Tagarchief: boos

Twee misvattingen over boosheid en opvoeden

Doel:

boosheid erkennen en uiten in plaats van weg te stoppen of te gebruiken om je kind ‘op te voeden’.

Achtergrond informatie en werkwijze:

‘Positive Discipline’ is een manier van opvoeden waarbij op geen enkele manier gebruik wordt gemaakt van straf, verwijten, dreigementen, beschuldigingen, of boete doen.
En trouwens, ook niet van belonen, toegeven en prijzen.
Ook zonder dit soort middelen is het wel degelijk mogelijk om ondersteunend leiding te geven op een daadkrachtige en tegelijkertijd vriendelijke, respectvolle manier.
Als mensen net beginnen met deze manier van opvoeden merk ik vaak veel verwarring over boosheid. Hieronder de meest voorkomende misvattingen.

Misvatting 1: “Boosheid is nodig om een kind te leren dat hij te ver is gegaan”.

Ik hoor regelmatig “Maar wat is er nou eigenlijk mis met boos worden. Mijn kind moet toch weten dat sommige dingen echt niet kunnen?!”

Ja, het klopt inderdaad dat je onacceptabel gedrag in veel gevallen niet zomaar kunt laten gaan in de hoop dat je kind het ooit vanzelf zal leren. Hij heeft grenzen nodig om te leren. Hij mag zijn zusje niet slaan, jou niet schoppen of voor rotte vis uitmaken enz.
De misvatting is dat jij meer indruk maakt als je boos wordt en hij dus sneller zal leren het onacceptabele gedrag achterwege te laten.  Dat is niet zo. Boosheid roept een stressreactie (vechten, vluchten of bevriezen) op, en blokkeert juist samenwerken en leren. Je hebt veel meer invloed als je een grens stelt op een vriendelijke maar daadkrachtige manier zonder boosheid.

  • op vriendelijke en daadkrachtige toon: “Ho! Stop! We slaan elkaar niet; welke woorden kun je gebruiken om te vertellen waar je zo boos om bent.”
  • Of: “Ho! Stop we slaan elkaar niet; wil je je agressie eruit gooien op de trampoline of helpt het je meer om even een muziekje te luisteren op je kamer? We bespreken straks als we gekalmeerd zijn hoe we dit kunnen oplossen”.

Kinderen willen niet schoppen, slaan, stampij maken over huiswerk of op een andere manier over de schreef gaan; het lukt hen gewoon nog niet om het anders te doen. Ze leren een andere manier als ze voelen dat ze ertoe doen, jij helpt om die weg te vinden en door consequent te oefenen met het wenselijke gedrag.

Betekent dit dat je nooit boos mag worden?

Nee. Dat is de tweede misvatting;  je ten doel stellen om niet meer boos te worden.

Boosheid is een natuurlijke reactie als iets niet gaat zoals je graag zou willen. Boosheid zal er van tijd tot tijd dus gewoon zijn. Niet goed, niet slecht; het is er gewoon. Boosheid hoort bij het leven. Als kinderen jouw boosheid zien, ervaren ze wat hun gedrag oproept bij anderen.
Waar het om gaat is dat je erkent en accepteert dat je boos bent en vervolgens stappen neemt om te kalmeren voordat je tot actie overgaat, in plaats van je boosheid te gebruiken om “op te voeden”.
Ik bedoel dit niet als vrijbrief om lekker uit je dak te mogen gaan. Realiseer je dat het heel bedreigend kan zijn voor een kind als jij heel boos wordt.
Wat ik wil zeggen is dat je niet vriendelijk hoeft te glimlachen en hoeft te doen alsof je niet boos bent als je eigenlijk van binnen ontploft. Dat werkt niet. Zeker sensitieve kinderen voelen haarfijn aan dat je wel boos bent en het maakt de zaak alleen maar onduidelijk. Beter is om je boosheid te benoemen en (met mate) te laten zien en je vervolgens bewust te richten op wat jou helpt om te kalmeren i.p.v. een toneelstukje op te voeren. Als je gekalmeerd bent en je rationele brein weer functioneert kun je bepalen op welke manier je de situatie wilt aanpakken.

Tips en valkuilen.

Een valkuil waar ik zelf in ben gestapt, en die ik bij veel starters zie gebeuren als ze besluiten positief te gaan opvoeden, is dat ze te toegeeflijk worden. Ze willen niet meer vanuit hun boosheid afdwingen, maar weten nog niet goed hoe ze op een andere manier grenzen kunnen stellen. Realiseer je dat grenzen stellen van belang is en dat dat echt ALTIJD op een daadkrachtige en toch vriendelijke, respectvolle manier kan. Alleen vergt het soms wat meer creativiteit en impulsbeheersing dan we op sommige momenten in huis hebben. ‘So be it’, al doende leert men.

