Tagarchief: intensiteit

Hoe je je kind steunt om zich goed te voelen over zichzelf

Doel: een positief zelfbeeld

Achtergrond:

Als je intenser bent dan mensen verwachten stuit je doorgaans op veel onbegrip. Niet uit kwaaie bedoelingen, maar omdat mensen de wereld nu eenmaal  interpreteren vanuit hun eigen kader.
Veel intense kinderen krijgen aan de lopende band expliciet of impliciet de boodschap dat ze raar, vervelend of lastig zijn.

Susan Daniël schetst in haar boek ‘Living with intensity’  hoe intensiteit verkeerd geïnterpreteerd kan worden. Mijn ECHA-collega May Nellen van www.maynellenabc.nl  heeft dit pakkend vertaald:

  • hun opgewondenheid wordt gezien als excessief,
  • hun hoge energie als hyperactiviteit,
  • hun vasthoudendheid als drammerigheid,
  • hun vragen als ondermijning van het gezag,
  • hun verbeelding als onoplettendheid,
  • hun passie als verstorend,
  • hun sterke emoties en gevoeligheid als onvolwassenheid,
  • hun creativiteit en zelfsturendheid als opstandigheid.

Hoe mooi zou het zijn als we wat meer hun kwaliteiten konden zien en waarderen.

Intense kinderen hebben hun ouders keihard nodig om tegenwicht te bieden tegen negatieve beoordelingen die ze dagelijks tegenkomen. Hoe vaker ze negatief beoordeeld worden hoe vaker ook juist hun kwaliteiten moeten worden erkend.
In de praktijk werkt het helaas vaak andersom. Hoe meer kinderen negatief beoordeeld worden hoe harder ouders gaan werken om ze te laten voldoen aan de norm. Ze willen dolgraag hun kind gelukkig zien en denken hier aan bij te dragen door ze te leren zich te gedragen zoals het hoort.

Wees je bewust van deze normale automatische reactie en kies in plaats daarvan bewust om in te zoomen op kwaliteiten zodat ze zich goed voelen over zichzelf.

Werkwijze:

Ga bewust op zoek naar de kwaliteiten en talenten van je kind.

Wanneer vliegt de tijd? Waar krijgt je kind energie van?
Welke negatieve labels heeft je kind? Ontdek welke positieve kracht er schuil gaat achter het label?

Kies heel bewust voor erkenning, troost, realiteit en grip.
Stop met reageren vanuit je verontwaardiging, teleurstelling, angst of verwijt, kalmeer jezelf en kies voor positieve, constructieve aanpak die bijdraagt aan een positief zelfbeeld.

Erkenning:
Benoem de beleving , wens, kwaliteit, talent van je kind.

Troost:
Bied troost en geruststelling; teleurstelling of nog geen grip hebben is normaal; het hoort bij het leven. Door voor te leven dat je deze gevoelens kent en aanvaardt kan je kind gemakkelijker uit het teleurgestelde gevoel stappen.

Realiteit:
Geef de realiteit aan, wat mag wel/niet. Houd je toon neutraal, laat je niet verleiden tot een preek.

Grip krijgen:
Zijn er manieren waarop je de context kan veranderen zodat zijn behoefte, talent, wens, drijfveer wel tot uiting kan komen?
Wat kan jij doen om de situatie in de hand te houden?
Vertaal een probleem naar te leren vaardigheden en focus op oefenen.
Gebruik groeitaal:

  • Ik merk dat je het nog lastig vindt om [te leren vaardigheid]. Hoe vaker je het doet, hoe makkelijker het wordt
  • Ik zie dat het al lukte om [te leren vaardigheid]. Ga zo door.

Hieronder volgen een paar voorbeelden hoe je lastige situaties kunt ombuigen naar leersituaties waarin kinderen een goed gevoel krijgen over zichzelf.

Voorbeeld 1

Je kind is ‘overgevoelig’ en heeft veel last van ruzie in de klas. Hij kan de hele middag van slag zijn als de leerkracht erg boos is geweest in de klas.

