Tagarchief: heftige emoties

De kunst van emotieregulatie

Doel: zelf je emoties reguleren om je kind te leren kalmeren.

Achtergrond informatie.

Veel hoogbegaafde kinderen zijn heel gevoelige kinderen. Ze ervaren intense en complexe emoties of voelen emoties van anderen sterk aan en identificeren zich ermee. Voor deze kinderen is het extra belangrijk dat ze grip krijgen op hun emoties om er niet door overspoeld te worden.

In een vorige blog ‘Hoe je prikkelgevoeligheid in goede banen leidt’  noem ik meerdere dingen die je kunt doen om kinderen te helpen grip te krijgen op hun emoties, zoals bijvoorbeeld het ontwikkelen van gevoelstaal, het zoeken naar een passende uitlaatklep om energie kwijt te raken als ze boos zijn, en dergelijke.

Wat ik in het betreffende artikel niet heb genoemd, maar wat minstens zo belangrijk is, is dat ouders zich bewust richten op het reguleren van hun eigen emoties.
Goed voorbeeld doet goed volgen.
Kinderen beschikken nog niet over de neurale netwerken in hun hersenen om hun emoties te reguleren. Alles voelt urgent en groot. Als ze hun ‘game’ bijvoorbeeld moeten afsluiten terwijl ze bijna bij het volgende level zijn, roept dat sterke emoties op die ze nog niet zelfstandig kunnen reguleren. Als jij zelf kalm blijft en respectvol en constructief handelt, toon je de weg naar kalmeren.
Maar ook volwassenen vinden het vaak nog moeilijk om hun emoties te reguleren.
Word jij boos als je kind een scène schopt en rechtvaardig jij je eigen woede omdat je vindt dat je kind nou eenmaal moet leren dat niet alles kan?
Hoe begrijpelijk dit ook is, je kind leert niks van jouw woede behalve dan dat je moeilijke situaties ‘oplost’ door boos te worden.

Je kind heeft het voorbeeld nodig van iemand die kalm en respectvol blijft tijdens ‘crisis’-situaties. Daar kalmeert hij van en zo ontwikkelt hij nieuwe neurale netwerken in zijn brein.

Een eerste stap is om je te realiseren dat de sleutel bij jezelf ligt en je kind jouw kalmte op de lange termijn zal overnemen.
Met ‘kalmte’ bedoel ik niet dat je met ingehouden woede, hem kalm en zonder stemverheffing verwijten maakt over zijn wangedrag. En ik bedoel ook niet dat je onaanvaardbaar gedrag laat gaan omdat je niet boos wilt worden. Met kalmte bedoel ik dat je je de woede van je kind niet persoonlijk aantrekt maar zijn woede ‘bij hem kunt laten’,  dat je in contact kunt blijven met je liefde voor je kind en weloverwogen kunt handelen op een manier die recht doet aan jezelf, je kind en de situatie.

Dat zal de ene dag beter lukken dan de andere. Gelukkig hoef je niet perfect te zijn om het goed te hebben met elkaar.
Het goede nieuws is dat het om een vaardigheid gaat en dus geldt: hoe meer je oefent hoe makkelijker het wordt.

Werkwijze:

Wees alert op je eigen sterke emoties, of dat nu boosheid, bezorgdheid, medelijden is of wat dan ook.

Stop onmiddellijk met je automatische reactie.
Bij boosheid is dat meestal ‘de les lezen’, bij medelijden en bezorgdheid waarschijnlijk ‘redden’. Wacht met het aanpakken van de situatie tot je gekalmeerd bent en respectvol en opbouwend kunt handelen. Breng zo nodig iedereen in veiligheid, maar zorg eerst dat je je beter voelt voordat je verder gaat.

Vat de woede/frustratie/verdriet/machteloosheid van je kind niet persoonlijk op. Je kind heeft recht op zijn emoties. Het is niet jouw taak om je kind op ieder moment gelukkig te maken.

Wees je bewust van het onderscheid tussen de emoties van je kind en die van jezelf. Laat de emoties van je kind bij je kind en kies er bewust voor om ze niet automatisch over te nemen. Hoe minder jij je laat meesleuren door de emoties van je kind, hoe makkelijker je kind weer kalmeert. Denk bijvoorbeeld aan de emoties die het oproept als je kind niet gevraagd wordt voor een feestje, of geen passend werk op school krijgt, enzovoort.

