkt het helaas vaak andersom. Hoe meer kinderen negatief beoordeeld worden hoe harder ouders gaan werken om ze te laten voldoen aan de norm. Ze willen dolgraag hun kind gelukkig zien en denken hier aan bij te dragen door ze te leren zich te gedragen zoals het hoort.

Wees je bewust van deze normale automatische reactie en kies in plaats daarvan bewust om in te zoomen op kwaliteiten zodat ze zich goed voelen over zichzelf.

Werkwijze:

Ga bewust op zoek naar de kwaliteiten en talenten van je kind.

Wanneer vliegt de tijd? Waar krijgt je kind energie van?
Welke negatieve labels heeft je kind? Ontdek welke positieve kracht er schuil gaat achter het label?

Kies heel bewust voor erkenning, troost, realiteit en grip.
Stop met reageren vanuit je verontwaardiging, teleurstelling, angst of verwijt, kalmeer jezelf en kies voor positieve, constructieve aanpak die bijdraagt aan een positief zelfbeeld.

Erkenning:
Benoem de beleving , wens, kwaliteit, talent van je kind.

Troost:
Bied troost en geruststelling; teleurstelling of nog geen grip hebben is normaal; het hoort bij het leven. Door voor te leven dat je deze gevoelens kent en aanvaardt kan je kind gemakkelijker uit het teleurgestelde gevoel stappen.

Realiteit:
Geef de realiteit aan, wat mag wel/niet. Houd je toon neutraal, laat je niet verleiden tot een preek.

Grip krijgen:
Zijn er manieren waarop je de context kan veranderen zodat zijn behoefte, talent, wens, drijfveer wel tot uiting kan komen?
Wat kan jij doen om de situatie in de hand te houden?
Vertaal een probleem naar te leren vaardigheden en focus op oefenen.
Gebruik groeitaal:

  • Ik merk dat je het nog lastig vindt om [te leren vaardigheid]. Hoe vaker je het doet, hoe makkelijker het wordt
  • Ik zie dat het al lukte om [te leren vaardigheid]. Ga zo door.

Hieronder volgen een paar voorbeelden hoe je lastige situaties kunt ombuigen naar leersituaties waarin kinderen een goed gevoel krijgen over zichzelf.

Voorbeeld 1

Je kind is ‘overgevoelig’ en heeft veel last van ruzie in de klas. Hij kan de hele middag van slag zijn als de leerkracht erg boos is geweest in de klas.

Kwaliteit die hieronder schuilgaat: sfeervoeler[1].

Luk Dewulf noemt in “Ik kies voor mijn talent” iemand een ‘sfeervoeler’ als hij goed kan voelen hoe anderen zich voelen en hoe de sfeer is. Hij voelt aan wat een ander nodig heeft. Het is een knop die hij niet kan uitzetten.
Ruzie in de klas voelt hij automatisch in zijn eigen lijf, zelfs als de boosheid niet op hem is gericht. Hij kan zich er niet voor afsluiten. Het advies om “je er niks van aan te trekken” gaat dus niet lukken.

Maar een ‘sfeervoeler’ komt tot zijn recht in een omgeving waarin wordt aanvaard dat hij dingen aanvoelt en waarin hij gelegenheid krijgt om iets te doen met wat hij voelt.
Dit betekent dat hij tot bloei zal komen als hij mag invoelen en iets kan doen om een ander zich beter te laten voelen.
Dit is precies wat er gebeurde toen leerkracht Iris een beroep deed op leerling Max om haar te helpen bij conflicten in de klas. Juf Iris merkte dat ze steeds meer geïrriteerd raakte als leerling Hans zich verzette tegen taken die hij moest doen. Juf Iris en leerling Hans raakten in een machtsstrijd en werden steeds bozer op elkaar en machtelozer. Tot juf Iris bedacht om hulp in te roepen bij ‘sfeervoeler’ Max. Ze vroeg Max of hij Hans niet even op weg kon helpen. Dat bleek een gouden greep. Max voelde haarfijn aan dat verdere druk uitoefenen niet ging helpen bij Hans. Hij maakte een grapje en stelde gerust. Pas toen Hans was gekalmeerd hielp hij hem op weg om nog eens naar de opdracht te kijken en aan de slag te gaan.

