Tagarchief: conflict

Hoe je conflicten met de leerkracht van je hoogbegaafde kind voorkomt.

Doel:  conflicten voorkomen en constructief samenwerken met de leerkracht van je hoogbegaafde kind

Achtergrond.

Hoogbegaafde kinderen hebben andere onderwijsbehoeften dan waarin standaard wordt voorzien. Er moet van het gebaande pad worden afgeweken, maar hoe dat moet is niet meteen duidelijk want dat verschilt per kind. Het vergt een zoektocht waarbij zowel het kind zelf, de ouders als school belangrijke informatie kunnen leveren.

Hoe voorkom je dat school en ouders lijnrecht tegenover elkaar komen te staan en je kind de dupe wordt?

Als je veel stress ervaart omdat het nog niet goed gaat met je kind, is het risico groot dat je in je overlevingsmodus schiet. Je autonome zenuwstelsel  brengt je in staat van paraatheid om te ‘vechten’, te ‘vluchten’ of te ‘onderwerpen’ (“freeze”). Het rationele brein wordt uitgeschakeld, inleven in een ander is even niet meer aan de orde; alles is gericht op vechten, vluchten of onderwerpen.  Je handelt vanuit je ‘reptielenbrein’, zoals dat zo mooi wordt genoemd.
Bijvoorbeeld:

  • Je ervaart school als de vijand en gaat de strijd aan. Je eist een aangepast programma, en wel NU (vechten).
    “Hoe krijg ik de leerkracht aan het verstand gepeuterd dat ……”
  • Je zoekt direct een andere school zonder eerst de behoeften van je kind zorgvuldig te inventariseren en respectvol af te stemmen wat de mogelijkheden zijn om daarin te voorzien (vluchten). “Ze snappen er hier niets van ik ga ergens anders heen”
    NB. Dit is anders dan een weloverwogen beslissing nemen om van school te veranderen omdat het de beste oplossing is om in de onderwijsbehoefte te voorzien.
  • Je wilt geen pushende ouder zijn en verzuimt je zorg te bespreken in de hoop dat de leerkracht weet wat hij doet (onderwerpen).

Ik hoef niemand uit te leggen dat dit niet bijdraagt aan een  goede begeleiding van je kind. Toch zou je niet de eerste zijn die in deze valkuilen stapt.

Samenwerken, vanuit het rationele brein, betekent dat je open en respectvol communiceert, je wensen en zorgen deelt, je inleeft in de zorgen en (on)mogelijkheden van de ander en zoekt naar oplossingen die recht doen aan iedereen. De insteek is: “Wat Werkt Wel”?
Zodra je niet meer gericht bent op Wat Werkt Wel (maar bijvoorbeeld bezig bent te overtuigen of juist op te geven), weet je dat je vanuit je reptielenbrein aan het overleven bent.
Stop met wat je aan het doen bent, kalmeer jezelf en gebruik de volgende werkwijze om tot een constructieve samenwerking te komen met de leerkracht van je kind.

Werkwijze:

Bereid een gesprek met de leerkracht goed voor.
Voorkom dat je impulsief reageert en bijvoorbeeld bij vluchtige haal- en breng contacten je zorgen uit. De kans is groot dat je je reptielenbrein aan het werk hebt.

Inventariseer je zorgen en maak concreet.
Waaraan merk je concreet dat het niet goed gaat met je kind? Welk gedrag bemerk je precies?
Noteer concrete voorbeelden.
Bijvoorbeeld:

  • Nadat hij ’s middags uit school komt heeft hij dagelijks heftige woedeaanvallen, zonder dat er sprake is van een werkelijk conflict.
  • Hij zegt dat hij niet naar school wil omdat hij het echt helemaal niet leuk vindt.
  • Hij klaagt regelmatig over hoofdpijn of buikpijn en volgens de dokter zijn er geen medische oorzaken.
  • Je hebt het idee dat hij in de ‘uit-stand’ staat; hij heeft 9 van de 10 keer zijn werk niet af, of hij levert minimale inspanning voor een presentatie, of …..