Kwaliteit die hieronder schuilgaat: sfeervoeler[1].

Luk Dewulf noemt in “Ik kies voor mijn talent” iemand een ‘sfeervoeler’ als hij goed kan voelen hoe anderen zich voelen en hoe de sfeer is. Hij voelt aan wat een ander nodig heeft. Het is een knop die hij niet kan uitzetten.
Ruzie in de klas voelt hij automatisch in zijn eigen lijf, zelfs als de boosheid niet op hem is gericht. Hij kan zich er niet voor afsluiten. Het advies om “je er niks van aan te trekken” gaat dus niet lukken.

Maar een ‘sfeervoeler’ komt tot zijn recht in een omgeving waarin wordt aanvaard dat hij dingen aanvoelt en waarin hij gelegenheid krijgt om iets te doen met wat hij voelt.
Dit betekent dat hij tot bloei zal komen als hij mag invoelen en iets kan doen om een ander zich beter te laten voelen.
Dit is precies wat er gebeurde toen leerkracht Iris een beroep deed op leerling Max om haar te helpen bij conflicten in de klas. Juf Iris merkte dat ze steeds meer geïrriteerd raakte als leerling Hans zich verzette tegen taken die hij moest doen. Juf Iris en leerling Hans raakten in een machtsstrijd en werden steeds bozer op elkaar en machtelozer. Tot juf Iris bedacht om hulp in te roepen bij ‘sfeervoeler’ Max. Ze vroeg Max of hij Hans niet even op weg kon helpen. Dat bleek een gouden greep. Max voelde haarfijn aan dat verdere druk uitoefenen niet ging helpen bij Hans. Hij maakte een grapje en stelde gerust. Pas toen Hans was gekalmeerd hielp hij hem op weg om nog eens naar de opdracht te kijken en aan de slag te gaan.

Misschien schat je dit in als een grote belasting voor Max. Het tegendeel bleek echter waar. Hij bloeide op. Hij had een manier gevonden om zijn talent tot uiting te brengen en daar kreeg hij energie van. Hij had last van de onrust, maar kreeg er energie van toen hij ‘toestemming’ kreeg om in te voelen en er iets mee te doen. Het zou anders zijn geweest  als hij geen ‘sfeervoeler’ was maar op grond van zijn competentie in wiskunde gevraagd werd om Hans op weg te helpen terwijl hij eigenlijk liever met een eigen wiskunde opdracht bezig was gegaan. In dat geval zou het wel een belasting zijn en hem energie kosten.

Sommige kinderen die last hebben van ruzie bemoeien zich (op constructieve of nog destructieve wijze) tegen ruzies van anderen aan. Een ‘sfeervoeler’ zal proberen iets te doen aan de onrust die een conflict bij hem oproept. Toch is het niet zo dat je als ‘sfeervoeler’ ook automatisch de vaardigheden bezit om als bemiddelaar in een conflict op te treden.
Oefening baart kunst.
Ouders van ‘sfeervoelers’ doen er goed aan om hun kind te ondersteunen in het leren van probleemoplossende vaardigheden zodat ze een goede bemiddelaar kunnen worden. Ze zullen de rest van hun leven gevoelig blijven voor onderlinge spanning tussen mensen, dus hoe meer grip ze krijgen om hier constructief mee om te gaan hoe beter. Dit is effectiever dan ze te adviseren ‘zich er niet mee te bemoeien’.

Erkenning:
Jij voelt anderen goed aan, jij merkt het meteen als iets oneerlijk is of als iemand verdrietig is. Dat is je kracht.

Troost:
Het is nog lastig voor je hè als mensen boos zijn op elkaar. Daar vind je je weg nog wel in.

Realiteit:
Er zullen altijd wel situaties zijn dat mensen ruzie hebben.

Grip krijgen:
Benoem de te leren vaardigheid: anderen helpen conflicten op te lossen, oefenen met probleemoplossende vaardigheden (behoefte benoemen, brainstormen,  etc)
Groeitaal: focus op oefenen. Ik merk dat je het nog moeilijk vindt om [te leren vaardigheid] bijvoorbeeld de juf erbij te halen als kinderen ruzie hebben.
Ik zag dat het al lukte om [te leren vaardigheid] Ga zo door.