Misschien schat je dit in als een grote belasting voor Max. Het tegendeel bleek echter waar. Hij bloeide op. Hij had een manier gevonden om zijn talent tot uiting te brengen en daar kreeg hij energie van. Hij had last van de onrust, maar kreeg er energie van toen hij ‘toestemming’ kreeg om in te voelen en er iets mee te doen. Het zou anders zijn geweest  als hij geen ‘sfeervoeler’ was maar op grond van zijn competentie in wiskunde gevraagd werd om Hans op weg te helpen terwijl hij eigenlijk liever met een eigen wiskunde opdracht bezig was gegaan. In dat geval zou het wel een belasting zijn en hem energie kosten.

Sommige kinderen die last hebben van ruzie bemoeien zich (op constructieve of nog destructieve wijze) tegen ruzies van anderen aan. Een ‘sfeervoeler’ zal proberen iets te doen aan de onrust die een conflict bij hem oproept. Toch is het niet zo dat je als ‘sfeervoeler’ ook automatisch de vaardigheden bezit om als bemiddelaar in een conflict op te treden.
Oefening baart kunst.
Ouders van ‘sfeervoelers’ doen er goed aan om hun kind te ondersteunen in het leren van probleemoplossende vaardigheden zodat ze een goede bemiddelaar kunnen worden. Ze zullen de rest van hun leven gevoelig blijven voor onderlinge spanning tussen mensen, dus hoe meer grip ze krijgen om hier constructief mee om te gaan hoe beter. Dit is effectiever dan ze te adviseren ‘zich er niet mee te bemoeien’.

Erkenning:
Jij voelt anderen goed aan, jij merkt het meteen als iets oneerlijk is of als iemand verdrietig is. Dat is je kracht.

Troost:
Het is nog lastig voor je hè als mensen boos zijn op elkaar. Daar vind je je weg nog wel in.

Realiteit:
Er zullen altijd wel situaties zijn dat mensen ruzie hebben.

Grip krijgen:
Benoem de te leren vaardigheid: anderen helpen conflicten op te lossen, oefenen met probleemoplossende vaardigheden (behoefte benoemen, brainstormen,  etc)
Groeitaal: focus op oefenen. Ik merk dat je het nog moeilijk vindt om [te leren vaardigheid] bijvoorbeeld de juf erbij te halen als kinderen ruzie hebben.
Ik zag dat het al lukte om [te leren vaardigheid] Ga zo door.

Voorbeeld 2

Je dochter maakt denigrerende opmerkingen over anderen in haar handbalteam die minder goed kunnen handballen dan zij.

Kwaliteit die er onder schuil gaat: ‘uitblinker als ik dat wil’

Luk Dewulf  omschrijft iemand met het talent ‘uitblinker als ik dat wil’ als iemand die alleen tevreden is met ‘het beste’ en zich ergert aan middelmatigheid. Iemand wil alleen leren van de beste. Dit is een innerlijke drive, de aard van het beestje. Met minder genoegen nemen zal energie kosten.

Erkenning  voor talent:
Jij wilt heel goed spelen/uitblinken, je wilt groeien en je kunnen optrekken aan mensen die nog beter zijn dan jij. Dat is je kracht.

Troost:
Lastig hè als mensen minder goed zijn dan jij.

Realiteit:
Toch is het belangrijk om ook als mensen slechter zijn dan jij respectvol te kunnen blijven

Grip:
Zoek naar mogelijkheden hoe ze kan genieten van kwaliteit, zich kan optrekken aan iemand die beter is, hoe ze kan groeien.
Benoem de te leren vaardigheid:  bijvoorbeeld jezelf kalmeren als anderen niet aan jouw maatstaven voldoen
Groeitaal: focus op oefenen. Ik zag dat je het nog moeilijk vindt om jezelf  te kalmeren  als iemand slecht speelt. Hoe vaker je het doet hoe makkelijker het wordt.
Ik zag dat het al lukte om vriendelijke dingen te zeggen als iemand fouten maakt.  Ga zo door.