Wie hier meer over wil lezen verwijs ik naar Nelsen, J. (1981) ‘Positive Discipline’ The classic guide to helping children develop self-discipline, responsibility, cooperation, and problem solving skills.

Hoe je uitbarstingen en ruzie vermindert door je kinderen beter te leren communiceren.

Doel:

verminderen van uitbarstingen en ruzie door kinderen beter te leren communiceren en te oefenen met probleemoplossende vaardigheden

Achtergrond informatie:

Zolang kinderen nog niet goed kunnen verwoorden hoe ze zich voelen en wat ze graag willen, zullen ze in woede of in huilen uitbarsten en hun lijf gebruiken om voor zichzelf op te komen.
Als ouder of leerkracht hebben we de taak om als tolk op te treden.
We kunnen kinderen coachen om ze te leren ontdekken hoe ze zich voelen, wat ze willen en hoe ze hier woorden aan kunnen geven.
Ook kunnen we kinderen coachen om anderen te  begrijpen en prettig te reageren.

Werkwijze bij problemen tussen kinderen:

Hieronder volgen een paar voorbeelden die ik letterlijk heb overgenomen (vertaald) uit de blog van Dr. Laura Markham. Ze beschrijft heel mooi hoe ze kinderen coacht om zich bewust te worden van hun innerlijke wereld, deze goed te communiceren en de ander te leren begrijpen.

Voorbeeld 1

James van 3 jaar speelt met zijn speelgoedvuilniswagen. Violet van 15  maanden, komt achter hem staan en trekt aan zijn shirt. James kijkt boos achterom en duwt haar weg.

Mama: “James, Violet trekt aan je shirt. Zo te zien vind je dat niet leuk. Welke woorden kan je gebruiken om haar dat te vertellen? Duwen doet pijn.
James: “Nee, Violet!”
Mama: “James, I hoor dat je “Nee” zegt, Kan je haar ook vertellen wat je niet wilt?”
James: “Trek niet aan mijn shirt!”
Violet kijkt met grote ogen toe.
Mama: “Violet, James zegt dat je niet aan zijn shirt moet trekken. Probeer je zijn aandacht te krijgen? Wil je met hem spelen?
Violet lacht en klapt in haar handen.
Mama: “James, zie je hoe graag Violet met je wil spelen. Dat is waarom ze aan je shirt trok. Ze probeerde je te vertellen dat ze met je wil spelen. Ik zie dat jij met je vuilniswagen aan het spelen bent. Is er iets dat Violet kan doen in jouw spel?”
James: “Hier,  jij mag de vrachtwagen. Ga alle blokjes er maar in doen en breng ze naar de vuilniswagen.

Voorbeeld 2

Johnny, 4 jaar, komt de kamer in waar de 5 jarige Christian met een speelgoedvliegtuig aan het vliegen is. Johnny grijpt naar het vliegtuig.

Johnny: “Nu is het mijn beurt!”
Christian: “Niet, het is mijn beurt, ik ga nog heel lang.”
Johnny begint te huilen. Hij probeert het vliegtuig te pakken als Christian zoemend langs hem vliegt
Papa: “I hoor Johnny huilen…gaat het goed met jullie tweeën?”
Johnny: “Gemenerd!”
Papa: “Johnny, I zie dat je overstuur bent…Kan je je broer vertellen wat je wil, in plaats van hem uit te schelden?”
Johnny: “Hij pest me! Ik wil ook met het vliegtuig!”
Christian: “Maar nu is het mijn beurt.”
Papa: “Johnny zegt dat hij ook met het vliegtuig wil spelen. En Christian zegt dat hij nog niet klaar is. Hmmm, dat is een lastige situatie. Ik weet hoe moeilijk het is om te wachten, Johnny.”
Johnny: “Ik wil niet wachten. Ik wil nu met het vliegtuig spelen, ik wil hem bijtanken.”
Papa: “Johnny, I hoor dat je nu met het vliegtuig wilt spelen en dat je precies weet wat je ermee wilt doen. Kan je Christiaan vragen of hij het aan jou wil geven als hij klaar is?”
Johnny: “Geef je hem aan mij als je klaar bent, Christian?”
Christian: “Oké Maar ik wil nog heel lang.”
Papa: “Oké…de regel in ons huis is dat je lang met iets mag spelen…kan je Johnny vertellen wanneer je klaar bent en je het vliegtuig aan hem geeft?”
Christian: “Ik heb hem nodig tot ik in bad ga”.
Johnny: “Dan mag ik hem naast mijn bed, want dan kan ik morgenvroeg meteen”
Papa: “Dus Christian, mag tot hij in bad gaat en dan gaat het vliegtuig naast Johnny’s bed slapen en is het morgenvroeg Johnny’s beurt. Is dat onze afspraak?
Christian: “Dat is goed. Kijk hem eens vliegen papa!”
Johnny: “Oké…Maar mag ik hem bijtanken als hij moet landen, Christian?”