Richt je op het kalmeren van je eigen emoties. Tel tot 10, adem in/uit, stap uit de situatie, of doe iets anders zodat je je niet laat meeslepen door je emoties.

Richt je op je gevoel van verbondenheid en maak contact. Geef een knuffel of doe iets anders waaruit blijkt dat je om je kind geeft.

Stel bij onaanvaardbaar gedrag een grens en help je kind tegelijkertijd met het verwerken van de emoties die tot het negatieve gedrag leidden. Luister naar je kind, laat hem weten dat je hem ziet. Erken en accepteer zijn emoties, leef mee, maar blijf bij jouw punt en jouw grens. “daar baal je enorm van, je had graag gewild dat………en toch, wat er ook gebeurt, het is niet oké om …..”
Een voorbeeld.
Je kind heeft z’n leerkracht uitgescholden en is de klas uitgestuurd.
Na eerst geluisterd te hebben: “je voelde je onterecht behandeld door de leerkracht en wilde opkomen voor jezelf. Dat begrijp ik en dat is helemaal oké. Het is niet oké om lelijke dingen tegen hem te zeggen. Hoe zou je op een respectvolle manier kunnen zeggen wat je te zeggen hebt?”

Vertrouw erop dat hij de veerkracht ontwikkelt om met de stress om te gaan.

Bedenk zo nodig, als iedereen is gekalmeerd, oplossingen om de situatie aan te pakken en hoe eventuele kwetsing hersteld kan worden.

Tips en valkuilen.

Vaak voelt een stressmoment urgent en denken we dat we acuut moeten reageren. Toch is er vaak meer ruimte om pas later te reageren dan we ons in het moment zelf realiseren. Neem die ruimte. Het is vele malen effectiever.
Als ik me boos voel of ongerust ben omdat de dingen nog niet gaan zoals ik graag zou willen, merk ik dat het voor mij goed werkt om eerst een stukje te gaan hardlopen. Meestal heb ik daar op die momenten juist geen zin in want ik wil aan de slag met het oplossen van het ‘probleem’, maar ik heb gemerkt dat ik na het hardlopen meer relaxed ben en constructiever met de situatie om kan gaan.

Omgaan met woedeaanvallen van hoogbegaafde kinderen

Doel:

driftbui

van machteloze woede naar een gezamenlijk leerproces met begrip.

Achtergrond informatie

Boosheid is energie; een signaal in je lijf dat het niet gaat zoals je wilt.
Boosheid zet aan tot actie om het probleem op te lossen.
Maar als je niet goed weet wat er aan de hand is of als het niet lukt om de situatie naar je hand te zetten, kan boosheid makkelijk escaleren tot een woedeaanval.
Dat kan in één enkele situatie gebeuren maar de emmer kan ook langzaam vollopen tot hij overstroomt.

Het is niet verwonderlijk dat woede veel voorkomt bij hoogbegaafde kinderen. Naast dat hoogbegaafde kinderen vaak heel sensitieve kinderen zijn en ze sowieso veel emoties te verwerken hebben, weten ze vaak ook niet hoe ze de schoolsituatie zo kunnen beïnvloeden dat ze beter aan hun trekken komen. Of ze voelen zich anders, zouden willen dat dit niet zo was, maar hebben er geen grip op.

De meest gestelde vraag binnen mijn praktijk is dan ook hoe je om moet gaan met woedeaanvallen.

Woedeaanvallen verminderen als kinderen (en volwassenen) meer grip krijgen op hun situatie.
En om grip te krijgen heb je allereerst empathie nodig. Kinderen hebben jouw liefde het meest nodig op de momenten dat ze het het minst ‘verdienen’.

Een kind dat een woedeaanval krijgt, wil iets voor elkaar krijgen maar weet niet hoe. Hij weet bijvoorbeeld niet hoe hij het werkstuk zo perfect voor elkaar krijgt als hij voor ogen heeft, of hij is bang dat jij meer van zijn zus houdt en hij weet niet hoe hij dit kan veranderen, of….
Als we ons vervolgens richten op het afleren van woedeaanvallen vergroten we zijn machteloosheid. Hij weet nog steeds niet hoe hij voor elkaar kan krijgen wat hij wil en hij heeft er een extra probleem bij gekregen, namelijk dat hij moet leren niet zo boos te worden.