Voorbeeld 2

Je dochter maakt denigrerende opmerkingen over anderen in haar handbalteam die minder goed kunnen handballen dan zij.

Kwaliteit die er onder schuil gaat: ‘uitblinker als ik dat wil’

Luk Dewulf  omschrijft iemand met het talent ‘uitblinker als ik dat wil’ als iemand die alleen tevreden is met ‘het beste’ en zich ergert aan middelmatigheid. Iemand wil alleen leren van de beste. Dit is een innerlijke drive, de aard van het beestje. Met minder genoegen nemen zal energie kosten.

Erkenning  voor talent:
Jij wilt heel goed spelen/uitblinken, je wilt groeien en je kunnen optrekken aan mensen die nog beter zijn dan jij. Dat is je kracht.

Troost:
Lastig hè als mensen minder goed zijn dan jij.

Realiteit:
Toch is het belangrijk om ook als mensen slechter zijn dan jij respectvol te kunnen blijven

Grip:
Zoek naar mogelijkheden hoe ze kan genieten van kwaliteit, zich kan optrekken aan iemand die beter is, hoe ze kan groeien.
Benoem de te leren vaardigheid:  bijvoorbeeld jezelf kalmeren als anderen niet aan jouw maatstaven voldoen
Groeitaal: focus op oefenen. Ik zag dat je het nog moeilijk vindt om jezelf  te kalmeren  als iemand slecht speelt. Hoe vaker je het doet hoe makkelijker het wordt.
Ik zag dat het al lukte om vriendelijke dingen te zeggen als iemand fouten maakt.  Ga zo door.

Voorbeeld 3

Stel je zoon van 5 is onderzoekend van aard. Hij wil met hart en ziel weten hoe de wereld in elkaar zit. Klopt het wel wat grote mensen zeggen, vraagt hij zich af. Met zo’n onderzoekend kind kun je gemakkelijk in de volgende situatie terecht komen:
Zoon: “Wat is dat?”
Moeder: “Een deurstopper”
Zoon: “Wat is een deurstopper?”
Moeder: “dan  gaat de deur niet kapot als hij te hard open gaat”
Zoon: wil de deur keihard opengooien tegen de deurstopper om te kijken wat er dan gebeurt.

Roept dit jouw verontwaardiging op en krijgt hij een reprimande voor baldadig gedrag? Of waardeer je zijn onderzoekende, vasthoudende instelling en zie je een loopbaan als wetenschapper voor hem weggelegd?

Ik zal niet ontkennen dat het veel energie kost om hier steeds alert op te zijn en in goede banen te leiden. De kans is dus groot dat een dergelijk kind ondanks zijn goede bedoelingen, veelvuldig boosheid oproept.

Let op:  expres hard opengooien om de deur kapot te maken komt ook voor en heeft te maken met het afreageren van z’n rotgevoel. Hoe je daarmee omgaat komt aan de orde in andere blogs. In deze blog gaat het om het herkennen en in goede banen leiden van die onderzoekende aard.

En als het voortkomt uit een onderzoekende aard moeten we dan maar accepteren dat hij te hard met de deur mept omdat we zijn loopbaan als wetenschapper niet willen dwarsbomen? Nee, natuurlijk niet. Als ingrijpen nodig is dan doe je dat. Maar doen wat nodig is, kan ook zonder verontwaardiging en verwijt en zelfs met waardering voor z’n kwaliteiten.

Bijvoorbeeld zo: “Je wilt heel graag zelf uitvinden of iets waar is (=erkenning). Jammer hè  dat je het niet mag uitproberen (=troost). En toch mag je niet met de deur slaan, want ik wil niet dat de deur kapot gaat. (= realiteit)”  Haal hem zo nodig weg bij de deur als hij toch blijft proberen. (= grip krijgen)

[1] Bron: “Ik kies voor mijn talent” van Luk Dewulf

Heb jij voorbeelden hoe jij de intensiteit van jouw kind in goede banen hebt geleid? Hoe heb je je kind gesteund om een goed gevoel over zichzelf te ontwikkelen?
Inspireer ons door het onderstaande opmerkingenveld in te vullen.