Voorbeeld 3

Sebastian van 6 jaar en zus Claire van 8 jaar zijn schooltje aan het spleen. Claire is de juf.

Sebastian: “Ik wil niet meer spelen.”
Claire: “Ik ben de juf, dus ik mag het zeggen. Jij moet meespelen.”
Sebastian: “Papa, moet ik echt met Claire spelen?
Papa: “Iedereen mag zelf kiezen of hij wel of niet speelt. Wil jij niet meer spelen?”
Sebastian: (fluisterend tegen papa) “Ze is veel te bazig.”
Papa: “Ik hoor je, maar je zus moet het van je horen.”
Sebastian: (fluisterend tegen papa) “Zeg jij het maar.”
Papa: “Zo te zien maak je je zorgen om het aan Claire te vertellen? Kan je haar vertellen hoe je je voelt?”
Sebastian: (tegen Claire) “Je bent veel te bazig.”
Claire: “Nietes!”
Papa: “Sebastian, kan je haar vertellen hoe jij je voelt i.p.v. haar te vertellen wat zij doet?”
Sebastian: “Ik vind dit niet leuk. Ik mag helemaal niets bepalen.”
Claire: “Oké…wil jij dan de meester zijn? Dan ben ik een stout kind.”

Tips en valkuilen:

Beschrijf wat er gebeurt, leef je in en stel uitnodigende vragen die je kind helpen om te verwoorden wat hij voelt en zou willen.
Als kinderen van elkaar horen wat ze nodig hebben zijn ze beter in staat om oplossingen te bedenken die voor beiden goed zijn.
Help kinderen andere woorden te zoeken als ze andere kinderen afkatten.

Wees helder over  wat wel /niet mag. (Bijvoorbeeld In ons huis mag je zelf kiezen of je wel of niet wilt spelen. De regel in ons huis is dat je lang met iets mag spelen.)

“Niet slaan, gebruik woorden” helpt niet. Kinderen weten nog niet precies wat ze moeten zeggen. Ze  hebben het nodig om heel concreet te horen hoe en wat ze kunnen zeggen. Het is een hele kunst om goed  te weten wat je voelt en wat je nodig hebt en dit op zo’n manier te uiten dat de ander zich niet aangevallen voelt maar er iets mee kan. Ook voor volwassenen is dit vaak nog een hele uitdaging. Verwacht dus niet dat kinderen dit wel vanzelf leren, maar doe het bewust voor.
Ook hoogbegaafde kinderen die verbaal heel vaardig zijn hebben dit nodig. Omdat ze zo makkelijk praten worden ze extra overschat.

Hoe eerder we beginnen om onze kinderen deze vaardigheden te leren, hoe eerder ze zonder onze hulp problemen onderling kunnen oplossen.

Dit bericht is een vertaling en bewerking van de blog van Dr. Laura Markham – Coaching Siblings to Communicate Needs and Feelings.

Heb jij zelf voorbeelden die ons verder kunnen helpen? Deel ze s.v.p. met ons door het onderstaande reactieveld in te vullen.

Hoe te reageren op brutaal en respectloos gedrag?

Doel:

Doorbreken van machtsstrijd of vicieuze cirkel van elkaar kwetsen.disrespectful-children

Achtergrond informatie:

Er zijn veel redenen waarom kinderen brutaal zijn of zich onbeleefd en respectloos gedragen:
Soms testen kinderen gewoon hun macht uit, zeker als (pré-)tiener.
Soms komt het brutale gedrag voort uit het gevoel dat ze zelf niet met respect behandeld worden; bijvoorbeeld door ouders/leerkrachten die commanderen.
Het kan zijn dat ze een rotgevoel of baaldag afreageren.
Maar ook dat ze niet hebben geleerd hoe respectvolle communicatie eruit ziet. Op tv zien ze bijvoorbeeld vaak iets heel anders….