Werkwijze:

Een heel belangrijke stap is om de omslag te maken van “het kind heeft een probleem” naar “wij helpen elkaar om te krijgen wat een ieder nodig heeft”. Dit geldt zowel in de klas als thuis.

Wat me opvalt is dat kinderen met driftbuien zich vaak zo slecht voelen over zichzelf. Ze voelen zich  schuldig over dat ze zich ‘misdragen’ en anderen ‘tot last zijn’. Ze willen het heel graag beter doen, maar als puntje bij paaltje komt lukt het niet. En het zal blijven mislukken zolang de insteek is dat het driftige kind zich moet leren gedragen (door positief gedrag te belonen en negatieve consequenties te verbinden aan negatief gedrag).
Driftbuien ontstaan in wisselwerking met de omgeving.
Het is een signaal dat het kennelijk niet lukt om elkaar te bieden wat nodig is.
Het is tijd voor gezamenlijke ontdekkingstocht waarin iedereen zoekt naar wat hij kan bijdragen.
Het driftige kind is dan niet meer het lastige kind, maar een schakel in een geheel.

Voorbeeld.

Vorige week had ik een vader in mijn praktijk die vertelde over een woedeaanval van zijn zoon.
De zoon had voor het slapengaan de aandacht van zijn moeder willen hebben, maar moeder voelde zich niet lekker en was alvast naar bed gegaan. Vader had dit uitgelegd maar zoon voelde zich gefrustreerd dat zijn moeder niet kwam en bleef mokken. Vader wilde moeder beschermen en dacht er goed aan te doen om een duidelijke grens te stellen. “Zijn moeder zou die avond niet komen”.  Wat vriendelijk begon escaleerde tot een woedeaanval van de jongen.
Tijdens ons gesprek kwam vader tot het inzicht dat hij niet op zoek was geweest naar hoe ze elkaar konden helpen, maar strak had vastgehouden aan zijn eigen ideeën. De jongen voelde zich niet gehoord, had zich machteloos gevoeld en was woedend geworden.

Prachtig om te zien hoe deze vader tijdens het gesprek alsnog de omslag maakte van “mijn kind moet leren zijn woedeaanvallen te beheersen” naar empathie en zich openstelde voor de beleving van zijn kind. Alleen dan wordt het mogelijk om te ontdekken wat een ieder nodig heeft en is een woedeaanval niet meer ‘nodig’. Ik zeg nadrukkelijk ontdekken, het is een leerproces. Als het zo simpel was dat jij of je kind het al zou weten dan was er geen woedeaanval geweest.
Voor alle duidelijkheid: met empathie bedoel ik niet dat hij vanuit het begrip voor de behoefte van zijn zoon, moeder alsnog uit bed had moeten trommelen. Dat is toegeven.  Ik bedoel  met empathie begrip en het zoeken naar mogelijkheden.  Hoe anders zou het hebben geklonken als hij bijvoorbeeld had gezegd: “Ik snap je teleurstelling, wat zou jou nog meer kunnen helpen om toch lekker in slaap te komen?

 

Van overleven naar floreren; doorbreken van negatief gedrag bij hoogbegaafde kinderen

Doel:

doorbreken van negatief gedrag en vergroten van verbondenheid

Achtergrond informatie:

Hoogbegaafde kinderen kunnen behoorlijk ontmoedigd raken als het niet lukt om de kloof met hun omgeving te overbruggen. De wereld gaat hen te traag, ze voelen zich niet begrepen, men vindt hen te dominant, emotioneel of betweterig enz.
Een ontmoedigd kind uit dat doorgaans in ineffectief gedrag.
Door het ineffectieve gedrag te leren begrijpen en in te spelen op de onderliggende behoefte, kunnen negatieve patronen doorbroken worden.

Er zijn in hoofdlijnen 4 ineffectieve patronen te onderscheiden waarop ontmoedigde kinderen proberen om alsnog mee te tellen.
Ze zijn uit op:

  • Aandacht. “ik tel mee als mensen voor me zorgen en me aandacht geven”.
    Iedereen heeft aandacht nodig. Het is een basisbehoefte en daar is niets mis mee. Het wordt pas een ineffectief patroon als kinderen de aandacht gaan opeisen omdat ze denken niet belangrijk te zijn als ze even geen aandacht krijgen.
  • Macht. “ik tel mee als ik bepaal”
    Uitingen van dit patroon zijn recalcitrant gedrag, expres het tegenovergestelde doen van wat jij graag wilt, enz.
  • Wraak. “ik tel niet mee, dat doet pijn, ik doe anderen hetzelfde aan”
    Deze kinderen voelen zich machteloos en weten niet hoe ze mee kunnen tellen. Het enige wat ze in huis hebben is een ander zich net zo rot laten voelen. Uitingen van dit patroon zijn bijvoorbeeld: pesten, kwetsen, dingen stuk maken enz.
  • Met rust gelaten worden. Deze kinderen hebben het opgegeven. Ze hebben het gevoel niets te kunnen en willen onder verwachtingen uitkomen. Ze gedragen zich hulpeloos en gaan uitdaging uit de weg.

Werkwijze.

  1. Stop met je automatische reactie.
    Gedrag roept gedrag op. Als een kind expres het tegenovergesteld doet van wat jij wilt heb je waarschijnlijk de neiging om de strijd aan te gaan. Als je kind zich heel hulploos en onzeker opstelt zal je misschien geneigd zijn niet te veel van hem te eisen en hem te beschermen.
    Automatische reacties houden het patroon in stand.
  2. Richt je op de verborgen boodschap, de onderliggende behoefte.
    • Bij aandacht: “Zie me! Betrek me op een zinvolle manier”
    • Bij macht: “Laat me helpen, geef me invloed”
    • Bij wraak: “Ik heb pijn, erken mijn gevoelens”
    • Bij opgeven: “Laat me niet aan mijn lot over. Toon me een eerste stap”Als ineffectief gedrag voortkomt uit gebrek aan vaardigheden is het natuurlijk het meest effectief om de ontbrekende vaardigheden te leren. Als een kind zijn huiswerk niet maakt, omdat hij het huiswerk niet goed in zijn agenda noteert is het handig om te leren omgaan met een agenda.
      Maar het kan ook voortkomen uit één van bovenstaande ontmoedigde patronen.
      Je aanpak verschilt dus per situatie en is afhankelijk van het onderliggende doel.
    •  Als het om de aandacht gaat (en hij veel aandacht krijgt als hij zijn huiswerk niet maakt omdat jij hem er steeds aan herinnert), verleg je de focus naar “gezien worden”.
      Bijvoorbeeld door een tijd af te spreken dat jullie gezellig samen aan tafel gaan zitten en jullie allebei jullie eigen werk doen. Andere manieren van gezien worden kunnen natuurlijk ook.
    •  Als het om macht gaat en hij zijn huiswerk niet doet uit verzet tegen opgelegde taken, zoek je naar manieren om hem mee te laten bepalen. Vraag hem om hulp om het probleem op te lossen.
    • Als het voortkomt uit wraak en hij uit is op jouw machteloosheid en frustratie is de erkenning van zijn gevoelens de insteek.
    • Als hij opgeeft, denkt het niet te kunnen en onder verwachtingen uit wil komen, is het vooral belangrijk om zelf vertrouwen te blijven houden, het niet op te geven en je te richten op zijn kwaliteiten. Vermijd medelijden maar focus op bemoedigen en het ontwikkelen van een groeimentaliteit. Bied kansen voor succes.
  3. Sluit zo goed mogelijk aan bij de aard van het kind om verdere ontmoediging te voorkomen.
  • Zorg ervoor dat het kind zinvol bezig kan zijn.
    Bij hoogbegaafde kinderen betekent dat ook voldoende cognitieve uitdaging
  • Leid intensiteit in goede banen in plaats van het af te zwakken of te veroordelen.
    Bijvoorbeeld:

    • Zoek bij een beweeglijk kind naar acceptabele manieren om beweeglijk te kunnen zijn i.p.v. af te dwingen dat hij stil moet zitten. Tangles, voldoende sporten, elastiek tussen de stoelpoten om op te jojo-en…
    • Geef een kind met duizend vragen in zijn hoofd een schriftje waarin hij de vragen kan noteren en laat hem op een afgesproken tijd de belangrijkste uitkiezen om te bespreken.