Hoe je (prikkel)gevoeligheid in goede banen leidt.

Doel: aansluiten bij de aard van je kind

Achtergrond informatie.

Hoogbegaafdheid is meer dan alleen een hoge intelligentie; het is een manier van zijn. Een manier van zijn die inwerkt op allerlei aspecten van de persoonlijkheid en gevolgen heeft voor hoe iemand de wereld beleeft en ermee omgaat. Niet beter of slechter, maar anders.

Een veel voorkomende valkuil is dat we ‘anders’ als lastig ervaren en proberen af te zwakken in plaats van de kracht te zien en de eigenschap tot z’n recht te laten komen.  Bijvoorbeeld een beweeglijk kind leren stil te zitten met behulp van een beloningssysteem of negatieve consequenties in plaats van te zoeken naar mogelijkheden om voldoende te kunnen bewegen op een manier die ook recht doet aan z’n omgeving .

De “Positive Disintegration Theory” van Dabrowski biedt een goede kapstok om eigenschappen te waarderen en aan te sluiten bij iemands aard. In dit kader ga ik in op één onderdeel van de theorie, namelijk het concept van ‘overexcitabilties’ (aangeboren prikkelgevoeligheid). Dabrowski gaat ervan uit dat een hogere prikkelgevoeligheid iemand in staat stelt om tot hogere prestaties te komen.  Zo zal iemand met een sterke zintuiglijke prikkelgevoeligheid (verfijnde smaak, geur, e.d.) zich tot een betere kok kunnen ontwikkelen dan iemand die minder prikkelgevoelig is op dit gebied.
Dabrowski onderscheidt 5 gebieden van prikkelgevoeligheid:

  • intellectuele prikkelgevoeligheid
  • psychomotorische prikkelgevoeligheid
  • zintuiglijke prikkelgevoeligheid
  • imaginaire prikkelgevoeligheid
  • emotionele prikkelgevoeligheid

De kunst is om prikkelgevoeligheid in goede banen te leiden in plaat van af te zwakken.

Werkwijze per type prikkelgevoeligheid

Intellectuele prikkelgevoeligheid

Hier gaat het om de activiteit van de geest:  leerhonger, drang tot begrijpen en onderzoeken

Wat is nodig:

  • Waardeer nieuwsgierigheid
  • Respecteer de behoefte om te begrijpen , ongeacht de leeftijd van het kind
  • Leer kinderen vaardigheden om antwoorden te vinden op hun vragen
    Laat zien hoe je iets opzoekt  in de bibliotheek
    Toon goede informatiebronnen zoals schooltv.nl en dergelijke.
  • Koop op de rommelmarkt oude apparaten om uit elkaar te halen
  • Geef kinderen die voortdurend vragen stellen een vragenschriftje waarin ze alle vragen kunnen noteren en plan regelmatig momenten waarop ze de belangrijkste vraag mogen uitkiezen om te bespreken
  • Neem educatieve tv-programma’s op
  • Zoek mentoren in hun interessegebieden
  • Creëer een wensendoos waar iedereen zijn wensen in mag doen voor leerzame uitstapjes en kies er af en toe één uit

 Psychomotorische prikkelgevoeligheid.

Hier gaat het om het fysieke energieniveau:

  • hoog energieniveau, actief
  • gedreven, veel bewegen, veel praten, druk,
  • niet je ‘gedachtestroom’ uit kunnen zetten voor het slapen gaan
  • zenuwtics, nagelbijten ….