Ik word vaak gevraagd of brutaal zijn bij hoogbegaafdheid hoort. Dat is niet zo. Maar hoogbegaafde kinderen zijn vaak wel kinderen met een sterke eigen wil en een grote behoefte aan autonomie, ze ervaren vaak sterke emoties en kunnen zich in een niet passende omgeving flink ontmoedigd voelen. Deze punten kunnen ertoe bijdragen dat ze zich niet gehoord of gewaardeerd voelen en dat kan dan vervolgens uitmonden in brutaal zijn.

Wat de reden van het brutale gedrag ook is, we leren het kinderen niet af door zelf respectloos te reageren. Door hen streng toe te spreken, privileges in te trekken, enzovoort, geef je hen precies het voorbeeld van het gedrag dat je hen wilt afleren.
Respect leren ze daarentegen door zelf te ervaren dat er respectvol met hen wordt omgegaan ook in moeilijke situaties.
Hieronder volgt een aantal voorbeelden van hoe dat er uit zou kunnen zien. Het gaat niet zozeer om de letterlijke woorden; kies vooral de woorden die bij jou en je kinderen passen.
Het gaat om het principe van verbinding, contact maken, het kind willen begrijpen, zelf duidelijk zijn over je gevoelens en wensen en het zoeken naar mogelijkheden.

Werkwijze:

  1. Zeg op vriendelijke, kalme toon:
    “Als ik eerder op deze manier tegen jou heb gepraat dan spijt me dat. Ik wil je niet kwetsen en ik wil niet door jou gekwetst worden. Kunnen we opnieuw beginnen?”
  2. Tel tot 10 of kies een andere vorm van positieve time-out om tot rust te komen. Voorkom dat je terugsnauwt (“Ben je helemaal gek geworden? Zo praat je niet tegen mij”)
  3. Zie het brutale gedrag als signaal (het zou kunnen betekenen dat er iets mis is) en ga ermee aan de slag nadat jullie allebei tot rust zijn gekomen. Onderzoek of er situaties zijn waarover jullie in een machtsstrijd verwikkeld zijn.
  4. Richt je op de gevoelens i.p.v. op het respectloze gedrag. Zeg iets in de trant van: “Het is me duidelijk dat je ergens heel erg boos/overstuur over bent. Het kwetst me als je op deze manier tegen me praat. Laten we even tot rust komen en verder praten als we ons straks beter voelen. Ik zou graag horen waar je zo boos/overstuur over bent.”
  5. Gebruik geen negatieve consequenties om controle te krijgen. Als jullie zijn gekalmeerd kunnen jullie aan een respectvolle oplossing werken die voor jullie allebei goed is.
  6. Deel je gevoelens:
    “het raakt me als je zo tegen me praat. Ik wil straks graag met je praten over andere manieren waarop je me kunt vertellen wat je wilt of hoe je je voelt” of
    “oei, ik vraag me af of ik iets heb gezegd wat jou kwetst, want dit kwetst mij wel.”
  7. Reageer niet op eisen. Richt je op wat je zelf gaat doen i.p.v. op wat je wilt dat je kind wel of niet doet. Houd je eigen gedrag onder controle in plaats van controle te willen hebben over zijn/haar gedrag. Verlaat de kamer zonder een woord te zeggen. Ga een blokje om of neem een douche als je kind achter je aan komt.
    Als je gekalmeerd bent vraag je “Ben jij zover om er over te praten?”
    Het werkt het beste als je vooraf aangeeft wat je zult doen. “Als jij me afsnauwt/brutaal bent/ … ga ik de kamer uit tot we beiden gekalmeerd zijn en we weer op een liefdevolle manier en met respect kunnen communiceren .”
  8. Gebruik humor. Stel je kind zegt: “Ruim zelf die kleren maar op als je dat zo belangrijk vindt, jij bent de moeder!!!”  Reageer met humor:  “Ik heb je vast niet goed verstaan, je bedoelde zeker : ‘mam, wil je alsjeblieft mijn kleren opruimen want ik ben nu even te lui om het zelf te doen’.”
  9. Als je zelf niet al te overstuur bent, probeer eens wat er gebeurt als je je kind een knuffel geeft. Soms zijn kinderen op dat moment nog niet toe aan een knuffel maar een knuffel kan soms ook de sfeer doen omslaan voor jullie allebei.

 

Problemen voorkomen.