Maak een overzicht van opvallend werk van je kind en/of leg een portfolio aan.
Wat zijn z’n talenten, waar leeft hij zich in uit? Waaruit blijkt dat je kind niet aan z’n trekken komt? Waaruit blijkt dat je kind voorloopt in zijn ontwikkeling?
Noteer concrete voorbeelden.
Het gesprek verloopt  veel gemakkelijker als jij in plaats vanuit een onderbuikgevoel, je kunt baseren op concrete informatie.
“Hij verveelt zich” is te vaag, daar kan een leerkracht niks mee. Bovendien is het nogal pijnlijk als de leerkracht net z’n weekend heeft opgeofferd om een leuke les voor te bereiden.
Realiseer je dat kinderen zich kunnen aanpassen op school. Ze willen net als de rest van de groep zijn. Ze laten niet automatisch zien wat ze kunnen en uiten hun onvrede ook niet altijd. Wees alert op verschillen tussen wat ze thuis en wat ze op school laten zien en noteer concrete voorbeelden.
Een leerkracht ziet alleen het gedrag in de klas. Hij ziet bijvoorbeeld dat een kind uit groep 3 weigert om optelsommen tot 10 te maken. Het is begrijpelijk dat hij dit anders interpreteert als hij weet dat dit kind thuis voor de lol leert worteltrekken, dan als hij dit niet weet.
Hoe meer concrete informatie jij hebt hoe beter de onderwijsbehoefte kan worden ingeschat.

Vraag een gesprek aan.
Wacht niet tot het 10 minuten gesprek of de tafeltjesavond. Die tijd is veel te kort om even goed af te stemmen en tijdsdruk is niet bevorderend voor een goed gesprek. Het voordeel van een gesprek plannen is bovendien dat je de leerkracht niet overvalt en jullie beiden tijd hebben om je voor te bereiden.

Houd de toon tijdens het gesprek positief en gericht op ‘Wat Werkt Wel’.

  • Wat is jouw overlevingsstijl? Als het gesprek niet lekker loopt, neig je dan naar vechten, vluchten of onderwerpen? Wees hier alert op tijdens het gesprek en stuur je gedrag bij.
  • Vertel NIET wat de leerkracht volgens jou moet doen. Kies het belangrijkste punt van zorg en bespreek je concrete observaties. Vraag of de leerkracht dit gedrag van jouw kind in de klas herkent. Luister naar zijn bevindingen. Vraag verduidelijking. Geef verdere informatie over je eigen bevindingen.
    Beperk je tot het bespreken van alleen deze belangrijkste zorg of misschien nog eentje, maar voorkom dat je de ander overdondert met een enorme waslijst. Veel concrete voorbeelden van hetzelfde punt is oké, dat verduidelijkt het beeld.
  • Schakel over bij verzet.
    Mensen die stress ervaren staan niet open om zich in te leven in de ander.
    Jij ervaart waarschijnlijk stress, maar de leerkracht misschien ook. “Oh jee, daar heb je weer zo’n ouder die van alles van me wil, en ik weet niet hoe ik dat in vredesnaam voor elkaar moet krijgen”
    De emotionele temperatuur moet eerst naar beneden. Dat doe je door te luisteren; niet met ‘luisteren om te reageren’, maar met ‘luisteren om te begrijpen’.
    Als je merkt dat de leerkracht zich verzet tegen jouw zienswijze, kies dan heel bewust om je eerst in te leven in de beleving van de leerkracht. Zo kan zijn emotionele temperatuur zakken en is de kans groter dat hij zich daarna kan openstellen voor jouw punt.
    In een goed gesprek wordt er steeds overgeschakeld tussen je eigen punt maken, overschakelen naar het begrijpen van de ander, terugkomen op je eigen punt, overschakelen naar de beleving van de ander.
    Door er voor te kiezen om heel bewust over te schakelen, in plaats van bijvoorbeeld te overtuigen of op te geven, zakt de emotionele temperatuur en kunnen mensen zich steeds meer inleven in elkaars gezichtspunt.
    Vanuit wederzijds begrip kan vervolgens gekeken worden naar oplossingen.

Maak een handelingsplan.
Zoek naar oplossingen.
Werk samen met de leerkracht om te bedenken hoe er tegemoet gekomen kan worden aan de onderwijsbehoefte en bespreek hoe je elkaars inzet kunt versterken.
Stel:  Je middelbare scholier is dol op literatuur en leeft zich op eigen initiatief, zonder dat dit op het lesprogramma staat, helemaal uit in een literatuurpresentatie. Ze kan het echter niet opbrengen om de saaie grammatica oefeningen in te leveren.
De leerkracht bekijkt hoe hij tegemoet kan komen aan haar passie voor literatuur en jij bekijkt hoe je je kind kunt stimuleren om voldoende grammatica oefeningen te maken waaruit blijkt dat ze grip heeft op de stof.

Schrijf een bedankbriefje.
Stuur kort na het gesprek een bedank briefje voor het gesprek en geef daarin ook een samenvatting van de actiepunten die volgens jou zijn afgesproken.
Naast dat het gewoon prettig en constructief is om aandacht te hebben voor het positieve, kan dit ook bijdragen aan het bijsturen van eventuele misverstanden.
Je eigen beleving kleurt wat je oppikt uit een gesprek. Als jij iets anders in je hoofd hebt over wat er is afgesproken dan de leerkracht, dan kan dit worden bijgesteld voordat het tot teleurstellingen of  problemen leidt.