Voorbeeld 3

Stel je zoon van 5 is onderzoekend van aard. Hij wil met hart en ziel weten hoe de wereld in elkaar zit. Klopt het wel wat grote mensen zeggen, vraagt hij zich af. Met zo’n onderzoekend kind kun je gemakkelijk in de volgende situatie terecht komen:
Zoon: “Wat is dat?”
Moeder: “Een deurstopper”
Zoon: “Wat is een deurstopper?”
Moeder: “dan  gaat de deur niet kapot als hij te hard open gaat”
Zoon: wil de deur keihard opengooien tegen de deurstopper om te kijken wat er dan gebeurt.

Roept dit jouw verontwaardiging op en krijgt hij een reprimande voor baldadig gedrag? Of waardeer je zijn onderzoekende, vasthoudende instelling en zie je een loopbaan als wetenschapper voor hem weggelegd?

Ik zal niet ontkennen dat het veel energie kost om hier steeds alert op te zijn en in goede banen te leiden. De kans is dus groot dat een dergelijk kind ondanks zijn goede bedoelingen, veelvuldig boosheid oproept.

Let op:  expres hard opengooien om de deur kapot te maken komt ook voor en heeft te maken met het afreageren van z’n rotgevoel. Hoe je daarmee omgaat komt aan de orde in andere blogs. In deze blog gaat het om het herkennen en in goede banen leiden van die onderzoekende aard.

En als het voortkomt uit een onderzoekende aard moeten we dan maar accepteren dat hij te hard met de deur mept omdat we zijn loopbaan als wetenschapper niet willen dwarsbomen? Nee, natuurlijk niet. Als ingrijpen nodig is dan doe je dat. Maar doen wat nodig is, kan ook zonder verontwaardiging en verwijt en zelfs met waardering voor z’n kwaliteiten.

Bijvoorbeeld zo: “Je wilt heel graag zelf uitvinden of iets waar is (=erkenning). Jammer hè  dat je het niet mag uitproberen (=troost). En toch mag je niet met de deur slaan, want ik wil niet dat de deur kapot gaat. (= realiteit)”  Haal hem zo nodig weg bij de deur als hij toch blijft proberen. (= grip krijgen)

[1] Bron: “Ik kies voor mijn talent” van Luk Dewulf

Heb jij voorbeelden hoe jij de intensiteit van jouw kind in goede banen hebt geleid? Hoe heb je je kind gesteund om een goed gevoel over zichzelf te ontwikkelen?
Inspireer ons door het onderstaande opmerkingenveld in te vullen.

Hoe je kind gemotiveerd raakt om te leren en tot bloei komt.

Doel:

Kind in z’n kracht; tot bloei komen

Achtergrondinformatie.

Om goed te kunnen functioneren is het nodig dat er aan 3 psychologische basisbehoeften wordt tegemoet gekomen (Deci en Ryan). Dit zijn:

  • behoefte aan autonomie
    Tegemoet komen aan de behoefte aan autonomie betekent niet dat een individu onafhankelijk en zonder rekening te houden met anderen moet kunnen bepalen wat hij wel of niet doet. Ieder individu maakt onderdeel van een systeem en zal daarbinnen moeten afstemmen. Waar het bij ‘autonomie’ om gaat is of iemand kan onderschrijven waar hij mee bezig is. Staat iemand achter zijn bezigheden of levert het bijvoorbeeld gêne op.
    Een voorbeeld: Verkeersregels zijn door anderen opgelegd, maar als iemand het nut van de regels inziet en deze kan onderschrijven, botst het niet met zijn behoefte aan autonomie als hij zich aan de verkeersregels houdt.
  • behoefte aan competentie
    Oppervlakkig gezien lijkt de behoefte aan competentie voor hoogbegaafden niet echt een punt van zorg omdat ze vaak bovengemiddeld competent zijn. Toch is het wel degelijk een belangrijk aandachtspunt. Het gaat namelijk niet zo zeer om hoe goed iemand iets kan, maar om het gevoel dat je grip hebt op je werk, dat je iets zult beheersen als je er moeite voor doet, dat je je omstandigheden kunt beïnvloeden.
    Als kinderen zichzelf te hoge doelen stellen of als ze zich vervelen op school en niet het gevoel hebben hier iets aan te kunnen doen, zullen ze – hoe competent ze ook zijn – gewend raken aan de gedachte “het gaat me toch niet lukken, wat ik ook doe”
    (= geleerde hulpeloosheid).
  • behoefte aan (relationele of sociale) verbondenheid
    Mensen hebben geen klauwen, pantsers of scherpe tanden om zichzelf te beschermen. Vroeger waren we daarom volkomen afhankelijk van onze sociale context om te overleven. Hoewel sociale uitsluiting inmiddels niet meer dodelijk is, zijn we biologisch niet veranderd en zijn we nog steeds zeer gevoelig voor sociale status. Als we sociaal geïsoleerd zijn voelen we ons ongelukkig en werkt niets.

Professor Hans Henrik Knoop bouwt in zijn lezing op de World Gifted Conference 2015 voort op bovenstaande theorie van Deci en Ryan. Hij gaat in op de relatie tussen ‘leren’ en ‘welbevinden’ en hoe je beide kunt bevorderen.

Bij een uitbundig bloeiende plant twijfelt niemand eraan of het goed gaat met de plant. Het is volkomen duidelijk dat er sprake is van welbevinden. Niemand hoeft de plant te vertellen dat hij moet groeien en bloeien, dat doet hij uit zichzelf. De plant probeert geen giraf te worden. Hij doet wat bij hem past en groeit en bloeit. Er is sprake van ‘self-regulated strength-based growth’.
Met ‘self-regulated’ bedoelt hij: voortkomend uit zichzelf; niet opgelegd.
Strength based gaat over ‘doen wat bij je past’, dat wat je goed ligt.
Willen groeien en ontwikkelen komt van binnen uit.

Voor mensen gelden dezelfde principes om ‘tot bloei te komen’.
‘Self-regulated strength based growth’ bevordert een gevoel van welbevinden.
Welbevinden zorgt voor de energie om nieuwsgierig te zijn en te willen handelen. Deze energie maakt dat iemand zich openstelt voor leren en creatieve processen waardoor zijn competenties en creativiteit verder ontwikkelen. En groei bevordert op zijn beurt weer een gevoel van welbevinden.
Kortom: Leren en welbevinden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Hij plaatst dan ook kanttekeningen bij de in onze maatschappij heersende norm van  “eerst werken, dan pas genieten”.
Volgens Knoop is welbevinden geen luxe  die verdiend moet worden maar een voorwaarde om goed te functioneren.

Knoop noemt 5 elementen die bijdragen aan een gevoel van welbevinden.

  1. lichamelijke gezondheid,
  2. positieve emoties,
  3. betrokkenheid; flow, geheel in iets opgaan,
  4. betekenis; deel zijn van groter geheel, een doel voor ogen hebben, iets willen bereiken
  5. sociale verbondenheid

Als kinderen (mensen) deze 5 elementen ervaren tijdens het leren, dan is leren aangenaam, geeft het energie en zijn ze intrinsiek gemotiveerd om te groeien.

Werkwijze.

Alle 5 elementen van welbevinden zijn te trainen en te ontwikkelen. Ieder kind (mens) zal er zelf voor moeten kiezen om ze te trainen/positief te beïnvloeden. Dit is niet af te dwingen. Wel is het zo dat de omgeving de ontwikkeling ervan kan bevorderen of remmen.

Kinderen komen tot bloei in een omgeving die de onderstaande randvoorwaarden voor welbevinden stimuleert/ bevordert.