Wees bereid te onderzoeken of jij zelf misschien het verkeerde voorbeeld geeft. Vecht je terug? Ga je de strijd aan?  Ben je misschien te eisend of juist te toegeeflijk?  Leer in dat geval andere manieren dan ‘commanderen’ of  laten gaan. Creëer in plaats daarvan gezonde gewoontes/routines tijdens gezinsoverleg. (hierover meer in andere blogs)

Laat je kind weten hoeveel je van hem/haar houdt en dat je graag samen wilt werken aan een respectvollere manier van communiceren. Neem verantwoordelijkheid voor je eigen aandeel en zoek samen naar oplossingen.
Bied je excuses aan als je zelf respectloos bent geweest.
“Ik zie nu dat het respectloos van me was om op die manier te eisen dat je je kleren in de was zou doen. Hoe kan ik van jou vragen respectvol te zijn als ik het zelf niet ben.  Ik ga oefenen om zelf respectvol te blijven. Ik kan jou niet dwingen om respectvol te zijn maar zou het fijn vinden als je met me mee wilt oefenen.”

Plan structureel gezinsoverleg zodat de gezinsleden (vanaf 4 jaar) kunnen oefenen met respectvolle manieren van communiceren en samen te zoeken naar oplossingen.

Valkuilen en tips:

Op deze manier leren kinderen dat hun ouders verantwoordelijkheid nemen voor hun aandeel in de interactie. Ze kunnen leren dat brutaal zijn niet effectief is en dat ze kunnen herkansen om respectvolle communicatie te ontwikkelen.

Veel ouders grijpen naar negatieve consequenties in situaties waarin kinderen brutaal zijn omdat ze vinden dat hun kinderen te ver gaan en echt moeten leren zich te gedragen. Het effect is het tegenovergestelde want je geeft daarmee zelf het voorbeeld van respectloos communiceren. Als het ons zelf niet lukt om respectvol te blijven hoe kunnen we dat dan van onze kinderen verwachten?

Het is verleidelijk om “terug te vechten”en straf te geven wanneer je kinderen je kwetsen. Toch is het het juiste moment om te handelen zonder te praten, af te koelen en op een later moment te zoeken naar wederzijds begrip. Kinderen zijn meestal wel degelijk bereid te luisteren nadat er eerst echt naar hen is geluisterd.

Vergeet niet dat we gewoon mens zijn en fouten maken en dat dat kansen biedt om van te leren – voor zowel volwassenen als kinderen.

Vertaald en bewerkt uit : Nelsen,J. , Lott, L. & Glenn, S. (2007) Positive Discipline A-Z; 1001 Solutions to Everyday Parenting Problems. New York: Three Rivers Press. (p. 49-52)

Wie heeft goede ervaringen met respectvol reageren op brutaal gedrag?
Ik nodig je uit om dit in te vullen in onderstaand opmerkingenveld zodat we van elkaar kunnen leren.

Omgaan met woedeaanvallen van hoogbegaafde kinderen

Doel:

driftbui

van machteloze woede naar een gezamenlijk leerproces met begrip.

Achtergrond informatie

Boosheid is energie; een signaal in je lijf dat het niet gaat zoals je wilt.
Boosheid zet aan tot actie om het probleem op te lossen.
Maar als je niet goed weet wat er aan de hand is of als het niet lukt om de situatie naar je hand te zetten, kan boosheid makkelijk escaleren tot een woedeaanval.
Dat kan in één enkele situatie gebeuren maar de emmer kan ook langzaam vollopen tot hij overstroomt.

Het is niet verwonderlijk dat woede veel voorkomt bij hoogbegaafde kinderen. Naast dat hoogbegaafde kinderen vaak heel sensitieve kinderen zijn en ze sowieso veel emoties te verwerken hebben, weten ze vaak ook niet hoe ze de schoolsituatie zo kunnen beïnvloeden dat ze beter aan hun trekken komen. Of ze voelen zich anders, zouden willen dat dit niet zo was, maar hebben er geen grip op.

De meest gestelde vraag binnen mijn praktijk is dan ook hoe je om moet gaan met woedeaanvallen.

Woedeaanvallen verminderen als kinderen (en volwassenen) meer grip krijgen op hun situatie.
En om grip te krijgen heb je allereerst empathie nodig. Kinderen hebben jouw liefde het meest nodig op de momenten dat ze het het minst ‘verdienen’.