Tips en valkuilen:

Vermijd de term ‘hoogbegaafd’.
Er is nog veel weerstand tegen en het kan te hoge verwachtingen oproepen. Spreek liever in termen van onderwijsbehoeften.

Verruim je perspectief.
Passend werk is uiteraard belangrijk, maar het is maar één belangrijke schakel in het welzijn van je kind.  Erkenning en begrip, verbondenheid, een positieve en constructieve benadering bij het oplossen van problemen waarbij gezocht wordt naar oplossingen en grip, zijn minstens zo belangrijk en daar kan jij als ouder een belangrijke rol in spelen.
Staar je dus niet blind op de eventuele ‘tekortkomingen in het onderwijsprogramma’. Strijd over de lesstof doet misschien wel meer afbreuk dan het niet-passende werk zelf.  Gebruik eventuele problemen om te ontdekken wie je kind is en hoe hij het beste functioneert en zie het als een bouwsteen om problemen te leren oplossen en verschillen te overbruggen. Op deze manier zal  hij er de rest van zijn leven veel aan hebben.

Overweeg of je alleen of samen met je kind het gesprek met de leerkracht aangaat.
Praat met je kind. Je kind weet het beste hoe hij zich voelt en wat hij zou willen. Jij doorziet wellicht beter de drempels waar je kind voor wegloopt en niet wil zien.

  • Zelfs jonge basisschool kinderen kunnen vaak verrassend goed aangeven wat ze graag willen en waar ze mee zitten als ze de kans wordt geboden. Zeker als je kind zelf aangeeft dat hij baalt van school, ergens verdrietig over is, of iets niet lekker loopt, is het vaak heel effectief om je kind zelf het gesprek te laten voeren. Jij kunt hem helpen door vragen te stellen en je te richten op wederzijds begrip tussen kind en leerkracht.
  • Bij kinderen op de middelbare school wordt er vaak vanuit gegaan dat ze het zelf allemaal wel regelen. De valkuil is dat als het allemaal niet lekker loopt je kind en/of zijn leerkracht vanuit hun reptielenbrein reageren. Als jij meegaat naar het gesprek kun je als bemiddelaar ondersteunen om de positieve toon vast te houden zoals onder werkwijze wordt beschreven.

Zeker als je besluit om zonder je kind met de leerkracht te praten, maak dan duidelijk aan je kind dat je niet naar school gaat om te klagen maar om oplossingen te zoeken voor een bepaald probleem. Vraag zijn mening en ideeën.

Wil je hier meer grip op krijgen?
Doe mee met de training “Help Mijn kind is hoogbegaafd”.

Hoe lukte het jou om een goed contact op te bouwen en constructief samen te werken? Inspireer ons door het onderstaande opmerkingenveld in te vullen.

Hoe je uitbarstingen en ruzie vermindert door je kinderen beter te leren communiceren.

Doel:

verminderen van uitbarstingen en ruzie door kinderen beter te leren communiceren en te oefenen met probleemoplossende vaardigheden

Achtergrond informatie:

Zolang kinderen nog niet goed kunnen verwoorden hoe ze zich voelen en wat ze graag willen, zullen ze in woede of in huilen uitbarsten en hun lijf gebruiken om voor zichzelf op te komen.
Als ouder of leerkracht hebben we de taak om als tolk op te treden.
We kunnen kinderen coachen om ze te leren ontdekken hoe ze zich voelen, wat ze willen en hoe ze hier woorden aan kunnen geven.
Ook kunnen we kinderen coachen om anderen te  begrijpen en prettig te reageren.

Werkwijze bij problemen tussen kinderen:

Hieronder volgen een paar voorbeelden die ik letterlijk heb overgenomen (vertaald) uit de blog van Dr. Laura Markham. Ze beschrijft heel mooi hoe ze kinderen coacht om zich bewust te worden van hun innerlijke wereld, deze goed te communiceren en de ander te leren begrijpen.

Voorbeeld 1

James van 3 jaar speelt met zijn speelgoedvuilniswagen. Violet van 15  maanden, komt achter hem staan en trekt aan zijn shirt. James kijkt boos achterom en duwt haar weg.