Wat is nodig:

  • Waardeer de energie, het enthousiasme
  • Vermijd  te lang stil moeten zitten
  • Zoek  acceptabele uitingsvormen om te bewegen
    • elastiek tussen stoelpoten waar kind tegen aan kan schoppen zonder dat anderen er last van hebben
    • kneedgum
    • tangles
    • wiebelkussen
    • bijtbandje om de pols, washand om op te kauwen i.p.v. dekbed
    • voldoende laten sporten
    • veel laten bewegen op momenten dat het kan
    • stoeien (met regels als ze erg wild zijn bijv. alleen op de knieën zodat het niet te gevaarlijk wordt)
    • laten assisteren in de klas, dingen laten halen enz. zodat hij gelegitimeerd kan bewegen
  • Leer hen manieren om te ontspannen
    • stimuleer het luisteren naar muziek of een luisterboek
    • mindfulness voor kinderen
    • yoga
    • massage
    • Als je kind moeite heeft met z’n gedachtestroom uit te zetten bij het slapen gaan werkt het soms beter om p.v. boek voor te lezen ontspanningsspelletje te doen

 Zintuiglijke prikkelgevoeligheid 

Hier gaat het om intense zintuiglijke waarneming (smaak, geluid, beelden, huidcontact, geur) en verfijnd en intens beleven van schoonheid, beeldende kunst, literatuur, muziek, kleur, vormen, verhoudingen, de natuur

Wat is nodig:

  • Waarderen van mogelijkheden om te genieten
  • Beperken van te sterke/storende prikkel
    • labels uit kleding,
    • sokken omdraaien
    • plastic bestek als metalen bestek onprettig aanvoelt
    • herriestoppers (oordopjes) in de bioscoop, en andere plekken met harde geluiden
    • koptelefoon in de klas
    • scherm om tafeltje af te schermen
    • plaats in de klas bewust kiezen om prikkels te beperken
    • duidelijke afspraken maken over rust in huis/ stilte tijd plannen
    • korter dan anderen naar pretpark/zwembad/speeltuinen met veel prikkels of deze zelfs vermijden
  • Maximaliseren van prettige stiumli
    • whisperphone (als kinderen zichzelf/ hun eigen geluiden goed willen horen)
    • aroma therapie
    • met modder, water, klei, vingerverf, etc lekker laten kliederen
    • accepteer dat kinderen langer zullen vasthouden aan kroeldoekjes, knuffels etc.

Imaginaire prikkelgevoeligheid. 

Hier gaat het om :

  • Sterke verbeeldingskracht (ook over wat er allemaal fout kan gaan….)
  • gebruik van veel beelden en metaforen in de taal,
  • poëtisch taalgebruik, visualisaties,
  • inventief en fantasievol, magisch denken
  • snel wegdromen bij verveling…maar ook vluchten in een fantasie- en droomwereld, imaginaire vriendjes, dramatiseren

Wat is nodig:

  • waardeer creativiteit en fantasie
  • help onderscheid te maken tussen werkelijke- en fantasiewereld . Wees hierin eerlijk en duidelijk.
  • moedig aan om hun verbeeldingskracht te gebruiken om problemen op te lossen .
  • kies bewust naar welke films, nieuwsuitzendingen etc. kinderen kijken om overweldigende indrukken te voorkomen. Houd er rekening mee dat ze  verder doordenken en intenser beleven (Vb. films van Walt Disney bestemd voor ‘all’ zijn soms toch te spannend.)
  • bied informatie aan waardoor ze ervaringen beter in hun context kunnen plaatsen
  • help je kind omgaan met angsten ( zie een vorige blog)
  • speel rollenspellen, doe “alsof”- spelletjes

Emotionele prikkelgevoeligheid 

Hier gaat het om de

  • intensiteit en complexiteit van de emoties,
  • sterk aanvoelen van emoties van anderen en zich ermee identificeren,
  • hoogsensitief zijn,
  • sterke behoefte aan verbondenheid met anderen en dieren,
  • sterk gevoel voor rechtvaardigheid

Wat is nodig:

  • Erken en accepteer gevoelens (niet het onacceptabel gedrag)= actief luisteren
  • Stimuleer kinderen zich bewust te worden van hun emoties
    • Maak een ‘gevoelsthermometer’,  ‘moeilijke tijden bord’ of andere variant zodat ze zicht krijgen op hun ‘triggers’ en hoe de spanning oploopt
    • Stimuleer het ontwikkelen van gevoelstaal
      Maak een schatkistje met pictogrammen van gevoelens en laat je kind die kiezen die hij die dag heeft ervaren, of voer gesprekken over welk gevoel een schilderij, muziekstuk,….oproept; waar voel je dat in je lijf
    • Stimuleer je kind zich te uiten via muziek, muziek, poëzie, dagboek, kunst
    • Leer hen tot rust komen
      • “Prettige time-out” om even tot jezelf te komen.
      • Bied uitlaatklep om heftige emoties af te reageren: boksbal, zware rijstzakken overgooien, badminton spelen…..
        Ontdek wat voor jou en jouw kind werkt – bij de ene activiteit raak je alleen maar meer geagiteerd, bij de andere kalmeer je
      • Ontspanningstechnieken, mindfulness
    • Vind activiteiten waarin ze hun behoefte aan empathie en sociale bewogenheid kwijt kunnen en een bijdrage kunnen leveren aan het ‘verbeteren van de wereld’: wordt bijvoorbeeld lid van ‘kids for animals’, collecteren voor goed doel, oversteekhulp voor padden enzovoort.

Ik nodig je van harte uit om de oplossingen die jij hebt gevonden met ons te delen in het onderstaand opmerkingenveld.

Van overleven naar floreren; doorbreken van negatief gedrag bij hoogbegaafde kinderen

Doel:

doorbreken van negatief gedrag en vergroten van verbondenheid

Achtergrond informatie:

Hoogbegaafde kinderen kunnen behoorlijk ontmoedigd raken als het niet lukt om de kloof met hun omgeving te overbruggen. De wereld gaat hen te traag, ze voelen zich niet begrepen, men vindt hen te dominant, emotioneel of betweterig enz.
Een ontmoedigd kind uit dat doorgaans in ineffectief gedrag.
Door het ineffectieve gedrag te leren begrijpen en in te spelen op de onderliggende behoefte, kunnen negatieve patronen doorbroken worden.

Er zijn in hoofdlijnen 4 ineffectieve patronen te onderscheiden waarop ontmoedigde kinderen proberen om alsnog mee te tellen.
Ze zijn uit op:

  • Aandacht. “ik tel mee als mensen voor me zorgen en me aandacht geven”.
    Iedereen heeft aandacht nodig. Het is een basisbehoefte en daar is niets mis mee. Het wordt pas een ineffectief patroon als kinderen de aandacht gaan opeisen omdat ze denken niet belangrijk te zijn als ze even geen aandacht krijgen.
  • Macht. “ik tel mee als ik bepaal”
    Uitingen van dit patroon zijn recalcitrant gedrag, expres het tegenovergestelde doen van wat jij graag wilt, enz.
  • Wraak. “ik tel niet mee, dat doet pijn, ik doe anderen hetzelfde aan”
    Deze kinderen voelen zich machteloos en weten niet hoe ze mee kunnen tellen. Het enige wat ze in huis hebben is een ander zich net zo rot laten voelen. Uitingen van dit patroon zijn bijvoorbeeld: pesten, kwetsen, dingen stuk maken enz.
  • Met rust gelaten worden. Deze kinderen hebben het opgegeven. Ze hebben het gevoel niets te kunnen en willen onder verwachtingen uitkomen. Ze gedragen zich hulpeloos en gaan uitdaging uit de weg.

Werkwijze.