Een kind dat een woedeaanval krijgt, wil iets voor elkaar krijgen maar weet niet hoe. Hij weet bijvoorbeeld niet hoe hij het werkstuk zo perfect voor elkaar krijgt als hij voor ogen heeft, of hij is bang dat jij meer van zijn zus houdt en hij weet niet hoe hij dit kan veranderen, of….
Als we ons vervolgens richten op het afleren van woedeaanvallen vergroten we zijn machteloosheid. Hij weet nog steeds niet hoe hij voor elkaar kan krijgen wat hij wil en hij heeft er een extra probleem bij gekregen, namelijk dat hij moet leren niet zo boos te worden.

Werkwijze:

Een heel belangrijke stap is om de omslag te maken van “het kind heeft een probleem” naar “wij helpen elkaar om te krijgen wat een ieder nodig heeft”. Dit geldt zowel in de klas als thuis.

Wat me opvalt is dat kinderen met driftbuien zich vaak zo slecht voelen over zichzelf. Ze voelen zich  schuldig over dat ze zich ‘misdragen’ en anderen ‘tot last zijn’. Ze willen het heel graag beter doen, maar als puntje bij paaltje komt lukt het niet. En het zal blijven mislukken zolang de insteek is dat het driftige kind zich moet leren gedragen (door positief gedrag te belonen en negatieve consequenties te verbinden aan negatief gedrag).
Driftbuien ontstaan in wisselwerking met de omgeving.
Het is een signaal dat het kennelijk niet lukt om elkaar te bieden wat nodig is.
Het is tijd voor gezamenlijke ontdekkingstocht waarin iedereen zoekt naar wat hij kan bijdragen.
Het driftige kind is dan niet meer het lastige kind, maar een schakel in een geheel.

Voorbeeld.

Vorige week had ik een vader in mijn praktijk die vertelde over een woedeaanval van zijn zoon.
De zoon had voor het slapengaan de aandacht van zijn moeder willen hebben, maar moeder voelde zich niet lekker en was alvast naar bed gegaan. Vader had dit uitgelegd maar zoon voelde zich gefrustreerd dat zijn moeder niet kwam en bleef mokken. Vader wilde moeder beschermen en dacht er goed aan te doen om een duidelijke grens te stellen. “Zijn moeder zou die avond niet komen”.  Wat vriendelijk begon escaleerde tot een woedeaanval van de jongen.
Tijdens ons gesprek kwam vader tot het inzicht dat hij niet op zoek was geweest naar hoe ze elkaar konden helpen, maar strak had vastgehouden aan zijn eigen ideeën. De jongen voelde zich niet gehoord, had zich machteloos gevoeld en was woedend geworden.

Prachtig om te zien hoe deze vader tijdens het gesprek alsnog de omslag maakte van “mijn kind moet leren zijn woedeaanvallen te beheersen” naar empathie en zich openstelde voor de beleving van zijn kind. Alleen dan wordt het mogelijk om te ontdekken wat een ieder nodig heeft en is een woedeaanval niet meer ‘nodig’. Ik zeg nadrukkelijk ontdekken, het is een leerproces. Als het zo simpel was dat jij of je kind het al zou weten dan was er geen woedeaanval geweest.
Voor alle duidelijkheid: met empathie bedoel ik niet dat hij vanuit het begrip voor de behoefte van zijn zoon, moeder alsnog uit bed had moeten trommelen. Dat is toegeven.  Ik bedoel  met empathie begrip en het zoeken naar mogelijkheden.  Hoe anders zou het hebben geklonken als hij bijvoorbeeld had gezegd: “Ik snap je teleurstelling, wat zou jou nog meer kunnen helpen om toch lekker in slaap te komen?

 

Van overleven naar floreren; doorbreken van negatief gedrag bij hoogbegaafde kinderen

Doel:

doorbreken van negatief gedrag en vergroten van verbondenheid

Achtergrond informatie:

Hoogbegaafde kinderen kunnen behoorlijk ontmoedigd raken als het niet lukt om de kloof met hun omgeving te overbruggen. De wereld gaat hen te traag, ze voelen zich niet begrepen, men vindt hen te dominant, emotioneel of betweterig enz.
Een ontmoedigd kind uit dat doorgaans in ineffectief gedrag.
Door het ineffectieve gedrag te leren begrijpen en in te spelen op de onderliggende behoefte, kunnen negatieve patronen doorbroken worden.