Mama: “James, Violet trekt aan je shirt. Zo te zien vind je dat niet leuk. Welke woorden kan je gebruiken om haar dat te vertellen? Duwen doet pijn.
James: “Nee, Violet!”
Mama: “James, I hoor dat je “Nee” zegt, Kan je haar ook vertellen wat je niet wilt?”
James: “Trek niet aan mijn shirt!”
Violet kijkt met grote ogen toe.
Mama: “Violet, James zegt dat je niet aan zijn shirt moet trekken. Probeer je zijn aandacht te krijgen? Wil je met hem spelen?
Violet lacht en klapt in haar handen.
Mama: “James, zie je hoe graag Violet met je wil spelen. Dat is waarom ze aan je shirt trok. Ze probeerde je te vertellen dat ze met je wil spelen. Ik zie dat jij met je vuilniswagen aan het spelen bent. Is er iets dat Violet kan doen in jouw spel?”
James: “Hier,  jij mag de vrachtwagen. Ga alle blokjes er maar in doen en breng ze naar de vuilniswagen.

Voorbeeld 2

Johnny, 4 jaar, komt de kamer in waar de 5 jarige Christian met een speelgoedvliegtuig aan het vliegen is. Johnny grijpt naar het vliegtuig.

Johnny: “Nu is het mijn beurt!”
Christian: “Niet, het is mijn beurt, ik ga nog heel lang.”
Johnny begint te huilen. Hij probeert het vliegtuig te pakken als Christian zoemend langs hem vliegt
Papa: “I hoor Johnny huilen…gaat het goed met jullie tweeën?”
Johnny: “Gemenerd!”
Papa: “Johnny, I zie dat je overstuur bent…Kan je je broer vertellen wat je wil, in plaats van hem uit te schelden?”
Johnny: “Hij pest me! Ik wil ook met het vliegtuig!”
Christian: “Maar nu is het mijn beurt.”
Papa: “Johnny zegt dat hij ook met het vliegtuig wil spelen. En Christian zegt dat hij nog niet klaar is. Hmmm, dat is een lastige situatie. Ik weet hoe moeilijk het is om te wachten, Johnny.”
Johnny: “Ik wil niet wachten. Ik wil nu met het vliegtuig spelen, ik wil hem bijtanken.”
Papa: “Johnny, I hoor dat je nu met het vliegtuig wilt spelen en dat je precies weet wat je ermee wilt doen. Kan je Christiaan vragen of hij het aan jou wil geven als hij klaar is?”
Johnny: “Geef je hem aan mij als je klaar bent, Christian?”
Christian: “Oké Maar ik wil nog heel lang.”
Papa: “Oké…de regel in ons huis is dat je lang met iets mag spelen…kan je Johnny vertellen wanneer je klaar bent en je het vliegtuig aan hem geeft?”
Christian: “Ik heb hem nodig tot ik in bad ga”.
Johnny: “Dan mag ik hem naast mijn bed, want dan kan ik morgenvroeg meteen”
Papa: “Dus Christian, mag tot hij in bad gaat en dan gaat het vliegtuig naast Johnny’s bed slapen en is het morgenvroeg Johnny’s beurt. Is dat onze afspraak?
Christian: “Dat is goed. Kijk hem eens vliegen papa!”
Johnny: “Oké…Maar mag ik hem bijtanken als hij moet landen, Christian?”

Voorbeeld 3

Sebastian van 6 jaar en zus Claire van 8 jaar zijn schooltje aan het spleen. Claire is de juf.

Sebastian: “Ik wil niet meer spelen.”
Claire: “Ik ben de juf, dus ik mag het zeggen. Jij moet meespelen.”
Sebastian: “Papa, moet ik echt met Claire spelen?
Papa: “Iedereen mag zelf kiezen of hij wel of niet speelt. Wil jij niet meer spelen?”
Sebastian: (fluisterend tegen papa) “Ze is veel te bazig.”
Papa: “Ik hoor je, maar je zus moet het van je horen.”
Sebastian: (fluisterend tegen papa) “Zeg jij het maar.”
Papa: “Zo te zien maak je je zorgen om het aan Claire te vertellen? Kan je haar vertellen hoe je je voelt?”
Sebastian: (tegen Claire) “Je bent veel te bazig.”
Claire: “Nietes!”
Papa: “Sebastian, kan je haar vertellen hoe jij je voelt i.p.v. haar te vertellen wat zij doet?”
Sebastian: “Ik vind dit niet leuk. Ik mag helemaal niets bepalen.”
Claire: “Oké…wil jij dan de meester zijn? Dan ben ik een stout kind.”

Tips en valkuilen:

Beschrijf wat er gebeurt, leef je in en stel uitnodigende vragen die je kind helpen om te verwoorden wat hij voelt en zou willen.
Als kinderen van elkaar horen wat ze nodig hebben zijn ze beter in staat om oplossingen te bedenken die voor beiden goed zijn.
Help kinderen andere woorden te zoeken als ze andere kinderen afkatten.