 

Tips en valkuilen

Hoogbegaafde kinderen zijn per definitie anders en daarmee is er een grotere kans dat ze zich ontmoedigd voelen. Ze hebben meer steun van jou als ouder nodig om zich goed te voelen over zichzelf.
Trap niet in de valkuil om een ‘normaal kind’ van hem te maken maar ga bewust op zoek naar zijn kwaliteiten en  kracht.
Help hem de kloof met de norm te overbruggen.
Is hij zo gedreven dat hij finaal over anderen heen walst?  Benoem zijn gedrevenheid  als een kwaliteit en “rekening houden met anderen” als een te leren vaardigheid en en ondersteun hem om deze te ontwikkelen.
Gaat de wereld te traag en wordt hij onuitstaanbaar als hij moet wachten en zich verveelt? Zoek naar manieren waarop hij wachttijd constructief kan invullen.
Er zijn onuitputtelijk veel mogelijkheden om intensiteit in goede banen te leiden.
Er is alleen een liefdevolle en ondersteunende bril voor nodig.

gedrag door een andere bril bekeken

 

Ik ben benieuwd naar jouw manieren om intensiteit in goede banen te leiden.
Breng ons op ideeën door ze in het onderstaande opmerkingenveld met ons te delen.

Tips voor het ontladen van spanning

Tips voor het ontladen van spanning

 

Werkwijze:

Explosies ontstaan vaak niet in 1 keer maar bouwen meestal op.

Observeer en word je bewust van patronen. Leer de signalen herkennen waaraan je kan zien dat de spanning bij je hoogbegaafde kinderen opbouwt.

Bied je kind een uitlaadklep voor de spanning voordat deze tot ontploffing komt.

Bijvoorbeeld door:

  • Samen zware rijstzakken over te gooien.
    Naai zakken en vul ze met rijst. Maak de zakken zwaar genoeg om echt kracht te moeten gebruiken bij het gooien.
  • Samen een boksbal heen er weer te slaan. Ouder aan de ene kant, kind aan de andere kant.
  • Een boze tekening maken

 

Tips:

De kracht van deze oplossingen vind ik dat ouder en kind samen iets doen om de spanning te laten afvloeien.
Vaak zijn explosieve kinderen bang dat anderen niet meer van hen houden als ze boos zijn. Ze hebben enorme behoefte aan bevestiging dat je ondanks alles  toch van hen houdt.  Het lukt soms niet om spanning af te laten vloeien als jij bijvoorbeeld aangeeft dat je kind even de trap op en neer moet rennen om af te reageren. Als je kind het als hulp ervaart  misschien wel, maar als hij het als een veroordeling van zijn boosheid ervaart  zal het niet werken.
Door samen een activiteit te doen wordt de verbondenheid benadrukt.  Dat stelt gerust.

Hoe je je kind helpt stoom af te blazen bij een woedeaanval

driftbui Tool: “ja” ontlokken

Doel:

Het doel  van deze tool is om de boosheid terug te brengen tot een hanteerbaar niveau.

Als iemand heel erg boos is, hoort hij je boodschap niet meer.
Hij is als een te strak opgeblazen ballon.

Werkwijze:

Je kan spanning laten afvloeien door “ja” te ontlokken.

  1. Stel (in snel tempo) vragen waarvan je zeker weet dat je boze kind alleen maar met “ja” kan antwoorden.
    “ ik zie dat je boos bent hè?”
    “ik zie dat je je vuisten balt hè?”,
    “ je bent zo boos dat je moet gooien met spullen, hè?”
    Iedere “ja” laat lucht uit de ballon en vermindert spanning.
    Je benoemt alleen wat je ziet.

Tips:

Interpreteer niet. Als de interpretatie niet klopt verergert de boosheid. Benoem alleen wat je ziet.
Je kind voelt zich gezien in zijn boosheid en daarmee kan de ergste spanning  afvloeien.
Een prettige time out (zie de tool op blz. 18 van het ebook) kan de gemoederen verder tot bedaren brengen.
Pas daarna kan er gezocht worden naar oplossingen voor het probleem, besproken worden hoe je kind zich op een andere manier kan gedragen enzovoort.

Valkuilen:

Iedere terechtwijzing doet de spanning oplopen en iedere aanwijzing ( “niet met de deur slaan”) zal als terechtwijzing worden opgevat.
Als het gedrag van je kind gevaarlijk is handel dan zonder te praten, laat spanning afvloeien op bovenvermelde manier en wacht met een gesprek tot iedereen weer rustig is.

 

Met dank aan Marian van Diem voor het inbrengen van deze tool.

 

Hoe help jij jouw kind om stoom af te blazen?

Inspireer andere lezers door jouw manier te noteren in het commentaarveld hieronder