Er zijn in hoofdlijnen 4 ineffectieve patronen te onderscheiden waarop ontmoedigde kinderen proberen om alsnog mee te tellen.
Ze zijn uit op:

  • Aandacht. “ik tel mee als mensen voor me zorgen en me aandacht geven”.
    Iedereen heeft aandacht nodig. Het is een basisbehoefte en daar is niets mis mee. Het wordt pas een ineffectief patroon als kinderen de aandacht gaan opeisen omdat ze denken niet belangrijk te zijn als ze even geen aandacht krijgen.
  • Macht. “ik tel mee als ik bepaal”
    Uitingen van dit patroon zijn recalcitrant gedrag, expres het tegenovergestelde doen van wat jij graag wilt, enz.
  • Wraak. “ik tel niet mee, dat doet pijn, ik doe anderen hetzelfde aan”
    Deze kinderen voelen zich machteloos en weten niet hoe ze mee kunnen tellen. Het enige wat ze in huis hebben is een ander zich net zo rot laten voelen. Uitingen van dit patroon zijn bijvoorbeeld: pesten, kwetsen, dingen stuk maken enz.
  • Met rust gelaten worden. Deze kinderen hebben het opgegeven. Ze hebben het gevoel niets te kunnen en willen onder verwachtingen uitkomen. Ze gedragen zich hulpeloos en gaan uitdaging uit de weg.

Werkwijze.

  1. Stop met je automatische reactie.
    Gedrag roept gedrag op. Als een kind expres het tegenovergesteld doet van wat jij wilt heb je waarschijnlijk de neiging om de strijd aan te gaan. Als je kind zich heel hulploos en onzeker opstelt zal je misschien geneigd zijn niet te veel van hem te eisen en hem te beschermen.
    Automatische reacties houden het patroon in stand.
  2. Richt je op de verborgen boodschap, de onderliggende behoefte.
    • Bij aandacht: “Zie me! Betrek me op een zinvolle manier”
    • Bij macht: “Laat me helpen, geef me invloed”
    • Bij wraak: “Ik heb pijn, erken mijn gevoelens”
    • Bij opgeven: “Laat me niet aan mijn lot over. Toon me een eerste stap”Als ineffectief gedrag voortkomt uit gebrek aan vaardigheden is het natuurlijk het meest effectief om de ontbrekende vaardigheden te leren. Als een kind zijn huiswerk niet maakt, omdat hij het huiswerk niet goed in zijn agenda noteert is het handig om te leren omgaan met een agenda.
      Maar het kan ook voortkomen uit één van bovenstaande ontmoedigde patronen.
      Je aanpak verschilt dus per situatie en is afhankelijk van het onderliggende doel.
    •  Als het om de aandacht gaat (en hij veel aandacht krijgt als hij zijn huiswerk niet maakt omdat jij hem er steeds aan herinnert), verleg je de focus naar “gezien worden”.
      Bijvoorbeeld door een tijd af te spreken dat jullie gezellig samen aan tafel gaan zitten en jullie allebei jullie eigen werk doen. Andere manieren van gezien worden kunnen natuurlijk ook.
    •  Als het om macht gaat en hij zijn huiswerk niet doet uit verzet tegen opgelegde taken, zoek je naar manieren om hem mee te laten bepalen. Vraag hem om hulp om het probleem op te lossen.
    • Als het voortkomt uit wraak en hij uit is op jouw machteloosheid en frustratie is de erkenning van zijn gevoelens de insteek.
    • Als hij opgeeft, denkt het niet te kunnen en onder verwachtingen uit wil komen, is het vooral belangrijk om zelf vertrouwen te blijven houden, het niet op te geven en je te richten op zijn kwaliteiten. Vermijd medelijden maar focus op bemoedigen en het ontwikkelen van een groeimentaliteit. Bied kansen voor succes.
  3. Sluit zo goed mogelijk aan bij de aard van het kind om verdere ontmoediging te voorkomen.
  • Zorg ervoor dat het kind zinvol bezig kan zijn.
    Bij hoogbegaafde kinderen betekent dat ook voldoende cognitieve uitdaging
  • Leid intensiteit in goede banen in plaats van het af te zwakken of te veroordelen.
    Bijvoorbeeld:

    • Zoek bij een beweeglijk kind naar acceptabele manieren om beweeglijk te kunnen zijn i.p.v. af te dwingen dat hij stil moet zitten. Tangles, voldoende sporten, elastiek tussen de stoelpoten om op te jojo-en…
    • Geef een kind met duizend vragen in zijn hoofd een schriftje waarin hij de vragen kan noteren en laat hem op een afgesproken tijd de belangrijkste uitkiezen om te bespreken.