Wees helder over  wat wel /niet mag. (Bijvoorbeeld In ons huis mag je zelf kiezen of je wel of niet wilt spelen. De regel in ons huis is dat je lang met iets mag spelen.)

“Niet slaan, gebruik woorden” helpt niet. Kinderen weten nog niet precies wat ze moeten zeggen. Ze  hebben het nodig om heel concreet te horen hoe en wat ze kunnen zeggen. Het is een hele kunst om goed  te weten wat je voelt en wat je nodig hebt en dit op zo’n manier te uiten dat de ander zich niet aangevallen voelt maar er iets mee kan. Ook voor volwassenen is dit vaak nog een hele uitdaging. Verwacht dus niet dat kinderen dit wel vanzelf leren, maar doe het bewust voor.
Ook hoogbegaafde kinderen die verbaal heel vaardig zijn hebben dit nodig. Omdat ze zo makkelijk praten worden ze extra overschat.

Hoe eerder we beginnen om onze kinderen deze vaardigheden te leren, hoe eerder ze zonder onze hulp problemen onderling kunnen oplossen.

Dit bericht is een vertaling en bewerking van de blog van Dr. Laura Markham – Coaching Siblings to Communicate Needs and Feelings.

Heb jij zelf voorbeelden die ons verder kunnen helpen? Deel ze s.v.p. met ons door het onderstaande reactieveld in te vullen.

Verminder machtsstrijd. Richt je op oplossingen

Doel: verminderen van machtsstrijd

Achtergrondinformatie:

Hoogbegaafde kinderen zijn vaak heel gevoelig voor de manier waarop ze aangesproken worden. Is de toon respectvol? Worden ze rechtvaardig behandeld?
De aard van een gesprek verandert aanzienlijk als ouders en leerkrachten zich  bij conflicten richten op oplossingen in plaats van op (logische) consequenties.  Nadenken over oplossingen activeert behulpzaamheid en voelt als steun. Consequenties daarentegen versterken het gevoel dat je iets verkeerd hebt gedaan. Bij sommige kinderen kan dat de machtsstrijd behoorlijk aanwakkeren.

Jane Nelsen laat in haar laatste blog de verschillen treffend zien tussen kinderen die worden gevraagd om consequenties te bedenken voor klasgenoten die te laat komen na de pauze en kinderen die worden gevraagd om oplossingen te bedenken die klasgenoten helpen om op tijd terug te zijn na de pauze.

De consequenties die de kinderen opperden waren onder andere:

  • Laat hen hun naam op het bord schrijven
  • Laat hen na school net zo lang nablijven als dat ze te laat waren
  • Trek het aantal minuten dat ze te laat waren af van hun pauzetijd van de volgende dag.
  • Ze hebben de volgende dag geen pauze
  • Word boos op hen

De oplossingen die ze bedachten waren:

  • Iedereen roept tegelijk “bel”
  • De laatkomers kunnen dichter bij de bel spelen
  • De laatkomers kunnen anderen in de gaten houden om te zien wanneer ze naar binnen moeten
  • De bel harder laten klinken
  • Iemand kan de laatkomers even op de schouder tikken als de bel gaat.

Het verschil lijkt me duidelijk.

Door bewust te focussen op oplossingen i.p.v. consequenties verandert de sfeer binnen je gezin of in de klas. De aandacht verschuift van schuld en boete naar behulpzaamheid.

Werkwijze:

Richt je op oplossingen i.p.v. op schuld of consequenties en gebruik de 6 stappen van probleem oplossen.

  1. Stel het probleem vast in termen van behoeften
  2. Brainstorm zoveel mogelijk oplossingen
  3. Beoordeel de oplossingen
  4. Kies een oplossing waar iedereen achter staat
  5. Probeer de oplossing (een bepaalde periode) uit
  6. Evalueer; werkt het niet, begin op nieuw.

Toepassing, valkuilen en tips:

Stel je hebt een conflict met je dochter omdat ze te laat thuis is na een feest.  Hoe zou focussen op oplossingen eruit zien?

Stap 1 is het vaststellen van het probleem in termen van behoeften.

Vaak wordt deze stap te oppervlakkig uitgevoerd. En toch: als je niet goed weet waar het probleem over gaat dan kom je op de verkeerde oplossingen. Het is dus belangrijk om helder te krijgen waar het probleem precies in zit.

  • Vind je het belangrijk dat ze voldoende rust krijgt en was dat de reden om een bepaalde tijd af te spreken?
  • Vind je het onveilig als ze te laat over straat gaat?
  • Is het probleem dat je ongerust wordt als ze later is dan afgesproken?
  • Of……

Als je helder hebt wat precies het probleem is kun je op zoek naar oplossingen.