  1. Stop met je automatische reactie.
    Gedrag roept gedrag op. Als een kind expres het tegenovergesteld doet van wat jij wilt heb je waarschijnlijk de neiging om de strijd aan te gaan. Als je kind zich heel hulploos en onzeker opstelt zal je misschien geneigd zijn niet te veel van hem te eisen en hem te beschermen.
    Automatische reacties houden het patroon in stand.
  2. Richt je op de verborgen boodschap, de onderliggende behoefte.
    • Bij aandacht: “Zie me! Betrek me op een zinvolle manier”
    • Bij macht: “Laat me helpen, geef me invloed”
    • Bij wraak: “Ik heb pijn, erken mijn gevoelens”
    • Bij opgeven: “Laat me niet aan mijn lot over. Toon me een eerste stap”Als ineffectief gedrag voortkomt uit gebrek aan vaardigheden is het natuurlijk het meest effectief om de ontbrekende vaardigheden te leren. Als een kind zijn huiswerk niet maakt, omdat hij het huiswerk niet goed in zijn agenda noteert is het handig om te leren omgaan met een agenda.
      Maar het kan ook voortkomen uit één van bovenstaande ontmoedigde patronen.
      Je aanpak verschilt dus per situatie en is afhankelijk van het onderliggende doel.
    •  Als het om de aandacht gaat (en hij veel aandacht krijgt als hij zijn huiswerk niet maakt omdat jij hem er steeds aan herinnert), verleg je de focus naar “gezien worden”.
      Bijvoorbeeld door een tijd af te spreken dat jullie gezellig samen aan tafel gaan zitten en jullie allebei jullie eigen werk doen. Andere manieren van gezien worden kunnen natuurlijk ook.
    •  Als het om macht gaat en hij zijn huiswerk niet doet uit verzet tegen opgelegde taken, zoek je naar manieren om hem mee te laten bepalen. Vraag hem om hulp om het probleem op te lossen.
    • Als het voortkomt uit wraak en hij uit is op jouw machteloosheid en frustratie is de erkenning van zijn gevoelens de insteek.
    • Als hij opgeeft, denkt het niet te kunnen en onder verwachtingen uit wil komen, is het vooral belangrijk om zelf vertrouwen te blijven houden, het niet op te geven en je te richten op zijn kwaliteiten. Vermijd medelijden maar focus op bemoedigen en het ontwikkelen van een groeimentaliteit. Bied kansen voor succes.
  3. Sluit zo goed mogelijk aan bij de aard van het kind om verdere ontmoediging te voorkomen.
  • Zorg ervoor dat het kind zinvol bezig kan zijn.
    Bij hoogbegaafde kinderen betekent dat ook voldoende cognitieve uitdaging
  • Leid intensiteit in goede banen in plaats van het af te zwakken of te veroordelen.
    Bijvoorbeeld:

    • Zoek bij een beweeglijk kind naar acceptabele manieren om beweeglijk te kunnen zijn i.p.v. af te dwingen dat hij stil moet zitten. Tangles, voldoende sporten, elastiek tussen de stoelpoten om op te jojo-en…
    • Geef een kind met duizend vragen in zijn hoofd een schriftje waarin hij de vragen kan noteren en laat hem op een afgesproken tijd de belangrijkste uitkiezen om te bespreken.

 

Tips en valkuilen

Hoogbegaafde kinderen zijn per definitie anders en daarmee is er een grotere kans dat ze zich ontmoedigd voelen. Ze hebben meer steun van jou als ouder nodig om zich goed te voelen over zichzelf.
Trap niet in de valkuil om een ‘normaal kind’ van hem te maken maar ga bewust op zoek naar zijn kwaliteiten en  kracht.
Help hem de kloof met de norm te overbruggen.
Is hij zo gedreven dat hij finaal over anderen heen walst?  Benoem zijn gedrevenheid  als een kwaliteit en “rekening houden met anderen” als een te leren vaardigheid en en ondersteun hem om deze te ontwikkelen.
Gaat de wereld te traag en wordt hij onuitstaanbaar als hij moet wachten en zich verveelt? Zoek naar manieren waarop hij wachttijd constructief kan invullen.
Er zijn onuitputtelijk veel mogelijkheden om intensiteit in goede banen te leiden.
Er is alleen een liefdevolle en ondersteunende bril voor nodig.

gedrag door een andere bril bekeken

 

Ik ben benieuwd naar jouw manieren om intensiteit in goede banen te leiden.
Breng ons op ideeën door ze in het onderstaande opmerkingenveld met ons te delen.