  1. Lichamelijke gezondheid bevorder je door te zorgen voor:
  • gezonde voeding; voorkom grote schommeling in de glucosespiegel
  • voldoende beweging; een paar keer per week sporten heeft een bewezen positief effect op iemands grondstemming
  • voldoende slaap
  • voldoende hygiëne
  1. Het ervaren van positieve emoties bevordert het welbevinden. Lekkere dingen proeven, mooie muziek luisteren, een ontroerende film kijken, enzovoort, dragen allemaal bij aan een gevoel van welbevinden. Positieve emoties tijdens het leren stimuleer je door te zorgen voor:
  • een goed sociaal klimaat; voldoende contact met vriendjes, bemoedigende positieve sfeer enz.
  • schoonheid; mooie vormgeving, prettige inrichting, enz.
  • functionaliteit; dingen die je nodig hebt binnen handbereik, niet te lang hoeven wachten enz.
  1. Stimuleer betrokkenheid / flow
    Ieder spel/computergame of werksituatie waar mensen helemaal in opgaan (flow ervaren) hebben met elkaar gemeen dat ze:
  • voorzien in de behoefte aan autonomie (je kunt onderschrijven waar je mee bezig bent)
  • betekenisvolle doelen hebben
  • duidelijke niet-bureaucratische regels hebben
  • flexibele uitdaging bieden
  • stimulerende feedback (in plaats van beschamend) geven
  • concentratie vergen;
    mensen hebben een zeer beperkte aandachtsspanne. Als de aandacht uitgaat naar de de spanning die je voelt omdat je je onveilig voelt in de klas, gaat de aandacht niet meer naar iets anders. Alleen de persoon zelf kan bepalen waar hij zich op concentreert. Dat betekent dat autonomie van belang is. Iemand zal zich alleen concentreren op de dingen waar hij achter staat.
  1. Zorg voor betekenis
    Als iets betekenisvol voor je is ben je intrinsiek gemotiveerd en ben je gedreven en veerkrachtig. Als jouw kind nog niet kan zwemmen en in het water valt, ben jij zeer gedreven om het te redden en ben je zeer veerkrachtig om obstakels te overwinnen. Je weet precies wat het voor je betekent. Het omgekeerde is ook waar: als iets geen betekenis voor je heeft, ben je niet gedreven en laat je weinig veerkracht zien om obstakels te overwinnen. Zingeving is enorm belangrijk.

    • het nut ervan inzien;
      als je iets goed kunt gebruiken is het vanzelfsprekend dat je het wil leren
    • goede redenen
      als niet meteen duidelijk is op welke manier je het kunt gebruiken, zijn er goede redenen nodig om duidelijk te maken wat het nut is.
  2. Zorg voor sociale verbondenheid
  • Sociale steun is belangrijk voor welbevinden; besteed structureel aandacht aan erkenning en waardering
  • Bied positieve sociale uitdaging
    veel mensen vermijden sociale uitdaging omdat ze bang zijn dat het conflicten oplevert. Toch blijkt uit onderzoek een positief effect op welbevinden als je je kunt optrekken aan anderen

Bron: presentatie van Hans Henrik Knoop op de World Gifted Conference 2015: “Positive Psychology in Education: How fairness, well-being and performance are mutually depending aspects of future education”.

Je kunt de lezing beluisteren door op de link van het filmpje te klikken.

 

Als jij voorbeelden hebt van hoe jij welbevinden positief hebt beïnvloed, inspireer ons door ze met ons te delen in onderstaand reactieveld.

Wat te doen als je kind niet tegen zijn verlies kan

Doel: leren omgaan met competitie.

Achtergrond informatie.

We leven in een competitieve maatschappij. Kinderen vergelijken op school of thuis voortdurend hun resultaten met die van anderen. Daarom is het, los van hoe wij als ouder of leerkracht zelf tegen competitie aankijken, belangrijk dat kinderen om leren gaan met winnen en verliezen.
Om jezelf te ontwikkelen is het nodig om jezelf uit te dagen en te overwinnen. In competitie met anderen kun je jezelf tot een hoger niveau optrekken.
Ons doel zou daarom ook niet moeten zijn om competitie te verminderen maar om kinderen te leren op een prettige manier te winnen en zich niet volledig uit het veld geslagen te voelen als ze verliezen. Kinderen kunnen er veel profijt van hebben als ze dit goed kunnen. Kinderen die leren te verliezen zonder zich een ‘loser’ te voelen ontwikkelen veerkracht.