  • Hoe kan ze er voor zorgen dat ze voldoende uitrust? Kan ze het de dagen na het feest rustig aan doen, bijslapen, ….?
  • Hoe kan ze veilig thuis komen?
  • Hoe kan ze onthouden/er voor zorgen dat ze even wat van zich laat horen als het later wordt?
  • Of….

Als kinderen niet terechtgewezen en bekritiseerd worden zijn ze doorgaans heel goed in staat om constructieve oplossingen te bedenken.

Een tweede valkuil is als brainstormen over oplossingen en het beoordelen van oplossingen door elkaar lopen. De eerste oplossing is vaak niet de beste en zeker bij lastige conflicten is soms een creatief brainstormproces nodig om tot een passende oplossing te komen. Als je bij het bedenken van de oplossingen al beoordeelt of het haalbaar is, niet te duur is, ethisch of pedagogisch verantwoord is, ….,  dan stokt het creatieve proces en kom je niet meer toe aan de geslaagde oplossing. Bedenk dus eerst zo veel mogelijk oplossingen, liefst met een paar bizarre opties ertussen, en beoordeel pas daarna.

Als het niet lukt om tot een oplossing te komen waar iedereen achter staat dan zijn ofwel de onderliggende behoeften nog niet goed helder of je bent te snel gestopt met brainstormen.
Begin dus opnieuw en laat je niet verleiden om alsnog over te stappen op consequenties!

Ben je bang dat dit onderzoeken en afstemmen veel te veel tijd en energie kost? 

Bedenk dan dat conflicten hebben en consequenties handhaven ook veel, zo niet meer, tijd en energie vergt.
Bovendien geef je je kind als je op deze manier van naar conflicten kijkt, op zoek gaat naar oplossingen en met respect naar elkaar luistert, heel waardevolle levensvaardigheden mee waar het de rest van zijn leven baat bij heeft.

Hoe je ruzie in goede banen leidt

Tool:            Constructief omgaan met ruzie

Doel:

Het doel  van deze tool is ruzie bewust te gaan gebruiken als bouwsteen voor het leren van probleemoplossende vaardigheden.

Achtergrond informatie:bazig

Conflicten zijn onvermijdelijk. Het is een illusie om te denken dat we kunnen samenleven zonder conflicten. Het doel is daarom ook niet om geen ruzie meer te maken, maar om er constructief mee om te gaan. Een conflict hoeft niet erg te zijn. Als het goed wordt opgelost kan een conflict het contact zelfs verdiepen en hechter maken. Aan de andere kant zal een conflict dat op een onbevredigende manier wordt opgelost telkens terugkeren en kan het het contact ernstig verslechteren.
Ruzies zijn belangrijke bouwstenen om te leren omgaan met conflicten en pijnlijke ervaringen.

Voordat ik inga op het constructief oplossen van conflicten wil ik eerst nog  andere belangrijke factoren noemen die een rol kunnen spelen bij ruzie.

Ruzie kan een manier zijn om een onderliggend rotgevoel af te reageren. Kinderen die niet het gevoel hebben dat ze meetellen en gewaardeerd worden of geen voldoening putten uit de dingen die ze doen, kunnen (onbewust) ruzie gaan zoeken om hun onvrede af te reageren. Als dit het geval is, is het belangrijk om de oorzaak van de onvrede op te lossen. Voor hoogbegaafde kinderen is dat bijvoorbeeld vaak dat ze meer uitdaging en/of meer aansluiting met gelijkgestemden nodig hebben.  Natuurlijk blijft het belangrijk om het conflict zelf op een bevredigende manier op te lossen maar zolang de bron van onvrede niet wordt aangepakt zullen er vele conflicten blijven volgen.

Bij ruzie tussen broers en zussen speelt rivaliteit om de aandacht van ouders en hun positie binnen het gezin vaak een belangrijke rol. Rivaliteit is normaal en als je intense kinderen hebt is een extra portie rivaliteit niet vreemd.  Je kunt echter rivaliteit onbewust versterken als je partij kiest, kinderen onderling vergelijkt  of vanuit je eigen emotie (woede, behoefte om te beschermen, enz.) op conflicten reageert. Hoewel jij weet dat je zielsveel van je kind houdt, durft je kind daar niet altijd op te vertrouwen en wil hij zijn plek veroveren ten koste van broer of zus. Voldoende 1-op-1 tijd per kind, echte interesse voor wat elk kind bezighoudt, stoppen met kinderen onderling te vergelijken en een bemoedigende, waarderende houding, kunnen het aantal ruzies flink doen afnemen.