 

Tips en valkuilen

Hoogbegaafde kinderen zijn per definitie anders en daarmee is er een grotere kans dat ze zich ontmoedigd voelen. Ze hebben meer steun van jou als ouder nodig om zich goed te voelen over zichzelf.
Trap niet in de valkuil om een ‘normaal kind’ van hem te maken maar ga bewust op zoek naar zijn kwaliteiten en  kracht.
Help hem de kloof met de norm te overbruggen.
Is hij zo gedreven dat hij finaal over anderen heen walst?  Benoem zijn gedrevenheid  als een kwaliteit en “rekening houden met anderen” als een te leren vaardigheid en en ondersteun hem om deze te ontwikkelen.
Gaat de wereld te traag en wordt hij onuitstaanbaar als hij moet wachten en zich verveelt? Zoek naar manieren waarop hij wachttijd constructief kan invullen.
Er zijn onuitputtelijk veel mogelijkheden om intensiteit in goede banen te leiden.
Er is alleen een liefdevolle en ondersteunende bril voor nodig.

gedrag door een andere bril bekeken

 

Ik ben benieuwd naar jouw manieren om intensiteit in goede banen te leiden.
Breng ons op ideeën door ze in het onderstaande opmerkingenveld met ons te delen.

Tips voor het ontladen van spanning

Tips voor het ontladen van spanning

 

Werkwijze:

Explosies ontstaan vaak niet in 1 keer maar bouwen meestal op.

Observeer en word je bewust van patronen. Leer de signalen herkennen waaraan je kan zien dat de spanning bij je hoogbegaafde kinderen opbouwt.

Bied je kind een uitlaadklep voor de spanning voordat deze tot ontploffing komt.

Bijvoorbeeld door:

  • Samen zware rijstzakken over te gooien.
    Naai zakken en vul ze met rijst. Maak de zakken zwaar genoeg om echt kracht te moeten gebruiken bij het gooien.
  • Samen een boksbal heen er weer te slaan. Ouder aan de ene kant, kind aan de andere kant.
  • Een boze tekening maken

 

Tips:

De kracht van deze oplossingen vind ik dat ouder en kind samen iets doen om de spanning te laten afvloeien.
Vaak zijn explosieve kinderen bang dat anderen niet meer van hen houden als ze boos zijn. Ze hebben enorme behoefte aan bevestiging dat je ondanks alles  toch van hen houdt.  Het lukt soms niet om spanning af te laten vloeien als jij bijvoorbeeld aangeeft dat je kind even de trap op en neer moet rennen om af te reageren. Als je kind het als hulp ervaart  misschien wel, maar als hij het als een veroordeling van zijn boosheid ervaart  zal het niet werken.
Door samen een activiteit te doen wordt de verbondenheid benadrukt.  Dat stelt gerust.

Hoe je je kind helpt stoom af te blazen bij een woedeaanval

driftbui Tool: “ja” ontlokken

Doel:

Het doel  van deze tool is om de boosheid terug te brengen tot een hanteerbaar niveau.

Als iemand heel erg boos is, hoort hij je boodschap niet meer.
Hij is als een te strak opgeblazen ballon.

Werkwijze:

Je kan spanning laten afvloeien door “ja” te ontlokken.

  1. Stel (in snel tempo) vragen waarvan je zeker weet dat je boze kind alleen maar met “ja” kan antwoorden.
    “ ik zie dat je boos bent hè?”
    “ik zie dat je je vuisten balt hè?”,
    “ je bent zo boos dat je moet gooien met spullen, hè?”
    Iedere “ja” laat lucht uit de ballon en vermindert spanning.
    Je benoemt alleen wat je ziet.

Tips:

Interpreteer niet. Als de interpretatie niet klopt verergert de boosheid. Benoem alleen wat je ziet.
Je kind voelt zich gezien in zijn boosheid en daarmee kan de ergste spanning  afvloeien.
Een prettige time out (zie de tool op blz. 18 van het ebook) kan de gemoederen verder tot bedaren brengen.
Pas daarna kan er gezocht worden naar oplossingen voor het probleem, besproken worden hoe je kind zich op een andere manier kan gedragen enzovoort.

Valkuilen:

Iedere terechtwijzing doet de spanning oplopen en iedere aanwijzing ( “niet met de deur slaan”) zal als terechtwijzing worden opgevat.
Als het gedrag van je kind gevaarlijk is handel dan zonder te praten, laat spanning afvloeien op bovenvermelde manier en wacht met een gesprek tot iedereen weer rustig is.

 

Met dank aan Marian van Diem voor het inbrengen van deze tool.

 

Hoe help jij jouw kind om stoom af te blazen?

Inspireer andere lezers door jouw manier te noteren in het commentaarveld hieronder