Onderpresteerders (mensen die minder presteren dan waartoe ze in staat zijn) hebben vaak moeite met competitie. Dit kan op verschillende manieren tot uiting komen.
Sommigen vermijden het liefst elke vorm van competitie en vluchten in niet-competitieve, passieve activiteiten, zoals lezen, tv-kijken, enzovoort. Natuurlijk is er niets mis met lekker een boek lezen, maar als het een manier is om uitdaging uit de weg te gaan, ontwikkelen ze zich minder dan als ze de uitdaging wel zouden aangaan.
Anderen gaan alleen de competitie aan als ze grote kans maken om te winnen. Ze willen graag laten zien hoe goed ze zijn en gaan op deze gebieden maar al te graag de competitie aan. Het valt daarom ook vaak niet op dat ze in wezen moeite hebben met competitie. Maar als ze de dingen waar ze niet kunnen winnen uit de weg gaan ontwikkelen zich minder dan zou kunnen.

Kinderen (mensen) die competitie uit de weg gaan beperken hun kansen om vaardigheden te leren en veerkracht te ontwikkelen. Hierdoor komen ze op achterstand, zullen ze zich steeds minder bekwaam voelen en hun angst om te falen zal toenemen. Deze neerwaartse spiraal zal niet vanzelf doorbroken worden. Het is belangrijk om deze kinderen bewust te leren omgaan met competitie.

 

Werkwijze.

Stimuleer bij kinderen die vluchten in passieve activiteiten ook actieve interesses waarin ze doelen kunnen behalen, grenzen kunnen verleggen en zelfvertrouwen kunnen opbouwen. Dit kan van alles zijn zoals skeeleren, Pokemon kaarten verzamelen, wat dan ook. Het gaat erom dat ze zich inspannen om verder te komen.

Stimuleer bij kinderen die alleen competitie aangaan als ze ergens heel goed in zijn, om ook activiteiten te ontplooien waar ze niet zo goed in zijn.

Richt je op het leerproces, de inzet en het doorzettingsvermogen en niet zozeer op het resultaat. Zo ondersteun je een “groei mindset”. Meer informatie hierover is te vinden in een voorgaand bericht over het doorbreken van faalangst.

Stimuleer wedstrijdjes tegen zichzelf waarbij ze hun grenzen verleggen.

Speel af en toe competitieve gezelschapsspelletjes en gebruik het bewust als goede oefening.

  • Laat je kind niet expres winnen.
  • Laat je niet leiden door medelijden.
    Besteed geen aandacht aan verdriet/frustratie of angst om weer mee te doen. Accepteer dat je kind zich op dat moment voelt zoals hij zich voelt en vertrouw erop dat hij er mee om kan gaan.
  • Haal je kind niet over om toch weer mee te doen als het is afgehaakt. De aandacht die je daarmee geeft houdt het gedrag in stand.
  • Ga zo veel mogelijk gewoon door met het spel. Kies er bewust voor om het plezier voor jezelf en anderen niet te laten bederven.

Tips en valkuilen:

Als er grote drama’s ontstaan als je kind verliest, is de verleiding misschien groot om je kind te laten winnen of om spelletjes uit de weg te gaan. Trap niet in deze valkuil maar zie het als signaal dat je kind op dit vlak nog veel te leren heeft en ga er juist actief mee aan de slag.

Bronnen en leestips:

  • Dweck, C. S. (2008) Mindset; The New Psychology of Success. New York: Ballentine Books.
  • Rimm, S.B. (2008) Why Bright Kids Get Poor Grades; and what you can do about it. Scottsdale: Great Potential Press.

Als jij goede ervaringen hebt waar wij van kunnen leren, deel ze dan s.v.p. in het onderstaande opmerkingen veld