Werkwijze voor het constructief omgaan met conflicten:

Maak een inschatting van de heftigheid van de ruzie. Bij lichte ruzie is het vaak beter om niet in te grijpen zodat kinderen zelf kunnen ontdekken hoe ze met het conflict om willen gaan. Bij heftigere ruzie of steeds terugkerende conflicten is het effectiever om kinderen te leren zich te uiten en probleemoplossende vaardigheden te ontwikkelen.

  1. Negeer gekibbel en benader het als een leerzame ervaring om met conflicten om te gaan. Zie kibbelende kinderen als schattige welpjes die met elkaar dollen (zolang er geen gevaar dreigt).
  2. Heb er vertrouwen in dat kinderen veel conflicten zelf kunnen oplossen. Grijp niet altijd gelijk in als kinderen ruzie hebben. Soms komen ze zelf tot verrassende oplossingen die jij als volwassene nooit zou hebben bedacht. Zo weet ik nog goed dat 2 kinderen in een kinderdagverblijf waar ik coachte, ruzie hadden om een poppenwagen. Op mijn verzoek wachtten de leidsters met ingrijpen. Even later duwde het ene kind de poppenwagen en het andere kind had de handen op de schouders van het eerste kind. Beiden waren helemaal tevreden met deze oplossing. Ik zou het zelf nooit zo bedacht hebben, het leek mij nogal oneerlijk, maar het was uitstekend zo.
  3. Behandel kinderen gelijk.
    Veel ruzie tussen broers en zussen gaat eigenlijk om de aandacht van ouders. Kinderen hopen dat de ouder partij voor hen kiest.

    1. Stap uit de situatie/Verlaat zelf de kamer.
      Je zult verbaasd staan over hoe vaak ruzie ophoudt als je zelf uit de situatie stapt. Als je het niet vertrouwt om weg te gaan, blijf er dan bij, observeer,  maar meng je merkbaar niet in de ruzie.
    2. “Als jullie willen ruziën mogen jullie boven/buiten/… verder ruziën. Hier in de kamer wil ik rust”. ( dus niet één van beide, maar allebei!)
    3. Als ruzie uit de hand loopt : “het is tijd om afstand van elkaar te nemen. Kom allebei maar even tot rust in je eigen kamer. (dus niet één van beide, maar allebei!) Je kunt uit je kamer komen als je het zonder ruzie weer wilt proberen”.
      Let  bij optie b en c op een vriendelijke en doortastende toon. Straal uit dat je het meent maar blijf vriendelijk.
      Handel zonder te praten ( haal ze uit elkaar) als dat nodig is.
      Geef ze de keuze om in de kamer te blijven zonder te ruziën of optie b/ c.
      Houd vol en blijf vriendelijk en doortastend tegelijk.
  4. Leer kinderen omgaan met negatieve gevoelens.
    Situatie: Tim en Marijn spelen schaak. Marijn is aan het verliezen en gooit het bord om.
    Tim: ‘Ik haat hem, hij verpest alle spelletjes’

    1. Accepteer alle gevoelens en benoem ze:
      ‘je bent echt heel boos’
    2. Verwoord het verlangen:
      ‘je zou willen dat hij het spel ook afmaakt als hij verliest.’
    3. Stop indien van toepassing onacceptabel gedrag zoals slaan:
      Zeg op vriendelijke en doortastende toon ‘we doen elkaar geen pijn’,  ‘we vloeken niet’, …..,
      Handel zo nodig zonder te praten (haal ze uit elkaar)
    4. Begeleid kinderen in hoe ze hun woede op een acceptabele manier kunnen uiten:
      ‘Welke woorden kun je gebruiken om je broer te laten weten dat je boos op hem bent?’ of bij jonge kinderen: ‘zeg maar tegen hem :“Als jij het bord omgooit, kan ik ook niet meer verder spelen en dan voel ik me heel boos.”
      (gedrag , gevolg, gevoel)
  5. Leer kinderen probleemoplossende vaardigheden. Bemiddel bij conflicten:
    Kies geen partij. Zoek NIET naar schuld of gelijk hebben.
  6. Richt je op behoeften en oplossingen.
    1. Erken de gevoelens van ieder kind en verwoord het gezichtspunt of behoefte van ieder kind (of als dat kan: laat kind zelf verwoorden). Praat met respect over het probleem:
      ‘dus jij bent boos omdat je vindt dat jij nu aan de beurt bent op de computer’ en ‘jij bent boos omdat je het spel eerst af wilt maken’.
      Neem hier voldoende tijd voor. Pas als ze zich allebei echt gehoord voelen staan ze open voor het zoeken naar oplossingen.
    2. Brainstorm: laat iedereen zoveel mogelijk oplossingen bedenken zonder te oordelen. Laat kinderen vooral ook zelf oplossingen bedenken.
    3. Beoordeel pas na de brainstormfase welke oplossingen geschikt zijn
    4. Kies een oplossing die voor iedereen goed is
      (als er geen geschikte oplossing is, onderzoek dan opnieuw de onderliggende behoefte of ga langer door met het brainstormen)
    5. Bespreek de praktische uitvoerbaarheid (wie, wat, waar, hoe en wanneer)
    6. Maak eventueel een vervolg afspraak om te evalueren
    7. Als de gevoelens nog te sterk zijn, of als er geen tijd is om het conflict op te lossen, maak een afspraak om het op een later moment te bespreken. Dit geldt ook voor steeds terugkerende conflicten.
  7. Grijp in bij gevaar.
    (zoals bijvoorbeeld wanneer een kind een steen naar een ander kind wil gooien)

    1. Handel zonder te praten. Pak de steen vriendelijk en doortastend af en ga verder volgens vorige punten
      (leren omgaan met negatieve gevoelens en probleemoplossende vaardigheden)

 

Valkuilen en tips:

Trap niet in de veelvoorkomende valkuil om je te richten op wie er begonnen is, wie er gelijk heeft, wiens schuld het is enz. Dit is niet effectief.
Ten eerste kom je er vaak niet goed achter. Je kunt onmogelijk  alles signaleren. Als Sem Sofie slaat heb je misschien de neiging om boos te worden op Sem. Maar misschien is Sofie wel net iets te dicht naast Sem gaan zitten om hem te tarten. Ze weet dat Sem dan ontploft en op zijn kop krijgt. Sofie speelt de volmaakte onschuld “Ik doe toch niets? Ik zit alleen maar bij hem”.
Door je te richten op schuld of gelijk hebben versterk je de onderlinge rivaliteit. Je kiest partij, raakt verstrikt in de rol van scheidsrechter en kweekt daarmee daders en slachtoffers. Sem zal bijvoorbeeld wrok voelen en de kans is groot dat hij wraak wil nemen. Sofie wil graag dat je nog een keer partij voor haar kiest.

Het is een vergissing om te denken dat we, als kinderen gaan slaan of op een andere manier echt  over de grens gaan, moeten ingrijpen met straf. Het is inderdaad belangrijk om doortastend een grens aan te geven maar dat kan ook op vriendelijke en respectvolle manier zoals beschreven bij werkwijze.
Van straf leren ze dat de grootste en sterkste wel respectloos mag zijn en mag kwetsten. Je geeft ermee het verkeerde voorbeeld. Bovendien roept straf veel wrok, verzet, angst of een slecht gevoel over zichzelf op en dat is weer een bron voor volgend slecht gedrag.
Ruzie roept vaak sterke emotionele reacties op bij ouders. Zelf vind ik het soms moeilijk om mijn teleurstelling over een verpeste sfeer te beteugelen en word ik uit machteloosheid boos, slinger terechtwijzingen naar hun hoofd of verordonneer ze (tegen mijn eigen visie in) naar hun kamer.  Het is een valkuil om te denken dat mijn boosheid terecht is omdat er grenzen aangegeven moeten worden. Zoals gezegd: die grenzen zijn inderdaad nodig ja, maar de boosheid is een uiting van machteloosheid en geen effectieve aanpak.  We maken allemaal fouten. Het enige wat we dan kunnen doen is erkennen dat we fout zaten met een gevoel van verantwoordelijkheid in plaats van schuld, het bijleggen en ons nogmaals committeren om het voortaan anders te doen.

Veel ouders voelen een sterke behoefte om hun kind te beschermen voor pijn, afwijzing, onrecht enz. Toch horen deze pijnlijke ervaringen bij het normale leven en moeten kinderen hier mee om leren gaan.  In plaats van te redden of te beschermen help je kinderen meer door te observeren, te luisteren, te coachen en aan te moedigen.
(Ik heb het hier over de normale (pijnlijke) levenservaringen en niet over abnormale beschadigende ervaringen zoals misbruik, intimidatie, pesten en andere situaties waarin een kind machteloos overgeleverd is en tot slachtoffer wordt gemaakt. Als dit laatste het geval is, is ingrijpen en beschermen wel degelijk gewenst.)

Bronnen:

Nelsen,J. , Lott, L. & Glenn, S. (2007) Positive Discipline A-Z; 1001 Solutions to Everyday Parenting Problems. New York: Three Rivers Press.
Faber, A. & Mazlish, E. (2011) How2Ttalk2Kids; Broers en zussen zonder rivaliteit.
Handleiding Gordon®cursus Effectief omgaan met kinderen. Stichting Nederlandse Effectiviteits Trainingen .

Op welke manier lukte het jou om ruzie in goede banen te leiden?
Inspireer ons, door onderstaand reactieveld in te vullen.